#InHetZonnetje: Onvermoeibare goudsbloem

Onvermoeibaar bloeien ze al sinds de zomer. De goudsbloemen die ik rondom de moestuinbakken gezaaid heb. De plant zelf wordt wat schriel en het blad wat sleets, maar de bloemen blijven onverminderd mooi en brengen kleur in deze donkere dagen. Het zal echt niet zo horen, maar stiekem wordt ik er toch blij van als ik er langs loop…

De goudsbloem (Calendula officinalis) is niet alleen een vrolijke noot in de tuin, het is daarnaast een waardplant voor vele vlinders en motten. Bovendien word hij vaak gebruikt in homeopathische producten zoals crème en zalf. Tot slot is de plant eetbaar: met goudsbloem fleur je gegarandeerd je gerechten en salades op. Laat dus maar lekker doorbloeien die gouden doorzetters. Ze passen prima bij de gouden ballen in de kerstboom!

TuinTuin

#AchterDeSchutting: de tuin van Martine uit Vries

“Een georganiseerde chaos”, zo omschrijft Martine haar cottagetuin in Vries. In Vries? Ja, want voor een mooie tuin maak ik graag een uitstapje buiten Haren. En mooi is de tuin van Martine en haar man zeker! In 20 jaar tijd wisten ze van een grote lap grond overwoekerd met coniferen, een heerlijk plekje te maken vol geurende bloemen, struiken en talloze fruitbomen. Want… “in een tuin hoort een boom” aldus Martine.

Met familie in Engeland is het niet gek dat Martine geïnspireerd raakte door de typisch Engelse cottagetuinen die vooral in de Cotswolds nog volop aanwezig zijn. Sterker nog: ze kreeg van haar broer en schoonzus zelfs een zaailing van een Engelse beuk cadeau toen ze dit huis betrokken. Deze boom, ook wel een rode beuk genoemd, heeft in het voorjaar opvallend roze blad dat later naar rood verkleurd. Gedurende de hele zomer blijft deze kleur behouden, tot hij tegen het eind van de zomer groen wordt. Met een vooruitziende blik plantte Martine hem op de uiterste hoek van het erf, want inmiddels is het een flinke knaap geworden en nog lang niet uitgegroeid.

Pioenrozen, rozen en camelia’s

In een cottagetuin horen rozen. Rondom het huis staan meerdere soorten, maar gek genoeg willen ze niet op alle plaatsen aarden. Vooral de roos Westerland is zeer kieskeurig. Alleen in de border naast het gazon wil deze abrikooskleurige dame staan en zelfs daar valt de bloei enigszins tegen. Zeker als je het vergelijkt met de bloei van dezelfde roos in haar families tuin. Blijkbaar gedijt deze roos beter in de Engelse zomers.

Maar de rode rozen (Bridesmaid) aan de voorzijde van het huis zijn daarentegen wel weer “een prachtig plaatje”. “Als ze in volle bloei staan heeft de hele voortuin een rode gloed.” Een ander soort rozen die het fantastisch doen in deze tuin, zijn de vele pioenrozen. Martine vertelt: “Door schade en schande wordt je wijs. Zo bestelde ik in het eerste jaar voor een fortuin aan narcissen, wat het vervolgens totaal niet deed. Maar pioenrozen doen het hier geweldig, dus daar heb ik steeds meer van gekregen. Een van mijn favoriete bloemen in de tuin is de abrikooskleurige pioenroos. Die is heel mooi. En de roze camelia Ashton’s Pride. die bloeit al in november. Zo bijzonder!

Een andere favoriet zijn de talloze blauwe druifjes die in april de tuin kleur geven. Alle borders kleuren dan blauw. “Zo slecht als narcissen het hier doen, zo goed doen de blauwe druifjes het.” In het najaar is het de beurt aan de zachtroze herfstcyclaampjes die een groot tapijt vormen in de border naast de oprit. Net als de blauwe druifjes voelen ze zich thuis in deze tuin.”

Overal in de tuin zie je klimplanten verweven met struiken en bomen. Siererwt door de hortensia’s, kamperfoelie in de hulst en clematis en hop in een hoge boom. “Zo heb je twee keer lol” aldus Martine. De eerste keer als de struik of boom zelf bloeit en daarna nog een keer als de klimplant gaat bloeien. Op die manier krijgt Martine niet alleen nóg meer kleur in haar tuin, maar ook meer geur. Want met heide, lavendel, rozen, mediterrane kruiden, siererwten en de naar bier ruikende hopbellen, is dit een tuin die de zintuigen op meerdere manieren prikkelt. De talloze vogels, bijen en andere insecten zullen dat beamen.

Moestuin en fruitbomen

Zoals het een cottagetuin betaamt is natuurlijk ook ruimte voor een moestuin en fruitbomen. Appels, peren, abrikozen, kersen en pruimen: Martine heeft ze allemaal. Hoewel ze moet toegeven dat de pruimen, kersen en abrikozen niet veel opleveren. “De pruim heb ik even ernstig toegesproken, dat als hij niet beter zijn best ging doen ik een rooi-opdracht zou uitvaardigen. Hij heeft goed geluisterd. We hadden eindelijk weer een redelijke opbrengst dit jaar!” Martine vertelt het met een lach.

De abrikoos en de kers leveren ook nog niet zoveel op. Bij de kers is het begrijpelijk, die is nog jong nadat de oude kersenboom het ineens had opgegeven. Bij de abrikoos is de achterliggende reden minder duidelijk. “Misschien bloeit hij te vroeg in het voorjaar en zijn de bijen nog niet wakker?” Martine weet het ook niet. Maar hij bloeit mooi, dus hij mag blijven.

Uit de moestuin hebben Martine en haar man wél een grote opbrengst. Tot de langste dag eten ze volop asperges en van de opbrengst van de suikermais kunnen ze de hele winter eten. Ook de herfstframbozen doen het goed in deze tuin, in tegenstelling tot de voorjaarsframbozen. Verder staan hier schorseneren, koolrabi, Brussels lof, rode kool, tomaten en prei. Martine vertelt: “Mijn man onderhoud de moestuin. Maar tegen de tijd dat er geoogst wordt, ben ik aan de beurt. Manden vol groenten en fruit verwerk ik in sauzen, jams, sap en taart. Het is heel veel werk, maar wel heel leuk!”

Eigenlijk gaat dat op voor de hele tuin. Ook één van de grootste geneugten van deze ruime tuin, het zwembad, vraagt natuurlijk de nodige aandacht. Maar dat is het Martine wel waard. “We liggen vaak wel meerdere keren per dag in het zwembad. Mensen die op visite komen, nemen hun zwemspullen mee. Het is een van de favoriete plekjes in de tuin, zeker dit jaar en in de afgelopen hete zomers.”

Kippen en schapen

Dit jaar was sowieso een goed jaar voor de tuin. Door corona zat ook Martine, normaal gesproken altijd druk met iets, veel meer thuis dan normaal. De periode werd aangegrepen voor een aantal nieuwe projecten. Zo bouwde ze samen met haar man een kippenhok achter de schuur. Ze metselde muurtjes, leerde zichzelf stuken en werkte het geheel af met overgebleven tegels. Haar man zorgde voor een deurtje en dakje van hout en voilà: het nieuwe kippenhok was een feit. Nu is het wachten op de eerste eitjes van de nog jonge kippetjes.

Verder rooide ze de oude dophei uit een border naast het huis. Een “helse klus” waar ze flink op heeft moeten zwoegen. Het was dan ook een teleurstelling dat ze daarna niet meteen de border kon afmaken met mooie nieuwe heideplanten, want die worden pas in het najaar geleverd. Gelukkig duurt dat niet lang meer en maken ze straks de border compleet met een beeld van een schaapje van kunstenaar Cees van Swieten.

Waarschijnlijk is dat de laatste grote klus voor dit najaar. Maar bij Martine betekent dat niet dat het tuinplezier dan helemaal af is. “Er zijn tijden dat ik weinig met de tuin bezig ben. Maar ik heb laatst een hele fijne site gevonden met daarop allemaal verschillende alliumsoorten. Ik kan me er nu al op verheugen om daar straks een paar hele mooie uit te zoeken voor volgend seizoen!”

#HortusHaren: Dahlia’s te koop!

Dahlialiefhebbers kunnen nu de schitterende dahlia’s in de border bij de kas in Paradisum aanschaffen voor maar vier euro per stuk. Zie je hier een mooie dahlia staan? Stuur dan een mail naar de Hortus en vanaf oktober mag je hem ophalen. Aanvullende informatie is bij de border te vinden.

Met de aanschaf verzeker je jezelf niet alleen van een prachtige blikvanger komend tuinseizoen, maar steun je ook de unieke tuinen van de Hortus.

#InHetZonnetje: Stokrozen

Lichtroze, oudroze, felroze, roodbruin, ossenbloedrood, wit en zelfs wit met een vleugje oudroze: bíjna alle kleuren heb ik dit jaar in mijn tuin staan. De witte is inmiddels uitgebloeid, maar de andere stokrozen staan metershoog te pronken. Stiekem had ik mijn zinnen nog op een lichtgele variant gezet, maar hé: ik ga niet klagen. De score is dit jaar al weer vele malen mooier dan voorgaande jaren!

Stokrozen maken mij een beetje hebberig en volgens mij ben ik niet de enige. Want hoeveel mooie soorten je ook in de tuin hebt: je wilt ze eigenlijk gewoon allemaal hebben. Zo liep mijn zus al een keer met zaadjes van de ossenbloedrode variant uit de tuin weg, terwijl iemand anders helemaal verliefd was op de oudroze kleur.

Mooie bloemen, geweldige kleuren

Gelukkig is het vrij makkelijk om iemand blij te maken met zaadjes van de stokroos. Uit één enkele bloem, krijg je al meer dan genoeg zaadjes om succes te hebben. Veel van de stokrozen in mijn tuin kreeg ik via zaadjes van de buurvrouw of van stokrozen aan de kant van de weg. (Veroordeel mij niet: alle liefhebbers van stokrozen plukken zaadjes ‘in het wild’. Echt!)

Let er wel op dat je niet alles weggeeft als je de kleur mooi vindt: stokrozen zijn tweejarige planten die na de bloei niet altijd terugkomen. Soms zie je naast de rozet nieuwe uitlopers, dan heb je geluk en gedraagt de stokroos (Alcea rosea) zich meer als een vaste plant. Let er dan op dat je de oude bloemstengels weghaalt. Deze kosten de plant teveel energie en dat gaat uiteindelijk ten koste van de bloei. Terwijl die mooie bloemen, met die geweldige kleuren, nou juist de blikvangers van de zomer zijn!

TuinTuin

#AchterDeSchutting: de tuin van Truus in de zomer

Het mooie van een tuin is, dat hij altijd weer anders is. Dankzij de seizoenen, de weersomstandigheden en je eigen inbreng is het ieder seizoen weer een verrassing wat de tuin nu weer voor moois brengt. Eerlijk is eerlijk, soms vallen de verwachtingen tegen. Maar de meeste tuiniers zullen beamen dat het verrassingselement vaak het leukste is van tuinieren.

Soms kun je ook gewoon ongelooflijk trots zijn op je eigen tuin. Pakt alles net op het juiste moment goed uit. Zo kreeg ik van buurvrouw Truus spontaan twee mooie foto’s en een filmpje opgestuurd van haar geweldige zomertuin in bloei. Gewoon even delen hoe mooi hij nu is. Eerder maakte ik al een tuinportret van haar heerlijke tuin, maar dat was in de verwachtingsvolle periode dat alle kleurenpracht nog verstopt zat in de knop. Daarom wil ik jullie deze mooie beelden van Truus haar zomertuin niet onthouden!

#AchterDeSchutting: Open tuinen estafette Haren

Afgelopen weekend bezocht ik voor het eerst de Open Tuinen Estafette van de vereniging Groei & Bloei. Het leek er lange tijd op dat dit evenement niet door kon gaan vanwege het coronavirus, maar gelukkig waren er toch een aantal tuinen in Haren open voor de leden.

De eerste tuin die ik bezocht was een prachtige landschapstuin aan het Westerveen. Deze ging geleidelijk over in een echte bostuin rondom een grote, natuurlijke well boordevol kikkers. Grappig genoeg hoorde je deze totaal niet kwaken, maar zodra je in de buurt kwam, schoten ze ploens-ploens-ploens in het water. De geweldige doorkijkjes en de mooie lichtval maakten dat je bijna vergat dat je in een tuin stond.

De gastvrouw vertelde mij dat ze pas een paar jaar tuinierde in deze enorme tuin en sinds kort een winkeltje heeft geopend: ‘De Tuinkamer’. Hier vindt je nu vooral nog brocante en vintage vondsten, maar gaat ze op den duur ook tuinaccessoires verkopen. Ik heb in ieder geval mijn eerste aankoop al gedaan!

Daarna fietste ik door naar de Hoge Hereweg in Glimmen. Daar waren de leden welkom bij de inspirerende kijktuin rondom expositie- en cursusruimte ‘Aan het zandpad’. De bezoekers werden eerst langs de expositie van kunstschilder Annemieke Fictoor en de iconen en intuïtieve wandkleden van haar zus Gea Fictoor geleid.

Deze laatste is ook de eigenaresse van de kleurrijke en met oog voor detail aangelegde tuin. Hier is duidelijk een kunstenaar aan het werk, want de balans tussen prikkelende kleuren en rustige zichtlijnen is helemaal in evenwicht. De kikkers in de vijverpartijen van déze tuin hadden – in tegenstelling tot hun soortgenoten eerder op de dag – het hoogste woord, wat een heerlijke sfeer opleverde. Maar de echte blikvangers waren wat mij betreft de vele papavers. Wát een plaatje…

Op zondag ging ik eerst langs bij een tuin waar ik erg benieuwd naar was. Dat was namelijk de tuin van Tineke van der Meij, die ik voor mijn gevoel al een beetje kende via haar blog mijngroentje.nl. Al een paar jaar geleden kwam ik haar blog eens tegen, maar daarna ben ik hem een beetje uit het oog verloren. Nu ik haar tuin in het echt heb gezien, weet ik zeker dat ik hem niet meer vergeet!

In haar blog schrijft ze regelmatig op aanstekelijke wijze over de dieren in haar tuin en ik heb nu met eigen ogen kunnen zien dat daar niets van gelogen is. Vooral de enorme hoeveelheid bijen en andere nuttige insecten was opvallend! Wat ik ook erg mooi vond, waren de luchtige grassen in combinatie met de vaste planten en de smalle paadjes waardoor je – voor je gevoel – echt midden tussen de planten staat. Een heerlijke tuin en dat midden in het centrum van Haren!

De laatste tuin van de dag, ‘De Jachthof’, had ook een uitgebreid padenstelsel waardoor je heerlijk door de tuin kon dwalen. De gastvrouw tuiniert niet alleen voor haar plezier, ze kweekt ook met liefde. Wat ze niet meer kwijt kan in haar omvangrijke tuin, verkoopt ze in een stalletje aan de Jachtlaan in Haren. In deze tuin vind je niet alleen prachtige (pioen)rozen tussen de vele vaste planten maar ook talloze fruitbomen, bessenstruiken en een kas. Ik vermoed dat ik als beginneling nog lang niet alle bijzondere soorten in deze tuin kan herkennen. Laat staan benoemen.

Ook in de tuin van ‘De Jachthof’ was een rol weggelegd voor dieren. Drie Indische loopeenden lagen lekker te tukken bij het binnenkomen in de tuin. Ze bleven ongestoord liggen en zijn ongetwijfeld gewend aan bezoek. De eenden helpen de gastvrouw met het in toom houden van de slakkenpopulatie, maar eerlijk is eerlijk, alleen al voor het gezellig rondkeutelen van deze dieren zou je ze ook houden.

Al met al vond ik het een geslaagde estafette en ben ik vol inspiratie en met een berg mooie foto’s weer thuisgekomen. Ik ga snel uitzoeken wanneer ik weer mag! ☺

#NuInBeeld: het slaapmutsje

Het slaapmutsje is zo’n bloemetje die je regelmatig ergens tegenkomt. Het is een makkelijk plantje die ineens komt aanwaaien en zich vandaaruit op bescheiden schaal weer verder uitzaait in de omgeving. Hij is daarbij niet kieskeurig. Zelfs tussen de bestrating voelt een slaapmutsje zich nog thuis.

Deze kruidachtige plant komt uit de papaverfamilie en wordt ook wel goudpapaver of Californische klaproos (California poppy) genoemd. De bloem is namelijk een symbool voor Californië, waar hij oorspronkelijk vandaan komt. In het warme klimaat van deze Amerikaanse staat is het een meerjarige plant, maar in Nederland is hij niet winterhard. Zichzelf laten uitzaaien is de makkelijkste manier om slaapmutsjes terug te laten keren in de tuin.

Net als de rest van de papaverfamilie hebben slaapmutsjes rustgevende eigenschappen en stimuleren ze de slaap zonder verslavend te zijn. Dit laatste in tegenstelling tot sommige familieleden uit de papaverfamilie. De indianen gebruikten slaapmutsjes als medicinaal kruid bij lichte pijnen en maakten cosmetica van het goudgele stuifmeel. De Nederlandse naam slaat natuurlijk op de rustgevende eigenschappen van dit vrolijke plantje, maar ook op het feit dat de bloem ’s nachts (en bij kou) zijn bloemblaadjes dichtvouwt.

De kleur van de goudpapaver varieert van zomers geel tot feloranje. Deze kleuren vormen een verrassende combinatie met lavendel: de bladvormen en -kleuren passen goed bij elkaar, terwijl het geel/oranje juist knalt met het paars van de lavendel. Het is een combinatie waar niet iedereen voor zal kiezen, maar het levert wel een vrolijke, zomerse border op!

Heb je ook een mooie foto van slaapmutsjes in je tuin? Ik plaats hem graag! Je mag hem mailen naar: detuinenvanharen@lindatekstenmeer.nl.

TuinTuin

#AchterDeSchutting: de tuin van Nel

Voor de rubriek #AchterDeSchutting neem ik een kijkje in de tuinen van anderen. Deze keer ben ik welkom in de tuin van Nel in de wijk Maarwold.

Een favoriete plek in de tuin heeft Nel niet. Meestal gaat ze gewoon lekker met een stoeltje op het gras zitten met zicht op iets bloeiends. Dat is niet zo moeilijk, want in de tuin van Nel bloeit altijd wel iets. Dat begint al vroeg in het jaar met de winterjasmijn en de forsythia en gaat de hele zomer door tot in het najaar de rozenbottels en zaaddozen het silhouet van de tuin bepalen.

Soms moet je voor de bloeiende planten even door de knieën. Want hoewel ze het grote gebaar in de vorm van uitbundig bloeiende heesters niet schuwt, heeft Nel ook oog voor het kleine. Bij rondgang door de tuin wijst ze regelmatig op kleine pareltjes die de gemiddelde voorbijganger niet zouden opvallen. Bijvoorbeeld de spontaan opgekomen elfenbloem, of de vele lelietjes-van-dalen. Het rode astertje die uit de border verdween, maar elders in de tuin weer opduikt. Na dertig jaar tuinieren kent ze deze tuin op haar broekzak.

Natuurlijke tuin

Twee van deze niet al te grote wondertjes vormen op het moment van schrijven toch een opvallend geheel. De lievevrouwebedstro heeft zich spontaan gemengd met het schildersverdriet en blijkbaar voelen ze zich daarbij zo op hun gemak, dat ze zelfs al richting het tuinpad kruipen. Van Nel mag het, want ze houdt van een natuurlijke tuin, waar de natuur een beetje zijn gang kan gaan.

Nel: “Als een plant de boel overneemt, grijp ik in. Zoals de varens. Daar haal ik regelmatig wat van weg. Maar verder ben ik vrij gemakkelijk in de tuin. Ik heb ook lavendel die overal doorheen kruipt en op meerdere plekken tussen de tegels is geworteld. Die kan ik nu eigenlijk niet meer snoeien, want dan snoei ik het hout en daar kunnen ze niet tegen. Maar weghalen doe ik ook niet. Zolang het leeft en bloeit mag het van mij blijven staan!”

Vaak pakt dat leuk uit. Zo heeft de geranium besloten om zich uit te zaaien bij het tuinhekje en vormt daar nu een mooi plaatje samen met een paarse akelei. “Wat een leuke combi op dat plekje hè?” Aldus Nel die zich sowieso graag laat verrassen in de tuin. “Het voorjaar is mijn favoriete tijd. Ieder jaar is het weer een verrassing wat opkomt en waar. Dit jaar had de holwortel zich bijvoorbeeld enorm uitgebreid. Vorig voorjaar was dat nog maar een klein toefje. Nu stond het helemaal vol. Dat vind ik leuk.”

Helaas werkt het ook wel eens andersom. Jarenlang had Nel penningkruid en stekelnootje in de tuin. Het penningkruid kwam zelfs nog uit de tuin van haar ouders. Maar ineens is het verdwenen. “Vijftien tot twintig jaar deden deze planten het prima en ineens komen ze niet meer op. Boerenwormkruid. Ook zomaar ineens weg. Dat vind ik echt jammer. Maar blijkbaar is er toch te veel veranderd in het klimaat, waardoor ze het niet vol hebben gehouden.”

Want hoe coulant Nel ook is in de vrijheid die ze de planten geeft: ze is niet van het pamperen. “Water geven doe ik niet. De tuin moet zichzelf kunnen redden. Ook mulchen of composteren doe ik niet. Vroeger heb ik nog wel geprobeerd compost te maken, maar daar ben ik mee opgehouden. Dat was geen succes. Het enige dat mijn planten krijgen is eens in de paar jaar een handje koemestkorrels. Daar moeten ze het mee doen. Oh, en ik laat het blad liggen in de winter.”

Een “luie tuinier”

Nel noemt zichzelf om deze redenen een “beetje luie tuinier”. Nel: “Ik verplaats vrijwel nooit planten, alleen al omdat je dan de hele tijd water moet geven. Het was ook heel fijn om te horen dat spitten in de tuin niet goed is voor je planten.” Ze vertelt het met een lach. Toch is Nel vaak in de tuin te vinden en heeft ze nog twee andere goede redenen waarom ze de boel af en toe de boel laat. Ten eerste had ze jarenlang last van haar polsen (wat nu verholpen is door twee operaties) én brengt ze veel tijd door bij haar kinderen en kleinkinderen die elders in het land wonen.

Want in het voorjaar steekt ze stiekem toch regelmatig de handen flink uit de mouwen. Dan wordt er vooral gesnoeid en ruimt ze minimaal één hele dag in voor het verwijderen van zevenblad en gele dovenetel dat via het naastgelegen plantsoen naar binnen kruipt. Nel: “De gele dovenetel gaat nog wel. Die heeft tenminste nog een leuk bloemetje. Maar het zevenblad vervloek ik echt en ga ik dan ook met aspergesteker of schroevendraaier te lijf. Het enige wat dan wel weer voldoening schenkt is om in één keer heel lange wortels eruit te kunnen trekken.”

Over onkruid gesproken. Nel – niet zo van het verplaatsen of zomaar weghalen – kwam bij het plaatsen van haar doornloze braam een flink aantal wortelstokken tegen. Benieuwd naar wat daar uit zou groeien, besloot ze ze terug te stoppen in de grond. “Dat had ik beter niet kunnen doen. Het bleken de wortelstokken van haagwinde te zijn. De woekerende klimplant die mensen ook wel ‘pispot’ noemen. Het duurde lang voor ik dáár vanaf was!”

Er bloeit veel moois, behalve de pruimenboom

Van onkruid is op dit moment niets te zien in de tuin. Doordat ze nu niet zo vaak naar de (klein)kinderen gaat door de coronarichtlijnen heeft ze extra veel werk verricht. Er bloeit veel moois, zoals de drie (!)seringen, de hoge spirea, akelei, vergeet-me-nietjes, de rode klimroos en de lichtroze rododendron. De dieppaarse variant achter in de tuin staat op uitkomen en daarna zullen het vingerhoedskruid en de vele stokrozen aan de beurt zijn.

Ook de boerenjasmijn, roze roos, dwergmispel, lavendel en ooievaarsbek hebben al vele bloemknoppen. Vervolgens is het wachten op de mooie ruit, misschien wel de favoriete plant van Nel die nu nog niet opvalt met zijn fijne blad tussen het vele groen. Een andere favoriet, de bluebells oftewel wilde hyacintjes, zijn al uitgebloeid.

Het enige dat niet meer zal bloeien is de pruimenboom. Deze is helaas vorig jaar winter overleden. Toch haalt Nel hem niet weg. Het roodborstje en het winterkoninkje vinden het nog steeds een fijn plaatsje om te zitten en de kraaien vlogen dit voorjaar af en aan om dooie takjes te halen voor hun nesten. Kijk, dat is dan weer dat natuurlijke tuinieren waar Nel van houdt. En waar ze heerlijk vanaf haar stoeltje naar kan kijken…

#NuInBeeld: de sering

De sering is familie van de olijfbomen en komt oorspronkelijk uit het zuiden van Europa. Seringen vallen eigenlijk niet erg op in de tuin, tót hij zo rond mei begint te bloeien. Dan staat hij gedurende korte tijd flink te pronken met zijn paarse, roze of witte pluimen die heerlijk ruiken.

Heb je ook een mooie foto van een sering in je tuin? Ik plaats hem graag! Je mag hem mailen naar detuinenvanharen@lindatekstenmeer.nl.

#NuInBeeld: Vergeet-me-nietjes!

Ik weet niet zo goed wat ik van vergeet-me-nietjes moet vinden. Aan de ene kant zijn het schattige bloemetjes, met een niet-te-vergeten naam. De bijen en vlinders zijn er dol op en het zijn ook nog eens makkelijke planten die zich zelf uitzaaien. Tot dusver niets waar ik niet van hou.

Maar stiekem vind ik het blad niet zo mooi. Helemaal niet omdat het niet verdwijnt na de bloei, maar het gewoon de rest van het jaar alleen maar licht wegneemt van de andere planten die er bij in de buurt groeien. Vooral de grote bladeren die de vergeet-mij-nietjes in mijn tuin en omgeving hebben zijn me iets te opvallend en aanwezig ten opzichte van de verder leuke bloemen.

Bovendien prikt deze variant en begin ik me steeds meer zorgen te maken dat hij de boel nu écht aan het overnemen is. Dus ik heb me voorgenomen: na de bloei snoei ik ze kort. Dit jaar wordt er niet meer uitgezaaid in mijn tuin!

Heb jij ook een leuke foto van vergeet-me-nietjes in je tuin? Ik plaats hem graag! Je mag hem mailen naar detuinenvanharen@lindatekstenmeer.nl!

#OpDeSchop: Tuinmetamorfose in Harener Holt – Deel 2

Vorige keer vertelde ik dat Karin en Emiel flinke meters maakten in hun nieuw aan te leggen tuin in Harener Holt. Het voorbereidende werk was gedaan, nu brak de tijd aan om de grasmat te leggen. En wat een verschil maakt dat! Alleen al door het plaatsen van het gras is de voormalige bouwkavel omgetoverd in een echte tuin.

De grasmat was niet het enige dat het stel aanpakte de afgelopen weken. Karin dacht nog eens goed na over de beplantingsplannen en kwam met een paar kleine wijzigingen. Achter de cortenstalen kachel maakte het stel een vierkante border, waar de hoofdrol is weggelegd voor de Japanse esdoorn die ze al tien jaar in pot hadden staan. Eindelijk heeft deze blikvanger een plekje waar hij tot zijn volle recht komt. Bovendien matcht zijn kleur mooi met de roodbruine tuinkachel.

De overwegend roze-paars-blauwe beplanting die Karin in haar hoofd had, past alleen niet bij deze ‘rode’ boom. Daarom vulde ze de border verder aan met rode pimpernel, een rood-paarse akelei en diamantgras. Deze laatste vormt weer een schakel met de andere border die aangelegd werd en die vol staat met heerlijk ruikende lavendel en het laag blijvende veder- of naaldgras. Later worden nog lampepoetsersgras en olifantsgras toegevoegd aan het door Piet Oudolf geïnspireerde beplantingsplan.

Tot slot legden Karin en Emiel de basis voor het vlonderterras in de hoek van de tuin aan. Langs de rand kwamen – voorlopig – vlinderstruiken ter afscheiding. Ook de al in pot aanwezige magnolia kreeg een vaste plek in de volle grond.

Doordat Karin en Emiel zelf alle werkzaamheden uitvoeren, ervaren ze nu al dat werken in de tuin een leuke bezigheid is. Je leert je eigen tuin een stuk beter kennen en doet vondsten zoals verroeste hoefijzers en oude stalen nagels. Het harde werk is helemaal fijn als het daarna beloond mag worden met wat lekkers in de zon. Of door ’s avonds na te genieten bij de tuinkachel waarin de heerlijkste pizza’s gebakken kunnen worden. (Maar daarover later meer.)

Het gras moet eigenlijk nog een beetje ontzien worden, maar de kinderen spelen er stiekem al heerlijk op en Emiel kon zelfs zijn nieuwe grasmaaier voor het eerst uitproberen. De eerste stappen op weg naar een heerlijke zomer in de tuin zijn genomen…

#InHetZonnetje: Gebroken hartje

Op deze pagina’s gebruik ik voornamelijk de Nederlandse naam van planten in tegenstelling tot de ‘officiële’ Latijnse namen die plantenliefhebbers en –kenners normaal gesproken gebruiken. Daar heb ik twee redenen voor. Ten eerste vindt ik persoonlijk een tekst met veel Latijnse namen niet prettig leesbaar en daarnaast verklapt de Nederlandse naam vaak al veel over de specifieke kenmerken van een plant.

Een goed voorbeeld daarvan is het Gebroken Hartje. Ook wel bekend als Tranend Hartje. Bij zo’n naam begint de fantasie al te kolken, nog vóór je de plant zelfs maar hebt gezien. Bij een eerste blik op de bloemen, snapt iedereen waarom de Nederlanders specifiek deze naam gekozen hebben. Het roze hartvormige bloemetje, met daaronder een witte ‘traan’: verdere uitleg is overbodig. Tel daar het romantische uiterlijk van deze vaste plant bij op en je hebt het plaatje compleet.

Tranendal

Mijn allereerste ervaringen met het tranend hartje vond ik trouwens nóg beter passen bij de naam. Wat een tranendal was dat. Ik had van mijn lieve buurvrouw weer eens een paar stekjes gekregen en daar een paar mooie plaatsjes voor uitgezocht. Dacht ik. Helaas duurde de liefde maar één echt seizoen. Het jaar daarna kwam nog maar een klein plukje groen boven de grond en de bloemen lieten zich niet meer zien. Blijkbaar was er in korte tijd veel te veel veranderd in de tuin, waardoor mijn hartjes in de schaduw stonden. Het jaar daarna was de liefde helemaal voorbij. In míjn tuin liet de voorjaarsbloeier het afweten.

Tot ik twee jaar terug op zoek ging naar bloeiende planten die het goed zouden doen in de zonnige border onder de eikenboom. Deze laatste trekt namelijk veel vocht uit de grond, maar biedt alleen aan de andere zijde van de stam de halfschaduw die veel planten fijn vinden. Tot mijn verbazing kwam ik vaak het gebroken hartje tegen tussen planten die deze omstandigheden fijn zouden moeten vinden. Dus schafte ik nu zelf eentje aan en het lijkt erop dat de liefde deze keer wederzijds is. Voor het tweede jaar op rij is de plant opgekomen na de winter en staat hij in volle bloei. Mijn eigen gebroken hartje is eindelijk geheeld!

#OpDeSchop: Tuinmetamorfose in Harener Holt

Tuinmetamorfose in Harener Holt –Deel 1

In de rubriek #OpDeSchop volg ik tuinmetamorfoses in Haren. Dit zijn de tuinen (of gedeeltes van tuinen) die letterlijk op de schop worden genomen om daarna mooier dan ooit weer aangelegd te worden. Ik trap af met de tuin van Karin en Emiel, die de komende weken van bouwkavel wordt omgetoverd in een groen rustpunt bij hun mooie woning.

Het in eigen beheer gebouwde huis staat in de nieuwe wijk Harener Holt. Het is fijn om er nu eindelijk te wonen en Karin en Emiel laten met gepaste trots hun sfeervolle woning zien aan iedereen die geïnteresseerd is. Vrijwel letterlijk, want dankzij Instagram is Karin haar talent voor binnenhuisarchitectuur en interieurstyling al vele malen gedeeld.

Maar nu is de tuin aan de beurt. Die stond dit voorjaar sowieso op de planning, maar het gezin grijpt de huidige situatie én het mooie weer aan om flinke meters te maken. Letterlijk, want op hun ruime kavel hebben ze dankzij een slimme positionering van het huis een flink stuk grond tot hun beschikking.

Laten we beginnen bij het begin. Alweer enige jaren geleden kochten Karin en Emiel specifiek deze kavel in de nieuw te bouwen wijk Harener Holt. Karin vertelt daarbij dat ze vooral vielen voor de lichtval en de omringende houtwal van deze kavel. Door de doordachte positie van het huis, hebben ze een ruim stuk tuin die dankzij het achterliggende pad en de houtwal optisch groter lijkt en bovendien veel privacy biedt.

Het ontwerp van de tuin zoals het er nu ligt, voldoet aan de huidige wensen van het stel. Zo wilden ze een groene tuin, die makkelijk te onderhouden is. De kinderen moeten er vrij kunnen spelen en er moet ruimte overblijven voor een zwembad of zwemvijver. Of die er ooit komt weten ze nog niet, maar Karin en Emiel houden de optie graag open.

Verder kozen ze voor een brede bestrating, die meeloopt met de lijnen van het huis. Hierdoor is er voldoende ruimte voor een grote eettafel en kan het gezin ook in natte periodes vrij om het huis bewegen. De andere wensen? Een trampoline voor de kinderen en een lekker plekje om in de luwte te zitten met vrienden en familie. Een volle grasmat en onderhoudsarme beplanting van vaste planten, bomen en siergrassen maakt het plaatje compleet.

We volgen de tuinmetamorfose in een aantal berichten. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Zo is de beukenhaag rondom de tuin in februari geplaatst en werd afgelopen maart de trampoline ingegraven en drainage aangelegd. Op korte termijn volgen de graszoden. Maar daarover in een latere post meer!