#AchterDeSchutting: de tuin van Jannie en Willem – deel twee

Vorig jaar was ik voor deze rubriek op bezoek bij Jannie en Willem in Oosterhaar. Zoals iedere tuinliefhebber weet, is de tuin ieder jaar en ieder seizoen weer anders waardoor zo’n tuinportret nooit helemaal volledig kan zijn. Daarom vond ik het extra leuk om van Jannie een foto te ontvangen van de gouden regen. Deze was vorig jaar tijdens mijn bezoek al vrijwel uitgebloeid, maar steelt momenteel de show in de alweer heel kleurrijke tuin van dit ondernemende stel. Bedankt Jannie en Willem voor de mooie foto’s!

Klik op deze link voor het volledige tuinportret.

#AchterDeSchutting: de tuin van Jannie en Willem uit Oosterhaar

Voor de rubriek #AchterDeSchutting neem ik een kijkje in tuinen van anderen. Deze keer was ik welkom in de tuin van Jannie en Willem in de wijk Oosterhaar!

Al vóór Jannie en Willem hier kwamen wonen, stond het stukje bos achter hun woning bekend als het vogelbosje. Nu, dertig jaar later, zijn de vogels nog steeds aanwezig en vliegen ze af en aan in de prachtig aangelegde tuin van het stel. Tot hun grote vreugde, want Jannie en Willem genieten enorm van al dat leven in de tuin. Sterker nog: ze helpen de dieren graag een handje mee!

De favoriete plek in de tuin is voor beiden het terras achter het huis. Zeer begrijpelijk want daardoor is er extra veel zicht op de borders, de nestkastjes in de omringende bomen en de vogels die badderen en drinken in de grote vogelbaden die Willem bij droogte iedere keer aanvult. Maar net zo lief zijn ze lekker bezig. Want door de hoge bomen die rondom staan, is er altijd wel wat te doen! Willem en Jannie vertellen: “We hebben natuurlijk veel blad in de tuin, maar ook in deze tijd van het jaar – mei – valt er allemaal bloesem uit de eikenbomen. Dat hoort er bij. Net als de grote slakken die uit het vogelbosje komen. Er komen soms lange draden met rupsen uit de bomen, maar die vinden de jonge vogels erg lekker. Daardoor hebben we ook geen last van de eikenprocessierups die verderop wel een plaag vormt.”

De spreeuwen genieten van het vogelbad

Heldere vijver

Maar niet alleen de bomen en de vogels vragen om aandacht. Er is altijd wel iets dat veranderd of verbeterd kan worden. Zo hadden Jannie en Willem jarenlang een mooie heldere vijver, boordevol leven. Maar toen de kleinkinderen kwamen, werd de vijver voor de veiligheid gedempt. Willem: “Dat is ergens wel jammer want zo’n vijver maakt een tuin compleet. Er zat vaak een reiger bij en we hadden vissen en kikkers. Maar het was ook wel veel werk om hem zo mooi en helder te houden.”

Een meer recente aanpassing was het omtoveren van een stuk gazon aan de achterzijde van het huis in een hortensiaborder. Jannie: “Dit stukje tuin aan de noordkant van het huis kreeg te weinig zon, waardoor het gras niet goed groeide. Nu hebben we daar hortensia’s neergezet die een groot deel van de zomer bloeien. Helaas had ik ze net rigoureus teruggesnoeid, niet wetende dat er een tuinportret gemaakt zou worden. Daardoor zullen ze dit jaar niet zo mooi bloeien, maar volgend jaar wel weer!” Ze vertelt het met een lach.

Jannie houdt erg van snoeien omdat de planten en bomen daar uiteindelijk veel mooier van worden en beter bloeien. Zo heeft ze eerder ook de Acer, of de Japanse esdoorn flink teruggesnoeid, waardoor die wél mooi staat te pronken. Ook de vele vlinderstruiken en de fuchsia lopen alweer uit en staan straks weer klaar om bijen en vlinders van nectar te voorzien. Helaas laten de paarse bloemen van de rododendron het een beetje afweten dit jaar en is de gouden regen, met drie kleine trossen, niet zo uitbundig aan het bloeien als vorig jaar.

Oranje ‘Koningsdag’ rododendron

Maar gelukkig is er nog veel meer moois te zien in deze kleurrijke tuin. Bijvoorbeeld de oranje ‘Koningsdag’ rododendron. Deze is net over zijn hoogtepunt heen, want ieder jaar weer bloeit deze opvallende verschijning prachtig rondom Koningsdag. “Eerlijk gezegd zou ik hem zelf nooit hebben uitgezocht” vertelt Jannie. “Maar hij kwam uit de tuin van mijn dochter en weggooien kunnen we niet zo goed over ons hart verkrijgen. Nu vinden we het toch ieder jaar wel speciaal dat hij op de verjaardag van de koning zo mooi bloeit!”

Ook een hortensia die eigenlijk in een samengesteld bloemenmandje zat, werd ‘gered’ en in de border gezet. “De hortensia had veel meer water nodig dan de twee andere, dus die hebben we snel in de grond gezet.” Zaadjes die Jannie en Willem krijgen van de kleinkinderen worden in een grote pot opgekweekt om ze te behoeden voor de slakken. En een gekregen bloemenzak die je aan de muur kunt hangen bewaarde Jannie en vulde ze dit jaar weer met nieuwe viooltjes. “Het was even een werkje, maar hij bloeit nu al weer een tijd!” De viooltjes in de verhoogde stenen border werden wel weggehaald en vervangen door scaevola’s. Die bloeien nog niet, maar vormen straks één grote, blauwe bloemenzee. Oh, en de bollen uit zo’n mooi bloeiende bollenmand? Die liggen al te drogen om straks de tuin in te gaan!

Dankbare planten

Genoeg te doen dus in de tuin en misschien is dat de reden dat Jannie en Willem beiden een vrij makkelijk plantje als favoriet aanwijzen: Willem de roze ooievaarsbek en Jannie een roze bosaardbeitje. Waarom? “Omdat ze de hele zomer doorbloeien, weinig werk kosten en het overal goed doen.” Ook kruipend zenegroen, die zich duidelijk thuis voelt in de tuin, vinden ze mooi vanwege de blauwe kleur. Aan de voorzijde van het huis vindt Willem de scheefkelk in combinatie met de blauwe bessen van de sneeuwbal een mooi plaatje. En de rotsplantjes tegen de gevel van het huis bloeien soms wel wekenlang. Dankbare planten, waar beiden dus van genieten.

Maar, zoals eerder gezegd, genieten ze ook van het leven in de tuin. We sommen even op: spreeuwen, merels, roodborstjes, mezen, zwartkopjes, boomklevers en zelfs een groene specht bezoeken de tuin. In de nestkastjes broeden op het moment van schrijven een koolmezenpaar en een paartje boomklevers. Een andere nestkast wordt intensief bezocht door een spreeuw, die waarschijnlijk bezig is met een tweede leg. Of de vleermuizenkast ook bewoond wordt, weten beide niet. Maar het zou zomaar kunnen.

Genieten van het buitenleven

De vele bloeiende planten en bomen zoals de onlangs geplaatste honingboom en de rijk bloeiende weigelia’s, een waardplant voor vlinders, maken dat deze tuin goed bezocht wordt door allerhande dieren en insecten. En natuurlijk omdat Jannie en Willem zorgen voor voldoende water en voer. Eekhoorntjes schieten door de bomen en zelfs een doodzieke marter wist de waterschalen te vinden. Jannie: “Deze was waarschijnlijk vergiftigd en is opgehaald door de dierenambulance. Zonde, want je wilt ze niet in je huis of auto, maar het zijn heel mooie dieren.” Uit alles wat ze zeggen spreekt de liefde voor dieren en de natuur. En ook in de tuinbeelden, gekozen door Jannie – die jarenlang boetseerde, komt de natuur vaak terug. Maar bovenal genieten ze van het buitenleven. Jannie: “We leven buiten, we eten buiten. Als het even kan, zijn we in de tuin. Er is altijd wat te doen, maar soms zeg ik ook tegen Willem dat we even lekker gaan uitrusten op het terras.” Willem op zijn beurt wil dat ook wel, maar maakt ook graag zijn klusje af: “Dan heb ik de dag erna mijn handen vrij voor andere dingen.” Niet gek als je bedenkt dat Willem een begenadigd kunstschilder is. Zijn favoriete onderwerpen? Landschappen, bloemen en natuurlijk… vogels!

Bovenaanzicht van de tuin

#AchterDeSchutting: De tuin van Kees en Roelfke

Vroeger, nog bij de boerderij in Uithuizermeeden, was de tuin het domein van Roelfke. Kees zijn tijd ging grotendeels op aan werk en de (paarden)sport. Maar sinds ze zo’n twintig jaar geleden in Haren kwamen wonen en beide wat meer tijd kregen, is het een gezamenlijke liefhebberij en zijn ze samen actief in hun prachtige tuin in de wijk Maarwold.

Rust pakken zit er niet in voor het actieve stel. Uiteraard genieten ze vaak op hun heerlijk zonnige terras van het uitzicht op de grote border en de vijver vol waterplanten en goudwindes, maar net zo vaak wordt hun oog getrokken naar een klusje dat nog even kan gebeuren. Gelukkig vinden ze dat niet erg: “Het is een hobby en we vinden het beide fijn om lekker bezig te zijn.” Kees zijn moeder zei altijd: “Je kunt me vaak zien zitten in de tuin. Op mijn knieën.” Wat maar aangeeft dat hij het actieve tuinieren niet van een vreemde heeft.

De structuur van de grote tuin, rondom de vrijstaande woning, was al aangelegd toen zij er kwamen wonen. De vorige bewoonster kon niet zelf meer werken in de tuin, waardoor deze voornamelijk bestond uit onderhoudsvriendelijke heesters zoals buxushagen, dwergmispel (cotoneaster) en rododendrons. Gaandeweg hebben Roelfke en Kees de tuin veranderd in een bloemenparadijs waar vrijwel het hele jaar wel iets bloeit.

Het hele jaar een mooie tuin

Dat begint al aan het begin van het jaar met sneeuwklokjes en krokussen en gaat door tot diep in het najaar met herfstasters, herfsttijloos en herfstasters. Tussendoor bloeit de beverboom (Magnolia), de mooie kornoelje (Cornus Kousa) en de almaar groter wordende prairieplant die het stel meenam uit Amerika. De vele rozen van Roelfke zorgen normaal gesproken zomers voor een bloemenzee aan de voor- en zijkant van het huis, maar helaas hebben die het de laatste jaren wat moeilijker door de droge zomers. Tot slot geven de groenblijvende heesters en de verschillende bomen daarna in de winter nog vorm en karakter. Niet voor niets zei een buurman ooit al eens: “Jullie tuin is het hele jaar mooi.” Een terecht compliment, want Roelfke en Kees hebben daar bewust voor gekozen en hard voor gewerkt.

“Zorg ervoor dat niet alles tegelijk op zijn hoogtepunt is.” Het is slechts één van de tips die Roelfke geeft voor een mooie tuin. Daarnaast geeft ze graag mee dat je altijd moet kiezen voor grote groepen in de tuin. Daardoor krijg je veel meer volume dan wanneer je van ieder klein plantje maar één exemplaar kiest. En, zegt ze: “Steek geen tijd in planten die het niet doen. Kies voor planten en combinaties die werken. Dat heb ik jaren geleden al geleerd.”

Wat niet wegneemt dat het stel regelmatig een plant op een andere plaats probeert. Soms staat hij gewoon niet op de juiste plek namelijk. Neem bijvoorbeeld de grote camelia in de voortuin. Vóór hij daar kwam te staan, had hij het altijd een beetje moeilijk. Maar nu heeft hij zijn plekje gevonden. Zelfs een zieltogende waaierpalm die in huis stond kreeg een plekje in de tuin, waar hij helemaal opleeft.

Sommige planten doen het té goed

Er zijn meer planten die het erg goed doen in de tuin van Kees en Roelfke. Bijvoorbeeld de vele variëteiten floxen die zelfs in september de borders nog opfleuren. Of de salvia’s, de verschillende soorten hortensia’s, de zonnehoed (rudbeckia’s) en de bijzondere azalea’s in de voortuin. Ook de paarse zonnehoed (Echinacea purperea) doet het zeer goed in de droge zomers van de laatste jaren. Perovskia bloeit de hele zomer door en de blauwe regen geeft in het voorjaar prachtig grote trossen bloemen.

De planten die het een beetje té goed doen, zijn de dropplant (Agastache) en ijzerhard (Verbena rigida). Beide leuke planten, maar de dropplant mag zich niet uitzaaien van Roelfke: “Dan kom je hem overal tegen. Ik wil geen planten die al te veel woekeren.” Ook de rudbeckia’s en de eerder genoemde verbenasoort zijn degenen die ze “een beetje in toom moet houden.”

In de vijver hebben sommige planten het ook een beetje té goed. Het eerstvolgende klusje voor Kees wordt het snoekkruid en het waterdrieblad van elkaar scheiden en in bescheidener proporties terug plaatsen. Van tijd tot tijd is dat nodig, want de kikkers, goudwindes en enkele blauwwinde moeten natuurlijk wel ruimte overhouden.

Dieren worden verwend in de tuin

Dieren worden sowieso een beetje verwend in deze mooie tuin. Regelmatig duikt een eekhoorntje op, die zich ook vaak in de hazelaar van de overbuurman laat zien. De vogels worden voorzien van zonnebloempitten uit eigen tuin en nestkastjes. Jarenlang kwam een mannetjesfazant op bezoek. Alleen katten willen Roelfke en Kees liever niet in de tuin. “Ik heb maar eerlijk tegen de buren gezegd dat ik hun katten van ons terrein verjaag als ik ze zie. Wij hebben liever een tuin voor de vogels dan voor de katten.” Aldus Roelfke.

Vergeleken met het grote erf bij hun akkerbouwbedrijf, is deze tuin redelijk overzichtelijk voor het gepensioneerde stel. Toch wordt de tuin “ieder jaar groter” aldus Kees. Hij doelt hiermee op het feit dat ze wat ouder worden en het onderhoud daardoor wat zwaarder is dan vroeger. Grote veranderingen zullen daarom niet meer plaatsvinden. Toen de oprit aangepast werd besloot het stel om te kiezen voor bomen en struiken aan die (schaduw)zijde van het huis. Want, zo zegt Roelfke: “We hebben het druk genoeg.”

Maar stiekem, tijdens het gezellige bezoek, schemert toch een beetje door dat Kees en Roelfke nog lang niet van plan zijn om op te houden met actief tuinieren. Terwijl we langs de bloemen, planten, bomen en struiken lopen vertellen ze regelmatig over de plannetjes die ze nog hebben voor hun mooie tuin. Lekker bezig zijn, houdt niet op van de ene op de andere dag. Gelukkig maar!

#AchterDeSchutting: de tuin van Martine uit Vries

“Een georganiseerde chaos”, zo omschrijft Martine haar cottagetuin in Vries. In Vries? Ja, want voor een mooie tuin maak ik graag een uitstapje buiten Haren. En mooi is de tuin van Martine en haar man zeker! In 20 jaar tijd wisten ze van een grote lap grond overwoekerd met coniferen, een heerlijk plekje te maken vol geurende bloemen, struiken en talloze fruitbomen. Want… “in een tuin hoort een boom” aldus Martine.

Met familie in Engeland is het niet gek dat Martine geïnspireerd raakte door de typisch Engelse cottagetuinen die vooral in de Cotswolds nog volop aanwezig zijn. Sterker nog: ze kreeg van haar broer en schoonzus zelfs een zaailing van een Engelse beuk cadeau toen ze dit huis betrokken. Deze boom, ook wel een rode beuk genoemd, heeft in het voorjaar opvallend roze blad dat later naar rood verkleurd. Gedurende de hele zomer blijft deze kleur behouden, tot hij tegen het eind van de zomer groen wordt. Met een vooruitziende blik plantte Martine hem op de uiterste hoek van het erf, want inmiddels is het een flinke knaap geworden en nog lang niet uitgegroeid.

Pioenrozen, rozen en camelia’s

In een cottagetuin horen rozen. Rondom het huis staan meerdere soorten, maar gek genoeg willen ze niet op alle plaatsen aarden. Vooral de roos Westerland is zeer kieskeurig. Alleen in de border naast het gazon wil deze abrikooskleurige dame staan en zelfs daar valt de bloei enigszins tegen. Zeker als je het vergelijkt met de bloei van dezelfde roos in haar families tuin. Blijkbaar gedijt deze roos beter in de Engelse zomers.

Maar de rode rozen (Bridesmaid) aan de voorzijde van het huis zijn daarentegen wel weer “een prachtig plaatje”. “Als ze in volle bloei staan heeft de hele voortuin een rode gloed.” Een ander soort rozen die het fantastisch doen in deze tuin, zijn de vele pioenrozen. Martine vertelt: “Door schade en schande wordt je wijs. Zo bestelde ik in het eerste jaar voor een fortuin aan narcissen, wat het vervolgens totaal niet deed. Maar pioenrozen doen het hier geweldig, dus daar heb ik steeds meer van gekregen. Een van mijn favoriete bloemen in de tuin is de abrikooskleurige pioenroos. Die is heel mooi. En de roze camelia Ashton’s Pride. die bloeit al in november. Zo bijzonder!

Een andere favoriet zijn de talloze blauwe druifjes die in april de tuin kleur geven. Alle borders kleuren dan blauw. “Zo slecht als narcissen het hier doen, zo goed doen de blauwe druifjes het.” In het najaar is het de beurt aan de zachtroze herfstcyclaampjes die een groot tapijt vormen in de border naast de oprit. Net als de blauwe druifjes voelen ze zich thuis in deze tuin.”

Overal in de tuin zie je klimplanten verweven met struiken en bomen. Siererwt door de hortensia’s, kamperfoelie in de hulst en clematis en hop in een hoge boom. “Zo heb je twee keer lol” aldus Martine. De eerste keer als de struik of boom zelf bloeit en daarna nog een keer als de klimplant gaat bloeien. Op die manier krijgt Martine niet alleen nóg meer kleur in haar tuin, maar ook meer geur. Want met heide, lavendel, rozen, mediterrane kruiden, siererwten en de naar bier ruikende hopbellen, is dit een tuin die de zintuigen op meerdere manieren prikkelt. De talloze vogels, bijen en andere insecten zullen dat beamen.

Moestuin en fruitbomen

Zoals het een cottagetuin betaamt is natuurlijk ook ruimte voor een moestuin en fruitbomen. Appels, peren, abrikozen, kersen en pruimen: Martine heeft ze allemaal. Hoewel ze moet toegeven dat de pruimen, kersen en abrikozen niet veel opleveren. “De pruim heb ik even ernstig toegesproken, dat als hij niet beter zijn best ging doen ik een rooi-opdracht zou uitvaardigen. Hij heeft goed geluisterd. We hadden eindelijk weer een redelijke opbrengst dit jaar!” Martine vertelt het met een lach.

De abrikoos en de kers leveren ook nog niet zoveel op. Bij de kers is het begrijpelijk, die is nog jong nadat de oude kersenboom het ineens had opgegeven. Bij de abrikoos is de achterliggende reden minder duidelijk. “Misschien bloeit hij te vroeg in het voorjaar en zijn de bijen nog niet wakker?” Martine weet het ook niet. Maar hij bloeit mooi, dus hij mag blijven.

Uit de moestuin hebben Martine en haar man wél een grote opbrengst. Tot de langste dag eten ze volop asperges en van de opbrengst van de suikermais kunnen ze de hele winter eten. Ook de herfstframbozen doen het goed in deze tuin, in tegenstelling tot de voorjaarsframbozen. Verder staan hier schorseneren, koolrabi, Brussels lof, rode kool, tomaten en prei. Martine vertelt: “Mijn man onderhoud de moestuin. Maar tegen de tijd dat er geoogst wordt, ben ik aan de beurt. Manden vol groenten en fruit verwerk ik in sauzen, jams, sap en taart. Het is heel veel werk, maar wel heel leuk!”

Eigenlijk gaat dat op voor de hele tuin. Ook één van de grootste geneugten van deze ruime tuin, het zwembad, vraagt natuurlijk de nodige aandacht. Maar dat is het Martine wel waard. “We liggen vaak wel meerdere keren per dag in het zwembad. Mensen die op visite komen, nemen hun zwemspullen mee. Het is een van de favoriete plekjes in de tuin, zeker dit jaar en in de afgelopen hete zomers.”

Kippen en schapen

Dit jaar was sowieso een goed jaar voor de tuin. Door corona zat ook Martine, normaal gesproken altijd druk met iets, veel meer thuis dan normaal. De periode werd aangegrepen voor een aantal nieuwe projecten. Zo bouwde ze samen met haar man een kippenhok achter de schuur. Ze metselde muurtjes, leerde zichzelf stuken en werkte het geheel af met overgebleven tegels. Haar man zorgde voor een deurtje en dakje van hout en voilà: het nieuwe kippenhok was een feit. Nu is het wachten op de eerste eitjes van de nog jonge kippetjes.

Verder rooide ze de oude dophei uit een border naast het huis. Een “helse klus” waar ze flink op heeft moeten zwoegen. Het was dan ook een teleurstelling dat ze daarna niet meteen de border kon afmaken met mooie nieuwe heideplanten, want die worden pas in het najaar geleverd. Gelukkig duurt dat niet lang meer en maken ze straks de border compleet met een beeld van een schaapje van kunstenaar Cees van Swieten.

Waarschijnlijk is dat de laatste grote klus voor dit najaar. Maar bij Martine betekent dat niet dat het tuinplezier dan helemaal af is. “Er zijn tijden dat ik weinig met de tuin bezig ben. Maar ik heb laatst een hele fijne site gevonden met daarop allemaal verschillende alliumsoorten. Ik kan me er nu al op verheugen om daar straks een paar hele mooie uit te zoeken voor volgend seizoen!”

#AchterDeSchutting: de tuin van Truus in de zomer

Het mooie van een tuin is, dat hij altijd weer anders is. Dankzij de seizoenen, de weersomstandigheden en je eigen inbreng is het ieder seizoen weer een verrassing wat de tuin nu weer voor moois brengt. Eerlijk is eerlijk, soms vallen de verwachtingen tegen. Maar de meeste tuiniers zullen beamen dat het verrassingselement vaak het leukste is van tuinieren.

Soms kun je ook gewoon ongelooflijk trots zijn op je eigen tuin. Pakt alles net op het juiste moment goed uit. Zo kreeg ik van buurvrouw Truus spontaan twee mooie foto’s en een filmpje opgestuurd van haar geweldige zomertuin in bloei. Gewoon even delen hoe mooi hij nu is. Eerder maakte ik al een tuinportret van haar heerlijke tuin, maar dat was in de verwachtingsvolle periode dat alle kleurenpracht nog verstopt zat in de knop. Daarom wil ik jullie deze mooie beelden van Truus haar zomertuin niet onthouden!

#AchterDeSchutting: Open tuinen estafette Haren

Afgelopen weekend bezocht ik voor het eerst de Open Tuinen Estafette van de vereniging Groei & Bloei. Het leek er lange tijd op dat dit evenement niet door kon gaan vanwege het coronavirus, maar gelukkig waren er toch een aantal tuinen in Haren open voor de leden.

De eerste tuin die ik bezocht was een prachtige landschapstuin aan het Westerveen. Deze ging geleidelijk over in een echte bostuin rondom een grote, natuurlijke well boordevol kikkers. Grappig genoeg hoorde je deze totaal niet kwaken, maar zodra je in de buurt kwam, schoten ze ploens-ploens-ploens in het water. De geweldige doorkijkjes en de mooie lichtval maakten dat je bijna vergat dat je in een tuin stond.

De gastvrouw vertelde mij dat ze pas een paar jaar tuinierde in deze enorme tuin en sinds kort een winkeltje heeft geopend: ‘De Tuinkamer’. Hier vindt je nu vooral nog brocante en vintage vondsten, maar gaat ze op den duur ook tuinaccessoires verkopen. Ik heb in ieder geval mijn eerste aankoop al gedaan!

Daarna fietste ik door naar de Hoge Hereweg in Glimmen. Daar waren de leden welkom bij de inspirerende kijktuin rondom expositie- en cursusruimte ‘Aan het zandpad’. De bezoekers werden eerst langs de expositie van kunstschilder Annemieke Fictoor en de iconen en intuïtieve wandkleden van haar zus Gea Fictoor geleid.

Deze laatste is ook de eigenaresse van de kleurrijke en met oog voor detail aangelegde tuin. Hier is duidelijk een kunstenaar aan het werk, want de balans tussen prikkelende kleuren en rustige zichtlijnen is helemaal in evenwicht. De kikkers in de vijverpartijen van déze tuin hadden – in tegenstelling tot hun soortgenoten eerder op de dag – het hoogste woord, wat een heerlijke sfeer opleverde. Maar de echte blikvangers waren wat mij betreft de vele papavers. Wát een plaatje…

Op zondag ging ik eerst langs bij een tuin waar ik erg benieuwd naar was. Dat was namelijk de tuin van Tineke van der Meij, die ik voor mijn gevoel al een beetje kende via haar blog mijngroentje.nl. Al een paar jaar geleden kwam ik haar blog eens tegen, maar daarna ben ik hem een beetje uit het oog verloren. Nu ik haar tuin in het echt heb gezien, weet ik zeker dat ik hem niet meer vergeet!

In haar blog schrijft ze regelmatig op aanstekelijke wijze over de dieren in haar tuin en ik heb nu met eigen ogen kunnen zien dat daar niets van gelogen is. Vooral de enorme hoeveelheid bijen en andere nuttige insecten was opvallend! Wat ik ook erg mooi vond, waren de luchtige grassen in combinatie met de vaste planten en de smalle paadjes waardoor je – voor je gevoel – echt midden tussen de planten staat. Een heerlijke tuin en dat midden in het centrum van Haren!

De laatste tuin van de dag, ‘De Jachthof’, had ook een uitgebreid padenstelsel waardoor je heerlijk door de tuin kon dwalen. De gastvrouw tuiniert niet alleen voor haar plezier, ze kweekt ook met liefde. Wat ze niet meer kwijt kan in haar omvangrijke tuin, verkoopt ze in een stalletje aan de Jachtlaan in Haren. In deze tuin vind je niet alleen prachtige (pioen)rozen tussen de vele vaste planten maar ook talloze fruitbomen, bessenstruiken en een kas. Ik vermoed dat ik als beginneling nog lang niet alle bijzondere soorten in deze tuin kan herkennen. Laat staan benoemen.

Ook in de tuin van ‘De Jachthof’ was een rol weggelegd voor dieren. Drie Indische loopeenden lagen lekker te tukken bij het binnenkomen in de tuin. Ze bleven ongestoord liggen en zijn ongetwijfeld gewend aan bezoek. De eenden helpen de gastvrouw met het in toom houden van de slakkenpopulatie, maar eerlijk is eerlijk, alleen al voor het gezellig rondkeutelen van deze dieren zou je ze ook houden.

Al met al vond ik het een geslaagde estafette en ben ik vol inspiratie en met een berg mooie foto’s weer thuisgekomen. Ik ga snel uitzoeken wanneer ik weer mag! ☺

#AchterDeSchutting: de tuin van Nel

Voor de rubriek #AchterDeSchutting neem ik een kijkje in de tuinen van anderen. Deze keer ben ik welkom in de tuin van Nel in de wijk Maarwold.

Een favoriete plek in de tuin heeft Nel niet. Meestal gaat ze gewoon lekker met een stoeltje op het gras zitten met zicht op iets bloeiends. Dat is niet zo moeilijk, want in de tuin van Nel bloeit altijd wel iets. Dat begint al vroeg in het jaar met de winterjasmijn en de forsythia en gaat de hele zomer door tot in het najaar de rozenbottels en zaaddozen het silhouet van de tuin bepalen.

Soms moet je voor de bloeiende planten even door de knieën. Want hoewel ze het grote gebaar in de vorm van uitbundig bloeiende heesters niet schuwt, heeft Nel ook oog voor het kleine. Bij rondgang door de tuin wijst ze regelmatig op kleine pareltjes die de gemiddelde voorbijganger niet zouden opvallen. Bijvoorbeeld de spontaan opgekomen elfenbloem, of de vele lelietjes-van-dalen. Het rode astertje die uit de border verdween, maar elders in de tuin weer opduikt. Na dertig jaar tuinieren kent ze deze tuin op haar broekzak.

Natuurlijke tuin

Twee van deze niet al te grote wondertjes vormen op het moment van schrijven toch een opvallend geheel. De lievevrouwebedstro heeft zich spontaan gemengd met het schildersverdriet en blijkbaar voelen ze zich daarbij zo op hun gemak, dat ze zelfs al richting het tuinpad kruipen. Van Nel mag het, want ze houdt van een natuurlijke tuin, waar de natuur een beetje zijn gang kan gaan.

Nel: “Als een plant de boel overneemt, grijp ik in. Zoals de varens. Daar haal ik regelmatig wat van weg. Maar verder ben ik vrij gemakkelijk in de tuin. Ik heb ook lavendel die overal doorheen kruipt en op meerdere plekken tussen de tegels is geworteld. Die kan ik nu eigenlijk niet meer snoeien, want dan snoei ik het hout en daar kunnen ze niet tegen. Maar weghalen doe ik ook niet. Zolang het leeft en bloeit mag het van mij blijven staan!”

Vaak pakt dat leuk uit. Zo heeft de geranium besloten om zich uit te zaaien bij het tuinhekje en vormt daar nu een mooi plaatje samen met een paarse akelei. “Wat een leuke combi op dat plekje hè?” Aldus Nel die zich sowieso graag laat verrassen in de tuin. “Het voorjaar is mijn favoriete tijd. Ieder jaar is het weer een verrassing wat opkomt en waar. Dit jaar had de holwortel zich bijvoorbeeld enorm uitgebreid. Vorig voorjaar was dat nog maar een klein toefje. Nu stond het helemaal vol. Dat vind ik leuk.”

Helaas werkt het ook wel eens andersom. Jarenlang had Nel penningkruid en stekelnootje in de tuin. Het penningkruid kwam zelfs nog uit de tuin van haar ouders. Maar ineens is het verdwenen. “Vijftien tot twintig jaar deden deze planten het prima en ineens komen ze niet meer op. Boerenwormkruid. Ook zomaar ineens weg. Dat vind ik echt jammer. Maar blijkbaar is er toch te veel veranderd in het klimaat, waardoor ze het niet vol hebben gehouden.”

Want hoe coulant Nel ook is in de vrijheid die ze de planten geeft: ze is niet van het pamperen. “Water geven doe ik niet. De tuin moet zichzelf kunnen redden. Ook mulchen of composteren doe ik niet. Vroeger heb ik nog wel geprobeerd compost te maken, maar daar ben ik mee opgehouden. Dat was geen succes. Het enige dat mijn planten krijgen is eens in de paar jaar een handje koemestkorrels. Daar moeten ze het mee doen. Oh, en ik laat het blad liggen in de winter.”

Een “luie tuinier”

Nel noemt zichzelf om deze redenen een “beetje luie tuinier”. Nel: “Ik verplaats vrijwel nooit planten, alleen al omdat je dan de hele tijd water moet geven. Het was ook heel fijn om te horen dat spitten in de tuin niet goed is voor je planten.” Ze vertelt het met een lach. Toch is Nel vaak in de tuin te vinden en heeft ze nog twee andere goede redenen waarom ze de boel af en toe de boel laat. Ten eerste had ze jarenlang last van haar polsen (wat nu verholpen is door twee operaties) én brengt ze veel tijd door bij haar kinderen en kleinkinderen die elders in het land wonen.

Want in het voorjaar steekt ze stiekem toch regelmatig de handen flink uit de mouwen. Dan wordt er vooral gesnoeid en ruimt ze minimaal één hele dag in voor het verwijderen van zevenblad en gele dovenetel dat via het naastgelegen plantsoen naar binnen kruipt. Nel: “De gele dovenetel gaat nog wel. Die heeft tenminste nog een leuk bloemetje. Maar het zevenblad vervloek ik echt en ga ik dan ook met aspergesteker of schroevendraaier te lijf. Het enige wat dan wel weer voldoening schenkt is om in één keer heel lange wortels eruit te kunnen trekken.”

Over onkruid gesproken. Nel – niet zo van het verplaatsen of zomaar weghalen – kwam bij het plaatsen van haar doornloze braam een flink aantal wortelstokken tegen. Benieuwd naar wat daar uit zou groeien, besloot ze ze terug te stoppen in de grond. “Dat had ik beter niet kunnen doen. Het bleken de wortelstokken van haagwinde te zijn. De woekerende klimplant die mensen ook wel ‘pispot’ noemen. Het duurde lang voor ik dáár vanaf was!”

Er bloeit veel moois, behalve de pruimenboom

Van onkruid is op dit moment niets te zien in de tuin. Doordat ze nu niet zo vaak naar de (klein)kinderen gaat door de coronarichtlijnen heeft ze extra veel werk verricht. Er bloeit veel moois, zoals de drie (!)seringen, de hoge spirea, akelei, vergeet-me-nietjes, de rode klimroos en de lichtroze rododendron. De dieppaarse variant achter in de tuin staat op uitkomen en daarna zullen het vingerhoedskruid en de vele stokrozen aan de beurt zijn.

Ook de boerenjasmijn, roze roos, dwergmispel, lavendel en ooievaarsbek hebben al vele bloemknoppen. Vervolgens is het wachten op de mooie ruit, misschien wel de favoriete plant van Nel die nu nog niet opvalt met zijn fijne blad tussen het vele groen. Een andere favoriet, de bluebells oftewel wilde hyacintjes, zijn al uitgebloeid.

Het enige dat niet meer zal bloeien is de pruimenboom. Deze is helaas vorig jaar winter overleden. Toch haalt Nel hem niet weg. Het roodborstje en het winterkoninkje vinden het nog steeds een fijn plaatsje om te zitten en de kraaien vlogen dit voorjaar af en aan om dooie takjes te halen voor hun nesten. Kijk, dat is dan weer dat natuurlijke tuinieren waar Nel van houdt. En waar ze heerlijk vanaf haar stoeltje naar kan kijken…

#AchterDeSchutting: de moestuin van Henk en Marianne

Vorige keer behandelde ik in de rubriek #AchterDeSchutting de siertuin van Henk en Marianne. Deze keer is de moestuin van het stel aan de beurt.

Ongeveer een dagdeel per week hebben ze er voor nodig. In het voorjaar en tijdens de oogstperiode misschien wel een hele dag. Maar voor al dat werk krijgen ze een mooie beloning. Verse groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin. De moestuin van 180m2 bij de Vereniging voor volkstuinders de Paasweide dan wel te verstaan.

Ruim dertig jaar geleden begonnen ze met moestuinieren. De eerst 15 jaar bij hun woning op het platteland. Toen ze naar Haren verhuisden, hadden ze eerst geen moestuin. Maar na een paar jaar – zo’n 15 jaar geleden ongeveer – pakten ze de draad weer op. Bij de Paasweide ditmaal.

Marianne: “Het mooiste van moestuinieren is het oogsten. Sowieso het idee dat je self-supporting bent, heeft me altijd aangelokt. Het mooiste zou zijn dat je ook nog een eigen koe, kip en varken hebt, dat je echt zelfvoorzienend bent. Maar dan kun je er niet meer bij werken. Daar heb je een dagtaak aan.”

In principe zouden ze van de oogst een heel jaar kunnen leven. Maar dan zouden ze meer moeten verwerken, wecken en invriezen. Dat doen Henk en Marianne niet. “Vers is toch het lekkerst. Anders krijg je van die slappe boontjes uit de vriezer.” “We bewaren wel veel in de kelder. Daar blijft het ook lang goed.” Henk vult daarop aan: “Je kunt het ook nog onder de grond bewaren, afdekken met stro. Daar zijn wel methodes voor. Maar dat doen wij niet.”

Hongerige slakken

Zoals gezegd staan er wel fruit en kruiden in de tuin, zoals een appelboompje (elstar), aardbeien, een aalbessenstruik, dille, basilicum, rabarber en een grote maggiplant. Maar Henk en Marianne verbouwen voornamelijk groenten in wat Marianne dan ook heel terecht de “groentetuin” noemt. Zo staan er onder andere: rode bieten, tuinbonen, sperziebonen, courgette (gele en groene), boerenkool, andijvie, prei, broccoli, sla, witlof, worteltjes, ui, komkommer, rode kool, spitskool en rucola in de grond.

Helaas willen het dit jaar niet zo lukken met de witlof en de boerenkool. Slakken hebben vrijwel alles opgegeten. Natuurlijk vinden ze dit zonde, maar een ramp is het niet. Marianne: “wat niet lukt, halen we gewoon in de winkel. We zijn gelukkig niet afhankelijk van de oogst.” Ook Henk haalt enigszins zijn schouders erbij op. “Het is nu eenmaal een slakkenjaar. Dat gebeurt soms. We bestrijden ze in principe niet, maar heel misschien ga ik dit jaar toch maar eens zout strooien. Daar kruipen ze liever niet overheen.”

Wat er wel mooi bij staat, zijn de aardappels. Henk en Marianne verbouwen maar liefst 3 soorten. Vroege aardappels (Frieslander), middenvroege (Raya’s) en een laat ras (Texla’s). Hierdoor kunnen ze bijna het hele jaar van hun eigen aardappels eten. Want die zijn toch wel het allerlekkerst. “Bij de aardappels is er een groot verschil tussen die van ons en die van de winkel. Het is altijd weer jammer als ze op zijn.”

Kennis van moestuinieren

Het grote verschil tussen de moestuin en de siertuin is de hoeveelheid werk. In de moestuin moet veel meer geschoffeld en onkruid gewied worden. Met name in het voorjaar betekent dat veel werk. Marianne: “De zaailingen en het onkruid groeien even hard. Ze moeten natuurlijk wel een kans krijgen. Maar later in het jaar wordt het makkelijker. Dan groeit het dicht en krijgt onkruid minder kans. Door het combineren van de juiste planten wordt het ook makkelijker. Sommige planten doen het goed naast elkaar, anderen niet. Als je dat weet, scheelt het werk.”

De kennis die Henk en Marianne hebben, komt voort uit jarenlange ervaring en wat hulp van internet en andere tuinders. “We hebben wel eens een boek aangeschaft of gekregen, maar de meeste kennis krijg je toch door het te doen. We kunnen veel op internet vinden en soms krijg je wel eens ongevraagd advies van anderen. Je maakt een praatje met elkaar en dan kun je ervaringen uitwisselen. Soms helpt dat.”

Zo kregen ze bijvoorbeeld een goede tip om knolvoet tegen te gaan: “Bij knolvoet zit er een soort wratachtige verdikking op de grens tussen wortelstelsel en plant. In die verdikking zit een larve. Als je die verdikking opensnijdt, gaat de larve dood en wordt de plant niet verder aangetast. Dat zijn van die weetjes waar je anders geen flauw benul van hebt. Maar de beste tip was nog wel die van het zaaien in termijnen. De eerste keer hadden we alles in één keer gezaaid. Toen hadden we misschien wel honderd kroppen sla. Wat moet je ermee?” vertelt Marianne lachend.

’s Ochtends oogsten

Tuinieren bij de Paasweide is gezellig, alhoewel Henk en Marianne daar niet komen voor de sociale contacten. Marianne: “Je maakt wel eens een praatje, maar daar heb je niet altijd tijd voor.” Soms worden er gezamenlijke activiteiten gehouden. Meestal in het voorjaar en najaar, bij het begin en einde van het seizoen. “Dan drinken we wat en nemen mensen huisgemaakte gerechtjes mee. In het najaar doen we dan meestal ook wat klusjes samen.” Ook is er een ongeschreven regel: alles wat bij de waterpomp ligt mag worden meegenomen. Een overschot aan oogst, stekjes of zaailingen. “Op die manier kun je eens wat nieuws proberen.”

Tot slot nog even het beste tijdstip om te moestuinieren. Desgevraagd zegt Marianne dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt. “Alleen ’s avonds zijn er nog wel eens irritante vliegjes. Dan ben je blij dat je een lange broek of iets met lange mouwen aan hebt. Maar oogsten doe ik wel graag ’s ochtends. Dan is alles nog lekker fris. Na een hele dag in de brandende zon is het minder lekker. Soms ga ik, nog voor de kinderen komen*, al om zeven uur naar de groentetuin. Dan weet ik zeker dat ik die dag lekkere groente heb.”

*Marianne is gastouder, zie ook #AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne

#AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne

Deze keer in de rubriek #AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne uit de wijk Maarwold. 

Toen Henk en Marianne 20 jaar geleden deze tuin betrokken, was het eigenlijk al een mooie tuin. Alleen stonden er toen nog meer bomen. Maar de vele bollen, zoals de talrijke boshyacintjes, de boerenjasmijn en de forsythia waren er al. Omdat het ontwerp van de tuin ze beviel, hebben ze aan de vorm nooit veel veranderd. Sommige bomen zijn verwijderd en een aantal mee verhuisde planten zijn toegevoegd, maar verder heeft de tijd vrijwel stilgestaan in dit kleine stukje Maarwold.

Dat kon mede doordat het ontwerp van de tuin van een tijdloze eenvoud is. Rondom het vrijstaande huis is één zijde vrijgehouden voor de oprit en de garage. De overige drie zijdes zijn gereserveerd voor het grasveld en één grote border die beide als een halve circkel rondom het huis liggen. In die border staan een aantal enkele bomen en struiken, en daartussen groepjes vaste planten, bollen en eenjarigen.

Sommige van de vaste planten komen elders terug in de border. Maar soms hebben ze een andere kleur, terwijl ze toch van dezelfde moederplant komen. Henk: “dezelfde plant kan op de ene plek een heel andere kleur hebben als op een andere plek. Ik weet ook niet hoe dat kan. Het heeft misschien wel met de grond of de zon te maken.” Een voorbeeld hiervan zijn de anjertjes die nu in bloei staan. In het ene stuk zijn ze lichtroze, een eindje verderop zijn ze diep donkerroze.


Japanse esdoorn

In de tuin van Henk en Marianne wordt wel getuinierd, maar niet echt volgens een bepaalde visie of in een bepaalde stijl. Marianne: “Eigenlijk proberen we het gewoon een beetje in toom te houden. Maar het hoeft niet strak in het gelid. Ook qua kleur is alles welkom.” Waar ze wel rekening mee houden, zijn de dieren. Zo ruimen ze pas in het voorjaar de tuin op. Dit trekt heel veel vogels die afkomen op de zaadjes en de insecten die kunnen schuilen tussen de afgestorven planten.

Ondanks dat ze zichzelf geen uitgesproken siertuinierders vinden, staan er wel heel veel bloeiende planten en struiken in de tuin. In de border staan onder andere klokjesbloem, hemelsleutel, scheefkelk, anjers, guldenroede en klaprozen. Langs de garage klimt een kamperfoelie. Pronkerwt, duizendschoon en slaapmutsje vind je terug in de border, langs de schutting en zelfs in kieren tegen de gevel. In potten staan een aantal tomaten- en peperplanten (jalapenos). Langs de gevel van de aanbouw groeien drie grote druivenranken met een blauwe druif.

Blikvangers van de tuin zijn de oleander en een kleine rododendron, die eigenlijk geen rododendron is, maar waar Henk en Marianne de naam niet van weten. Beide bloeien rijkelijk en vallen daardoor goed op in de tuin. Een andere in het oog springende schoonheid is de Japanse esdoorn die meeverhuisd is uit hun vorige tuin. Toen was het nog een klein boompje. De buren genieten ook erg van het uitzicht op de roodbruine boom en al helemaal als de scheefkelk, groengele struiken, heide en een kruipplantje met blauwe bloemen langs de straatzijde ook bloeien.

Moestuin

Langs de schutting bij de oprit bloeit een grootbloemige bosrank. De enige andere bosrank – een witte – heeft kort daarvoor nog gebloeid. Tot hun spijt zijn alle andere aangepote bosranken nooit aangeslagen. Het was namelijk de bedoeling om de volledige schutting te laten begroeien met deze mooie klimmer, maar dat is in al die jaren nog steeds niet gelukt. Henk: “ik vind zo’n kale schutting nooit zo mooi, maar ze willen hier maar niet groeien. Nu laten we de struiken van de buren er maar een beetje doorheen komen.”

Naast de siertuin bij het huis, hebben Henk en Marianne ook nog een moestuin bij volkstuinencomplex de Paasweide. Daar komen waarschijnlijk ook de klaprozen vandaan. “Ineens stonden ze er. Waarschijnlijk zijn ze meegelift met een stekje die van de moestuin hier naar toe gekomen is. Zo hebben we ook guldenroede staan, dat hebben we nooit zelf geplant.”

Het werken in de siertuin verdelen ze ongeveer 50/ 50. “Net hoe het uitkomt.” Henk doet wel meer in de moestuin. De voornaamste bezigheden bestaan uit onkruid plukken en het mos in het gras bestrijden. Henk: “we laten nu het gras wat langer groeien, ik heb het idee dat het zo wat meer de overhand krijgt. Maar het helpt natuurlijk niet dat het mos blijft liggen in de tuin.” “Dat komt doordat de kinderen ermee spelen in het keukentje,” antwoord Marianne, die als gastouder het belang van de kinderen daarmee voorrang geeft. “Ach, het is ook gewoon niet anders,” antwoord Henk weer. “We hebben hier nu eenmaal arme grond.”

Genieten in de zon

Voordeel van het langere gras, zijn de vele madeliefjes in de tuin. Ook daar spelen de kinderen graag mee. Net als met het speeltoestel in het gras. Ooit, als Marianne met pensioen gaat, zal die nog wel eens weggehaald worden. Maar voorlopig voldoet hij nog prima. Als de pensioengerechtigde leeftijd aanbreekt wil Marianne misschien ook nog wel een bijenkast. Dat is nu niet handig, met de kinderen, maar lijkt haar heel mooi. “Ik vind het belangrijk dat de bijen blijven bestaan. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij.”

Al met al is de tuin van Henk en Marianne dus een gastvrije tuin. Zowel voor kind als dier. Maar bovenal is het een tuin om lekker in te genieten. Want zoals Marianne het zelf zegt: “Ik vind in de tuin werken wel leuk, maar uiteindelijk geniet ik toch het meest van de tuin als ik lekker met een stoeltje in de zon zit.”

Update: inmiddels geniet Marianne van een welverdiend pensioen!

#AchterDeSchutting: de tuin van Truus

Deze keer  in de rubriek #AchterDeSchutting: de tuin van Truus uit de wijk Maarwold.

Al 40 jaar tuiniert Truus met veel plezier in haar voor- en achtertuin van bijna 200m2. Toen ze begon wist ze nog niet zoveel over tuinieren, maar door gewoon heel veel te proberen, is ze steeds wijzer geworden. Vroeger, toen de kinderen nog klein waren, bestond de achtertuin (85m2) uit voornamelijk gras. Een echte kindertuin, met onder andere een zandbak. Tegenwoordig is de ruimte opgedeeld in twee ruime borders en een flink terras. Die wel weer helemaal vol staat met potten. Want Truus houdt van bloemen.

In de tuin staan onder andere vingerhoedskruid, akelei, rododendron, salvia, flox, vrouwenmantel, ooievaarsbek, een volwassen druivenrank en een pas aangeplante bosrank. De echte blikvangers zijn echter de hortensia’s (blauwe, roze en een klimhortensia), de vele roosjes, en de Afrikaanse lelie in pot. Daarnaast is Truus erg gecharmeerd van het hangend hartje (ook wel bekend als gebroken of tranend hartje) en de vlammend rode montbretia lucifer. Van die laatste heeft ze onlangs nog tien nieuwe knolletjes geplant.

Vogelnestjes

Truus is niet de enige die gebruik maakt van de tuin. Sinds kort zitten er zowel in de voor- als achtertuin vogelnestjes. Wel drie in totaal. De vogeltjes vliegen af en aan en maken dankbaar gebruik van oude pottenrekjes die enigszins verscholen in de klimop hangen als basis voor hun nestjes. In het verleden heeft Truus wel eerder nestjes in de tuin gehad en ze hoopt deze keer ook weer op een goede leg: “Schattig hoor, het geluid van die kleine vogeltjes uit de heg.”

Een strenge tuinier is ze niet, trouwens. Plantjes die tussen de tegels of de borderrand opduiken mogen gewoon blijven staan. Ook de rododendron die bij de buren vandaan door de schutting groeit, mag gewoon blijven. Onkruid gaat ze wel te lijf. Zevenblad wordt met de hand geplukt, de rest van het wieden gaat met de schoffel.

Onbezorgde dahlia’s

In die 40 jaar is er natuurlijk wel eens het een en ander mislukt in de tuin. Vroeger zette Truus alles wat ze mooi vind in de grond, maar tegenwoordig gaat ze zorgvuldiger te werk. Doordat een grote bosbeuk achter hun tuin een hoop zon wegneemt, is ze genoodzaakt planten te zoeken die wel een beetje schaduw kunnen verdragen. Gelukkig kan ze aan de rechterkant van de tuin nog wel wat zonvragende planten kwijt.

Wat ook niet meehelpt is de arme zandgrond waar menig tuinier in Maarwold mee te maken heeft. Soms moet je daardoor accepteren dat sommige planten het gewoonweg niet goed doen in je tuin. Zo heeft Truus al meerdere keren geprobeerd om zonnehoed aan te planten. Helaas zonder succes. De condities in hun tuin zijn blijkbaar niet goed genoeg voor deze zonminnende zomerplant.

Wel hoopt ze deze zomer op een succesje met haar dahlia’s. Die moeten nog de grond in, maar ze wacht nog even op een bestelling van een online tuinwinkel.  Daar heeft ze onlangs namelijk grote ronde plastic ringen met daarop koperdraad besteld. Deze ringen moeten de vraatzuchtige slakken tegenhouden, die het iedere keer voorzien hebben op haar jonge dahlia’s. Afgelopen zomer is ze al begonnen met slakkenvallen met bier en nu hoopt ze met die ringen eindelijk eens onbezorgd haar dahlia’s tot bloei te zien komen.

Sophie

In de hoek van het terras staat een klein tuinbeeld. Een rond hoofdje met twee opgestoken armpjes. Truus kreeg dit beeldje van haar beste vriendin toen deze haar kleindochter kreeg: Sophie. Ze gaf hem aan Truus, die zelf geen kleinkinderen heeft, met de woorden: “Ik heb een Sophie gekregen, nu krijg jij een Sophie van mij. Het beeldje is helaas wel al een paar keer omgevallen, waardoor Sophie nu een beetje een gehavend neusje heeft.

Truus is erg blij met haar tuin. Maar toch heeft ze nog wel wat wensen. Zo wil ze achter graag de grote grindtegels vervangen. In de voortuin is dat al gebeurd, daar liggen nu mooie witte tegels. Maar nóg liever ziet ze de grote beuk achter haar huis verdwijnen. Truus verteld lachend: “Toen we hier net woonden waren het nog kleine boompjes. We hadden toen de hele middag en avond zon in de tuin. We wisten ook nog niet dat hij zo groot zou worden. Kun je nagaan. Ik heb ‘m in een droge zomer zelfs nog water gegeven, had ik dat nou maar niet gedaan!”

#AchterDeSchutting: de tuin van de buurvrouw

In de rubriek #AchterDeSchutting wederom een tuin uit de wijk Maarwold. Deze keer de tuin van de buurvrouw (van een eindje verderop…)

Twee lange jaren heeft het geduurd. Maar nu is de buurvrouw eindelijk weer aan het tuinieren. Door een ernstige blessure en operatie aan haar schouder, was ze lange tijd onthand. Letterlijk. Maar nu kan ze weer voorzichtig werken in de tuin en is ze niet meer volledig afhankelijk van anderen. Niet dat de tuin eronder te lijden had hoor. Ook zonder bemoeienis staat hij er weelderig bij. Maar het is toch wel weer fijn om buiten bezig te zijn.

Want sinds ze zo’n 22 jaar geleden voor het eerst “op de grond” kwam wonen, is ze met veel plezier aan het tuinieren. Vroeger vrij fanatiek, maar tegenwoordig zet ze er niet alles meer voor opzij. Buurvrouw: “Vroeger bleef ik echt weekenden thuis voor de tuin en wilde ik zelfs liever niet op vakantie. Maar tegenwoordig weet ik dat de tuin zich ook prima redt zonder mij.”

De basis voor de achtertuin was al gelegd door de vorige bewoners. Aan het model is in al die jaren niet veel veranderd. Maar de buurvrouw heeft wel gesleuteld aan de inhoud. Zo stonden er veel meer bomen en was er een grasveldje. Tegenwoordig staan er vooral bloemen en struiken zoals vingerhoedskruid, stokrozen, hortensia’s, azalea’s, kruipend zenegroen, schildersverdriet, judaspenning, akelei, camelia, tulpen, voorjaarsbolletjes en voorjaarsmargriet.

Bloemeneilandjes

Al die veranderingen zijn niet van de ene op de andere dag gegaan. Sterker nog: in het begin wist ze helemaal niets van tuinieren. “Ik dacht dat de azalea’s bosjes dood hout waren. Ik had ze al helemaal kort gesnoeid toen iemand mij vertelde dat die dooie takken wel weer zouden uitlopen en bloeien. Ze staan er nog steeds en zijn prachtig.”

Het leuke aan de tuin van de buurvrouw, zijn de diverse bordertjes, die tussen de tegels opduiken. Deze kleine bloemeneilandjes zijn eigenlijk organisch ontstaan. Soms komt er een tegeltje bij. Ook om de tuin onderhoudsvriendelijk te houden. Om dezelfde reden is het terras ook vergroot. Want: “Tuinieren is heel leuk, maar het moet wel te doen blijven.”

Bordertjes tussen de tegels zijn één ding, maar verdwaalde plantjes tussen de tegels mogen niet blijven staan. Als een border opgeruimd wordt, worden dat soort ongeregeldheden ook verwijderd. De steentjes die langs de randen liggen worden weer even opgelicht en netjes gelegd: kortom, de hele border wordt dan aangepakt. Maar daarna kan de buurvrouw diezelfde border weer een tijd met rust laten. “Ik ben er niet voor de tuin. De tuin is er voor mij.”

Kleine maggiplant

De tuin in kunnen lopen en dan allerlei eetbaars kunnen plukken vind de buurvrouw erg leuk. Zo staat er een grote aalbessenstruik, die de vogels behoorlijk goed met rust laten. Ze doen zich namelijk eerst tegoed aan de krent van de buren en tegen de tijd dat ze toe zijn aan de aalbes, heeft de buurvrouw daar zelf al meer dan genoeg van geplukt. Helaas wil het met kruiden plukken niet zo goed lukken. Bieslook en oregano willen nog wel. Maar de maggiplant waar ze haar hoop op gevestigd had, wil maar niet groter worden.

Blikvangers van de tuin zijn de hortensia’s en de eerder genoemde knalrode azalea’s. Maar de lievelingetjes van de buurvrouw zijn de stokrozen. “Die worden een beetje vertroeteld.” Momenteel hebben ze veel last van de pissebedden en mieren, dus houdt ze ze extra in de gaten. De stokrozen zijn er in allerlei kleuren, maar de meeste zijn roze. Soms, als ze bij anderen mooie kleuren ziet, ‘pikt’ ze wel eens wat zaadjes. “Die paar zaadjes missen ze echt niet.”

Maar de buurvrouw pikt niet alleen bij anderen. Ze geeft ook heel veel weg. Eigenlijk vind ze dat nog wel het mooiste: een beetje handelen met stekjes en zaadjes. Want weggooien kan ze sowieso niet. Planten die zich wat al te lustig voortplanten of een overschot aan zaadjes: ze geeft ze met alle liefde aan anderen. Wat ze niet kan slijten bij buren, vrienden en kennissen krijgt een mooi plaatsje in het nabijgelegen plantsoen.

Met liefde tuinieren

Die liefde voor de plantjes uit zich ook in de manier van onkruid verwijderen. De buurvrouw gaat liever op handen en knieën door de tuin, dan dat ze de schoffel pakt. “Schoffelen kan ik niet. Heb ik ook nooit gekund. Dan schoffel ik alles dood. In mijn tuin is dat ook bijna niet te doen. Doordat ik nooit iets plan, hebben planten geen vaste plek waar je om heen kunt schoffelen.”

Soms is dat gebrek aan een plan wel eens lastig. Zo kocht ze laatst bij een tuincentrum twee rode lobelia’s, omdat ze zo weinig rood in de tuin had. Maar daarbij had ze niet gedacht aan de vuurrode azalea’s die zowel in de voor- als achtertuin staan en ook niet aan de pas aangeschafte camelia die ze overigens wel al heel lang op haar verlanglijst had staan. De buurvrouw verteld lachend: “Die lobelia’s konden natuurlijk niet te dicht bij de azalea’s en de camelia staan, dus het was nog lastig daar een goed plekje voor te vinden!”

Zo bewijst de buurvrouw maar weer dat je ook zonder een vooropgezet plan een weelderige bloementuin kan hebben. Zolang je maar met liefde tuiniert.

#AchterDeSchutting: de tuin van Frans en Linda

In de rubriek #AchterDeSchutting bespreek ik allerlei soorten tuinen uit de gemeente Haren. Ik trap af met onze eigen tuin die we in het voorjaar van 2011 volledig nieuw aangelegd hebben.

Onze tuin (van Frans en Linda) hoort bij een jaren 70 hoekwoning in de wijk Maarwold. Het is een groene tuin, ongeveer 300 m2 groot, met veel vaste beplanting en weinig bestrating. De bestrating die er ligt is volledig met oude klinkertjes gelegd. Rondom de tuin staan hagen en hekjes. Het grootste gedeelte van de tuin bestaat uit gras. Een grote beukenhaag vormt een afscheiding met de tuin van de buren. Vóór de haag ligt een smalle, verhoogde border. Dit is de ‘witte border’ met vooral witbloeiende planten, maar er staan ook wat blauwe en lichtroze bloeiers tussen. Door de haag krijgt deze border in de zomer weinig zonlicht, daarom staan er ook een aantal schaduwliefhebbers zoals varens tussen de beplanting.

Klaprozen en korenbloemen

Naast het tuinhekje van de achteringang ligt de ‘natuurlijke -of boerenborder’. Twee paarsroze hortensia’s zijn hier het middelpunt, daaromheen groeien voornamelijk kruiden en eenjarige veldbloemen zoals verschillende soorten klaprozen en korenbloemen. Naast deze border staat een door Frans gemaakte pergola, die inmiddels al flink begroeid is met een druif en een doornloze braam. 

Aan de voorkant van het huis, tegen het tuinhuisje aan ligt een traditionele roze border, met voornamelijk witte, roze en paarse planten zoals lampepoetser, vetkruid, ijzerhard, duifkruid en ridderspoor. Ook staan hier een witte en donkerpaarse vlinderstruik. Langs beide zijkanten van het tuinhuisje groeit een weelderige bosrank: de clematis armandii, die een lengte van wel 10 meter kan krijgen. 

Natuurlijke afscheiding

De gehele zijkant van de tuin is begroeid met planten, struiken en bomen en biedt zo een natuurlijke afscheiding met het naastgelegen plantsoen. Doordat hier geen schutting of een dichte haag geplaatst is, oogt de tuin heel ruimtelijk en is het klimaat in de tuin aangenaam. Een onopvallend gazen hekje zorgt er voor dat de medegebruikers van de tuin – Flatcoated retriever Lana en zoon Tom van 1,5 – niet weg kunnen.  

We vinden het beide fijn om in de tuin te werken, maar wel op geheel eigen wijze. Frans is altijd bezig met het onderhouden van de grasmat terwijl de borders juist weer mijn ‘kindjes’ zijn. Waar Frans graag maait, blaast, kapt en snoeit, ben ik wat voorzichtiger en gaat ikhet liefst met een keukenschaar de tuin door. Ook het vallend blad in het najaar is een heikel punt. Frans ruimt de tuin het liefst op in de herfst, terwijl ik juist alle zaadjes en blaadjes wil laten liggen in de border ter bescherming van de vele bloembollen en als voedselvoorziening voor de diertjes. Gelukkig is de tuin een mooi compromis tussen beide wensen en daardoor in evenwicht.

Ontwerp en aanleg

Een groot deel van de beplanting was al aanwezig toen de tuin in 2011 op de schop ging. Sommige struiken en planten werden verplaatst, andere vormden de basis voor het huidige ontwerp. We bedachten het ontwerp zelf en voerden ook alle werkzaamheden zelf uit. In het begin was de tuin nog heel kaal, maar gaandeweg kwamen er steeds meer planten bij en werden de nieuwe en bestaande planten steeds groter. Hierdoor is nog geen enkel seizoen hetzelfde geweest in deze tuin.

De voorjaarbolletjes zijn mijn absolute favorieten. Als in januari de eerste sneeuwklokjes, winterakonietjes en krokussen de kop opsteken gaat voor mij het tuinseizoen al beginnen. Regelmatig wordt er dan even een inspectierondje gemaakt om te zien waar en wat er boven de grond komt. Dit gaat door tot laat in het voorjaar met de vele tulpen, narcissen, blauwe druifjes en diverse sieruien. 

Afrikaanse lelie

Toch zijn er ook dingen die niet zo goed willen lukken. Zo heb ik de eerste zomer een Afrikaanse Lelie gekregen van mijn schoonmoeder. Deze stond prachtig te bloeien in een grote pot op het terras. Helaas heeft de lelie de winter in het tuinhuisje niet overleefd. Het jaar daarop volgde een nieuwe poging, met wortelstokken gekregen van de buurvrouw. Maar helaas gebeurde er niks. De felbegeerde lelie kreeg alleen een klein blad en daarna gebeurde er niets meer. Hij ging niet dood, groeide niet, niets. Nu, na vier zomers in deze tuin heb ik het nog steeds niet voor elkaar. Máár… volgend jaar probeer ik het nog één keer!