#AchterDeSchutting: De tuin van Toos en Ernst

De tuin van de secretaris van de Groei & Bloei vereniging (Toos) en de voorzitter van IVN werkgroep wilde plantentuinen (Ernst). Dát moet toch wel iets bijzonders zijn. Nou, die verwachting werd waargemaakt! En dat op één van de koudste en regenachtigste junidagen die ik me kan herinneren. Gelukkig waren we er vroeg bij en konden we voor de eerste bui losbarstte al een ronde door de tuin maken.

Toos en Ernst zijn beide voor veel mensen bekende inwoners van Haren, vooral dankzij hun actieve rol in het verenigingsleven en de talloze vrijwillige activiteiten waarbij ze betrokken zijn. Naast de IVN en de Groei & Bloei afdeling Haren/ Eelde zijn ook de Hortus Haren en diverse andere organisaties dankbaar voor hun inzet, nu en in het verleden. Daarbij heeft Toos ook nog eens de gave van een vlotte pen en weet ze van zeer veel planten verhalen, wijsheden en eigenschappen te beschrijven. Ernst heeft als (macro)fotograaf een goed oog voor detail en het leven in de tuin. Al met al werd het een boeiende ochtend, waarbij meer onderwerpen werden besproken dan alleen hun eigen tuin!

Al deze mooie foto’s zijn gemaakt door Ernst Flentge

Ratelaar en grasklokjes in het gras

Eén van de eerste dingen die opvalt bij Toos en Ernst, is hun gastvrijheid. Zelfs als spontane gasten in het gazon opduiken. Grasklokjes zoals het rapunzelklokje, ratelaar, vaste pronkerwt, havikskruid en herfstanemoon: ze mochten allemaal een prettig plekje zoeken en behouden tussen het gras. Het gazon wordt daarom selectief gemaaid, eerlijk delen met de planten lijkt het devies. Vooral de ratelaar is daar als halfparasiet dankbaar voor: zonder gras kan deze voor insecten belangrijke plant niet voortbestaan. Misschien wel de mooiste ontdekking tussen het gras was de moeraswespenorchis die dit jaar de kop op stak. Deze zeldzame, inheemse plant is afhankelijk van aanwezige schimmels voor kieming en groei. Dit soort spontane ontdekkingen komen dus niet vaak voor!

Naast een groot aantal inheemse planten, is er ook ruimte voor meer traditionele en bekende tuinplanten zoals geranium, vrouwenmantel, hosta, diverse soorten rozen en verschillende salvia’s. Ernst vertelt: “Het doel van de Werkgroep Wilde Plantentuinen – voorheen Wilde Plantenkring Haren – is om belangrijke inheemse planten te beschermen en te behouden en een tuin te creëren met een redelijk evenwicht tussen beplanting en de mate van onderhoud. Maar daarbij zijn we niet streng in de leer. Toos vult daarbij aan: “Tussen voorjaar en zomer bloeien weinig inheemse planten. Andere vaste planten en struiken zijn in die periode een belangrijke aanvulling.”

De tuin in juni

Van Chileense bruidskrans tot madeliefje: het is er allemaal!

Ook worden planten uit het buitenland van harte verwelkomd. Zo is Ernst zeer gecharmeerd van de Chileense bruidskrans die hij eens in Engeland kreeg. Ook andere nationaliteiten komen voor in de tuin, zoals het bescheiden plantje Corsicaanse munt dat tussen de tegels kruipt en bloeit. Internationaal klinkend, maar stiekem toch inheems is Noors walstro die ook in de tuin te vinden is. Deze plant staat op de rode lijst voor bedreigde plantensoorten. Toos haar favoriete bloem komt vaker voor en kennen we allemaal: het madeliefje. Sterker nog: jarenlang stond ze bekend als Miss Daisy onder vaste bezoekers van de Hortus.

Een ander kenmerk van deze tuin is het grote verschil tussen afmetingen van de planten. Van kleine planten zoals goudveil, klein heksenkruid, eenbes, muskuskruid en boswederik tot imposante planten als schout-bij-nacht, hangende zegge, moesdistel en schildblad. Als bomen en struiken zijn er – naast de mooie klimrozen – onder andere een zelf gezaaide kers, een appelboom, een aalbes, braam, twee hoge bolacacia’s en een metershoge rododendron.

De tuin in juni

Een interessante tuin met veel dieren

Niet alleen planten die ze zelf plaatsten zorgen voor verhalen. Ook de metershoge conifeer die in de hoek van de tuin staat: “Dit type conifeer wordt in de meeste tuinen toegepast als laagblijvende sierstruik. Bij ons stond hij al in de tuin en hij is heel hoog. Op een dag stopte spontaan een man met zijn auto bij onze tuin en vroeg of hij stekjes mocht nemen. Wat bleek: hij was kweker en wilde graag dit exemplaar vermeerderen. Hij heeft vervolgens, zonder dat je wat zag aan de plant, tal van stekjes meegenomen en als dank ook een dode vlier uit onze tuin gehaald!”

Het werk in de tuin wordt merendeels door Ernst gedaan. Toos haar vrijwillige werkzaamheden maken dat zij wat vaker van huis is. Haar bijdrage bestaat voornamelijk uit het oppotten van “weggooiers”, of stekjes uit de Hortus en het bedenken van grappige projecten. Maar hun gezamenlijke kennis en ervaring levert ontegenzeggelijk een mooie en interessante tuin op, die goed bezocht wordt door dieren. Van miljoenpoot en libelle tot de vele vogels en een incidentele bosmuis: ze komen allemaal voor in deze groene straten rondom het centrum. Sterker nog: Toos en Ernst weten mij te vertellen dat zelfs reeën regelmatig deze kant opkomen en ’s nachts zelfs tussen de winkels van het centrum gespot worden! Zoals gezegd, het was een boeiende en leerzame ochtend…

Ook deze mooie foto’s zijn van Ernst Flentge

NB: Een paar keer per jaar bedenkt Toos een nieuwe, grappige kinderspeurtocht voor de Hortus. De vele feiten en verhalen die ze van diverse planten weet, komen daarbij goed van pas. Samen met het beeldmateriaal dat Ernst maakt voor Toos én de mooie illustraties van illustrator Anjo Mutsaars levert dat iedere keer weer een verrassende, educatieve speurtocht op die leuk is om te doen met je (klein)kinderen!

#AchterDeSchutting: De tuin van Henk Jan en Ilse

Na een succesvol avontuur met online winkel Gadero – bekend van de tuinmaterialen – startte Henk Jan vijf jaar geleden met een nieuw project: Yarinde.nl. Tuinliefhebbers die zich online oriënteren zijn deze naam vast al eens tegengekomen. Yarinde biedt namelijk via de website en een mobiele app borderpakketten, beplantingsplannen en, in toenemende mate, losse verkoop van vaste planten, bomen en heesters. De site en app zijn daarnaast erg leuk voor meer inspiratie en advies over tuinieren.

Henk Jan vertelt: “Ik investeer met mijn huidige bedrijf Veams in startups. In sommige daarvan heb ik zelf een rol in de bedrijfsvoering, zoals bij Yarinde. Dat zijn de bedrijven waar ik zelf ook een binding mee voel. Yarinde hebben Michaël en ik samen opgezet. Hij heeft de inhoudelijke plantenkennis en ik hou me vooral bezig met de website. Hoewel mijn vader een kwekerij heeft met bomen en heesters, heb ik toch nog heel veel kennis opgedaan de afgelopen jaren. Door het boek De Tuinjungle ben ik geïnspireerd geraakt en me meer gaan verdiepen in biologische en inheemse planten. We merken bij Yarinde ook dat de vraag daarin toeneemt.”

“Het is soms wel een zoektocht” erkent Henk Jan. “Het is lastig om biologische kwekers te vinden die de volumes kunnen leveren die we nodig hebben. Biologische fruitbomen zijn bijvoorbeeld goed te verkrijgen, maar biologische heesters zijn er bijna niet. Terwijl die toch veel makkelijker biologisch te kweken zijn als vaste planten. Ook prijstechnisch is het soms een puzzel. Gelukkig zien we wel dat er goede ontwikkelingen zijn en blijven we zoeken naar kwekers die bij onze doelstellingen passen.”

Grote tuin in Haren met inheemse beplanting

De afgelopen jaren besteedde Henk Jan niet alleen aandacht aan Yarinde, maar investeerde hij samen met zijn partner Ilse ook in hun vrijstaande nieuwbouwwoning aan de rand van Groningen. Het perceel was voorheen een weiland dus om daar een mooie tuin van te maken schakelde het stel de hulp in van landschapsarchitect Kasper Klap. Er waren slechts een paar wensen: naast een paar praktische eisen werd er gedacht aan een zwembad en vroegen ze om een deels inheemse beplanting.

Henk Jan vertelt: “Kasper heeft vrijwel alles bedacht en gaf eerlijke adviezen. Zo voelde hij niets voor ons idee om achter in de tuin een zwembad te maken. Veel te winderig en weinig privacy. Nu ligt het zwembad beschut tussen de woning en de schuur. Hier maken we er veel sneller gebruik van. Andersom voelden wij weer niets voor een trendy zwembad met donkere wanden. Onze kinderen vinden het eng om in donker water te zwemmen. Daarom hebben we ook niet gekozen voor een zwemvijver.

De houtwal draagt bij aan de biodiversiteit

In het ontwerp is rekening gehouden met het zicht op de landelijke omgeving. “Kasper gaf zelf toe dat hij initieel teveel beplanting had gekozen aan de rand van het perceel. Dat zou ten koste gaan van de zichtlijnen. Nu wordt het uitzicht slechts kort onderbroken door twee knotwilgen, een perenboom en een natuurlijke rand van een inheems bloemenmengsel en grassen. Een fraaie houtwal aan de andere zijde maskeert het zicht op de tuinen van de buren. Ook deze houtwal draagt bij aan de landelijke sfeer en de biodiversiteit. Hier staan onder andere groene en zwarte vlier, hulst, een appelboom, bessenstruiken, een walnotenboom, hazelaars, dakspaaneik en boerenjasmijn.

Rondom het huis werd gekozen voor meer gestructureerde borders, maar ook daarin was ruimte voor veel inheemse beplanting zoals longkruid, distels, paarse dovenetel, duizendknoop, grote pimpernel, ruwe smele, ooievaarsbek, kruipend zenegroen, elfenbloem en akelei. Een meidoornhaag scheidt de tuin van de straat. De inheemse beplanting werd aangevuld met siergrassen, biologische bijenlokkers zoals salvia, prachtkaars, ereprijs en lavendel en heesters en kleine bomen zoals specerijplant, krent en een mooie purperen pruikenboom. Langs de pergola bij het zwembad groeien twee soorten blauwe regen en kamperfoelie.

In de border langs de schaduwzijde van de woning staan een aantal hortensia’s. Henk Jan: “Die hortensia’s zijn ergens het plan ingeslopen, want ik heb eigenlijk niets met deze plant. Ze voegen niets toe aan de biodiversiteit. We hebben nu fluweelhortensia’s staan. Het blad is mooi, maar ze doen het niet zo goed op deze plek. Als ze het niet redden, vervang ik ze misschien door de eikenbladhortensia. Die vind ik mooier.”

Om in te spelen op het veranderende klimaat werd in de voortuin onder de grond een grote tank ingebouwd waarin regenwater wordt opgevangen. Dankzij een ingebouwd systeem kan daar eenvoudig een sproeier op aangesloten worden. “Vorig jaar heb ik er in de droge weken maar een paar keer mee kunnen sproeien maar toen was alles nog maar net aangelegd. Vooral het vele gras vroeg veel water.”

Wintergroene steeneik en meerstammige leibomen

Net als iedere tuinier heeft Henk Jan een paar elementen in de tuin waar hij trots op is. Zo werd hij verliefd op de meerstammige leibomen die langs het zwembad extra privacy bieden. Ook is hij blij met de wintergroene steeneik die deze ‘binnentuin’ siert. “Deze boom past bij de sfeer en verliest geen blad. Dat was wel een voorwaarde met het zwembad. Hij is nu nog niet zo groot, maar kan wel tientallen meters hoog worden. Ook de krent in de voortuin vind ik mooi als hij in bloei staat.”

Een andere combinatie ontstond toevallig. Tijdens de bouwwerkzaamheden werd er een enorme zwerfkei gevonden in de grond. Volgens goed gebruik moest die ergens op het erf een nieuwe plek krijgen. Hij werd met heel veel moeite een klein stukje verderop geplaatst bij de mooie sierkers. “Het is echt een enorme steen, de shovel kon hem maar net tillen. We wisten eigenlijk niet zo goed wat we er mee moesten. Maar als de kers in bloei staat vind ik het een mooie combinatie om te zien. Het heeft goed uitgepakt.”

Al met al is Henk Jan tevreden met de tuin. “Er is nog ruimte voor verbetering en sommige delen zijn nog in aanleg, zoals de moestuin, maar we zijn nog steeds erg blij met het ontwerp en de adviezen van Kasper. Van beide kanten was er veel ruimte voor inbreng van ideeën en daar is de tuin echt beter van geworden. Nu mag het allemaal nog een beetje gaan groeien!

Tot slot nog een tip: Op Yarinde staan heel veel blogartikelen met inspiratie en advies. Leuk voor de beginnende en de meer ervaren tuiniers onder ons!

#AchterDeSchutting: de tuin van Froukje uit Haren

Een prachtig rond raam in de zijgevel trok Froukje en haar gezin over de streep bij de aankoop van hun woning en datzelfde ronde raam vormde het uitgangspunt voor de weelderige plantentuin die zij sindsdien aan het vormgeven is. Ronde vormen en vloeiende lijnen leiden de ogen langs een voortdurend veranderend decor. Ze vormen de basis voor een levend schilderij waar planten de hoofdrol spelen en je – zowel binnen als buiten – continu zicht hebt op een groene omgeving en de veranderende seizoenen. Vanuit huis zie je geen muren, terrassen en vrijwel geen tuinmeubilair. Alleen de rode brievenbus is een teken van menselijke nabijheid. Als je dit natuurlijke paradijsje ziet is het moeilijk te geloven dat Froukje zich pas de laatste tien jaar serieus met tuinieren bezig houdt…

Froukje vertelt zelf: “Mijn moeder hield erg van tuinieren en was er bijna altijd mee bezig. En mijn opa had twee moestuinen waarmee hij vrijwel zelfvoorzienend was. Toch had ik zelf niet zoveel met tuinieren voordat we hier kwamen wonen. Wel was ik altijd al een buitenmens. Buiten bezig zijn is nog steeds een fijn aspect aan het tuinieren.”

“Een tuin groeit met je mee”

Toch begon het voor ze naar Haren verhuisden wel al een beetje te kriebelen. “Zielsgelukkig” was ze dan ook met hun huidige tuin die ze “toen” heel groot vond. Alles werd er uitgehaald, behalve een paar hagen en de vlinderstruik die nu nog steeds het middelpunt van de voortuin vormt. Met de kennis van nu zou ze dat alleen niet meer zo gauw doen.

“Ik moest nog veel leren in de beginjaren. Als ik nu opnieuw zou beginnen, zou ik eerst langer nadenken over een goed plan. Vooral de indeling vind ik lastig omdat we een vrij grote voortuin hebben, terwijl de kavel naar achteren toe in een punt loopt. Aan de andere kant: een tuin groeit met je mee. Het is een proces van veranderende smaak, behoeftes en kennis van planten. Je leert je tuin kennen in al haar facetten en maakt daardoor andere keuzes. Als ik niet had geweten dat het licht heel mooi door de bomen valt op een bepaalde plek, had ik daar ook geen reuzenvedergras neergezet.”

Haar manier van tuinieren veranderde ook in de afgelopen jaren. “In het begin hield ik een vrij strakke regie over de tuin en hield ik vast aan bepaalde plantencombinaties. Maar gaandeweg leerde ik meer loslaten en steeds vaker kies ik planten die het gewoon goed doen in deze tuin. Ook als ik planten zaai, het liefst in de volle grond, laat ik vooral de natuur zijn werk doen. Wat dat betreft ben ik een redelijk makkelijke tuinier geworden. Maar ik stuur wel bij waar nodig. Een kruipende duizendknoop en muurfijnstraal mogen zich bijvoorbeeld uitbreiden door het grind van de looppaden. Ze verzachten de harde lijnen en maken de tuin nog groener. Maar ik laat dan geen andere kruipertjes meer toe in het grind. Dat wordt teveel.”

Plantencomposities op gevoel

Als het gaat om composities, dan laat Froukje zich vooral leiden door haar gevoel. Ze zoekt daarbij het contrast op en kijkt vooral of twee planten elkaar versterken of juist afzwakken. Dat doet ze het liefst in de tuin zelf: “Ik moet het zien in de ruimte. Soms passen bloeikleuren wel bij elkaar, maar valt een plant toch weg tegen het blad van de omliggende planten. Of een plant is vrij onopvallend maar komt toch heel mooi uit in combinatie met andere planten. Door ze bij elkaar te zetten, merk je veel sneller of de combi werkt of niet.” Ze heeft meerdere mooie composities in haar tuin en geen uitgesproken favoriet, maar als ze dan toch één moet noemen is de zachtgele etageplant brandkruid met de paarse aren van gamander een combinatie die niet verveelt.

Froukje heeft een kleurrijke tuin en dat komt doordat ze durft te kiezen voor kleurtonen die passen binnen het geheel. Bijvoorbeeld het optimistische, frisse geel van guldenroede en zonnebloem ‘Lemon Queen’ of warme tinten paars en rood van salvia ‘Amistad’, duizendknoop (‘Rowden Gem’ is favoriet!) en pimpernel. Het warme donkerrode blad van blaasspirea vormt een mooi contrast met de vele groen- en grijstinten. Maar voor een leuke en spannende tuin kijkt Froukje niet alleen naar kleur en contrast: “Geur, beweging, structuur en ritme zijn minstens zo belangrijk.”

Interesse in wilde planten

De beplanting in de tuin oogt al heel natuurlijk en de laatste jaren is Froukje zich steeds meer gaan interesseren voor inheemse en wilde planten. “Iedere plant moet een toegevoegde waarde hebben. Niet alleen sierwaarde, ik vind het ook belangrijk dat de plant een functie heeft in het ecosysteem. Veel mooie inheemse planten bloeien in het voorjaar, tot juli ongeveer. Daarna nemen de vaste planten en grassen het over in mijn tuin.”

“Daarnaast hebben we nog een soort wilde tuin bij De Paasweide. In deze volkstuin verbouwen we al heel lang geen groente meer. We hebben alleen nog wat fruitstruiken. Mijn plan was om een pluktuin ervan te maken met heel veel bloemen. Maar eigenlijk ben ik ook niet zo’n plukker. De laatste tijd is de volkstuin daardoor meer en meer een plek geworden waar ik experimenteer met inheemse planten zoals koningskaars, klaproos, slangenkruid, duizendblad en bolderik. Ik weet niet zeker of de moestuinierders om ons heen daar erg blij mee zijn, maar volgens mij vinden ze het niet zo erg want deze natuurlijke tuin trekt wel heel veel bestuivers aan!”

NB: Alle foto’s zijn van Froukje zelf en vormen een mooi beeld van haar tuin door de seizoenen heen.

#AchterDeSchutting: Tuinreservaat Elzenburg

“Van cultuur naar natuur, die uitdaging gingen wij aan.” Aldus Tjerk Zwanenburg van Tuinreservaat Elzenburg. Bij de aanleg van deze wijk aan de rand van Haren stelde de gemeente de nieuwe bewoners voor een uitdaging: leg de tuin zó aan dat deze een vloeiende overgang volgt van cultuur naar natuur. Geen vreemd verzoek aangezien de tuin slechts door een watertje gescheiden wordt met de rand van de Oosterpolder. In Tuinreservaat Elzenburg is die uitdaging gelukt. En hoe!

Bij aankomst aan de voorkant van de woning valt nog niet direct op wat een bijzondere tuin er achter schuilgaat. Natuurlijk, de amberboom (Liquidamber) is zeer mooi en kleurt in het najaar prachtig rood. Maar zonder nadere bestudering, of met minder kennis, zou het ook een ‘gewone’ Japanse esdoorn kunnen zijn. En ja, de strakke stenen vijver heeft een leuke twist omdat hij met de vijver van de achtertuin verbonden is door een slim ‘kanaaltje’. Maar uniek? Hmm, nog net niet.

Tuinreservaat Elzenburg start met een gecultiveerde tuin.

Hoe anders wordt het als u rustig de achtertuin doorgaat. Heel geleidelijk, bijna onopgemerkt loopt u van een gemaaid gazon en een strakke vijver, via fruitbomen en – struiken en langs een al meer natuurlijke vijver naar het aflopende gedeelte van de tuin. Hier vindt u een lemen vijver, die via een meanderende wadi overtollig water afvoert naar het lager gelegen natuurlijke watertje. U loopt over een smal graspad omringd door hoge inheemse planten als kattenstaart, moerasspirea en kaardenbol. Waar eerder in de tuin een milde maar duidelijke regie wordt gevoerd over het groen, verdwijnt deze langzaamaan richting de rietkragen en bomen die het einde van de tuin markeren. Tenminste, zo lijkt het.

Tjerk vertelt namelijk dat ze – waar nodig – toch wel een beetje bijsturen. Ze doen dit voornamelijk op gevoel en laten zich daarbij leiden door wat de natuur hun biedt. Tjerk: “Afgelopen voorjaar ontdekten we wilde orchideeën in de tuin. We laten al een paar jaar een stuk gazon ongemoeid in verband met Maai-Mei-Niet en tot onze verrassing pakte dat zeer goed uit. Naast veldbloemen zoals koekoeksbloem en boterbloem doken er namelijk afgelopen jaar ook een paar wilde orchideeën op. Deze pioniersplant is vrij zeldzaam dus wij hebben langer gewacht met maaien zodat we de zaden konden oogsten. Door dit succes hebben we besloten om ook achter in de tuin een stukje vrij te maken voor het Maai-Mei-Niet principe in de hoop dat we daar over een paar jaar ook weer bijzondere soorten tegenkomen.”

Van cultuur naar natuur

Soms wórdt de regie voor hen uit handen genomen. Dan wordt van buitenaf besloten om de teunisbloemen te kortwieken en de bloemen van de aardbei weg te halen. Met de wilde dieren van een natuurgebied als achterburen kan het namelijk voorkomen dat de reeën eens op snoeptocht gaan door de tuin. Soms worden ze gespot, maar meestal vertellen alleen de afgeknabbelde planten dat ze op bezoek zijn geweest.

Tjerk en Nynke zijn niet alleen actief bezig in hun eigen tuin. Ze zijn als vrijwilligers betrokken op verschillende terreinen van de Hortus in Haren. Letterlijk in de zin van een stukje onderhoud, maar ook op andere manieren. Zo is Tjerk voorzitter van de vereniging Vrienden van de Hortus. Daarnaast zijn ze nauw betrokken bij de permacultuurtuin van de Mikkelhorst, waar bezoekers vrij binnen kunnen wandelen om kennis te maken met deze natuurlijke manier van (moes)tuinieren. Tot slot hebben ze ook nog een eigen moestuin op het volkstuinencomplex bij de Mikkelhorst. Het is duidelijk dat dit stel, samen met anderen, een belangrijke rol speelt in het groene karakter van Haren!

De Permacultuurtuin in de Mikkelhorst

Tot slot: tijdens de Open Tuinen Estafette in mei was ik ook al te gast in Tuinreservaat Elzenburg. Toen zag de tuin er nog heel anders uit! #AchterDeSchutting: Open Tuinen Estafette Haren

#AchterDeSchutting: De tuin van Tineke en Jan

Een tuin van ongeveer 3000 m2 mooi houden. Dat vinden veel mensen best wel wat werk. Maar als dat ‘werk’ nou past bij je manier van leven en je er volop van geniet? Dan is dat toch helemaal niet zo erg? Zo denken Tineke en Jan erover en waarschijnlijk kunnen veel tuinliefhebbers zich daar helemaal in vinden. Ze vertellen het zelf: “Iemand anders gaat een blokje om, een stukje fietsen of naar de sportschool. Wij blijven in beweging in de tuin. Natuurlijk moet er veel gebeuren. Er is altijd een nieuw stuk dat heringericht wordt. Maar het is leuk werk en we zijn er graag mee bezig. Mensen mogen hier altijd spontaan op bezoek komen. Maar de kans is groot dat ze ons aantreffen in onze tuinkleding!”

Van weiland naar tuin

Een tuin van deze afmetingen ontstaat niet zomaar. Jan en Tineke tuinieren al 35 jaar op dit mooie stuk land dat in totaal een oppervlakte heeft van ongeveer een hectare. Het achterliggende weiland hoort namelijk ook nog bij de boerderij van het stel. Het is een nonchalante tuin aldus Tineke, want heel precies werken is hier “niet te doen.” Toen ze hier net kwamen wonen was er niet meer dan weiland rondom de woning. Stukje bij beetje werden de vele meters omgetoverd in een landelijke tuin met heel veel vaste planten, fruitbomen en -struiken, een bostuin en een gedeelte waar bloemen geplukt mogen worden en Tineke een minimoestuin en kruidenspiraal bijhoudt.

Maar het begon allemaal met een houtwal aan de rand van het perceel: “Er was alleen gras, brandnetels en distels. De noordenwind had vrij spel.” Er werd een houtwal aangelegd met onder andere berken, wilgen en vlierstruiken. De vlier en de wilg deden het iets te goed, daar werd al snel ingegrepen. Maar ook van de zeven berken zijn er nog maar twee over. Tineke: “In het begin wisten we nog niets. Ook niet hoe groot de struiken en bomen werden. We hebben veel weer weg moeten halen omdat het te dicht op elkaar stond.” Inmiddels heeft vooral Tineke veel kennis van planten en het aanleggen van een tuin opgedaan door het lidmaatschap van de Groei & Bloei vereniging en een tuinontwerpcursus die ze volgde. Jan is meer van de grote lijnen en het terreinonderhoud.

De volgende stap was een terras bij het huis aanleggen, waar lekker in de zon gezeten kon worden. Een laurierstruik, meegenomen uit een eerdere tuin in Groningen, zorgt nog steeds voor beschutting op het lager gelegen terras. Jan vertelt: “We hadden eerst een kleine tuin in Groningen. Toen we hier kwamen wonen moesten we vooral wennen aan de ruimte en welk effect dat had. Wind en regen beleef je hier heel anders dan in een stad.” Ook de bodem van voornamelijk veengrond en klei moest het stel leren kennen en dan vooral het feit dat deze keihard wordt bij droogte.

Dieren die de tuin bezoeken

Een ander aspect waar rekening mee gehouden moest worden, zijn de dieren die de tuin bezoeken. Mollen, marters en zelfs een wezeltje hebben de tuin bezocht en de slakken en konijnen eten graag een hapje mee van al het plantgoed. Tineke en Jan vertellen: “De konijnen vallen mee, maar een slak kan zo in een nacht tijd voor een paar tientjes aan jonge plantjes opeten.” Alleen daarom al vindt Tineke zaaien en stekken een leuke manier van nieuwe planten kweken. Het houdt de kosten binnen de perken. “Maar het ergst zijn de reeën. De populatie is de laatste jaren flink gegroeid en ze beschouwden onze tuin als een Michelinrestaurant. Ze aten zelfs de akeleien op die tégen de muur van het huis groeien! Het is een gek idee dat wij aan de andere kant van die muur lagen te slapen als ze dat deden.”

In eerste instantie wisten Jan en Tineke niet dat het reeën waren die de gaten in hun beplanting veroorzaakten, maar dankzij de tuinclub kwamen ze op dit spoor: “Ze waren me nooit opgevallen, maar toen ik het eenmaal wist, zag ik ze vaker en herkende ik de kenmerken. We zien ze nu regelmatig in het achterliggende weiland. Het is een prachtig gezicht, die koppies die ons in de gaten houden, maar toch hebben we een dubbele omheining om ze op afstand te houden!”

Dieren speelden vaker een rol in de afgelopen tuinjaren. Zo verhuurden Jan en Tineke regelmatig het achterliggende weiland aan eigenaren van grazers. Koeien, paarden en zelfs Schotse Hooglanders liepen hier rond, maar vonden niet echt hun plek op de soms te natte veengrond. Alleen schapen hebben het een tijdje vol gehouden. Maar hoewel het stel gerust genoot van de dieren en de avonturen die het opleverde, vroegen de dieren toch te veel aandacht om het op deze manier te blijven doen.

Inspiratie in een schaduwtuin

Het bezoeken van andere tuinen is een goede manier om kennis en inspiratie op te doen. Zo haalde Tineke inspiratie voor de bostuin uit een schaduwtuin in Peizermade. “Ik ben de laatste tijd weer veel bezig in dit gedeelte. Die wordt soms wat te wild. Dan heb je ineens een braam die de weg oversteekt. Maar ik wist niet zo goed wat ik wilde. Na het bezoek aan Peizermade heb ik bij Tuingoed Foltz een deinanthe en een begonia gekocht die hier nog komen te staan. Deinanthe is een mooi alternatief voor hortensia’s en de begonia bloeit lang. Ook ben ik begonnen met een stobbentuin, oftewel een gedeelte waar ik oude boomwortels en -stammen laat begroeien met varens, mossen en paddenstoelen.”

Verder staan er onder andere bosanemoontjes, varens, lievevrouwenbedstro, vingerhoedskruid, tranend hartje, salomonszegel en kamperfoelie in dit bijzondere stukje van de tuin. Op de gedeeltes waar de zon door de beplanting piept staan de iets meer zonminnende planten zoals de voorjaarszonnebloem en een klimroos. Een flink gedeelte is ingeruimd voor de mooie elfenbloem die delen van de bodem bedekt en al vroeg in het voorjaar bloeit. Tineke tipt dat ze altijd vroeg in het jaar het lelijk geworden blad wegknipt omdat je na die tijd de kans loopt om de mooie bloemen per ongeluk weg te knippen.

Echte blikvangers in de tuin zijn de vele rozen. Sommige van die rozen kweekte Tineke zelf op uit de stekjes van andere rozen. Eéntje werd, een beetje noodgedwongen, opgekweekt tot stamroos vanwege de hongerige reeën die toen nog regelmatig de tuin bezochten. “Tja, dan moet je een list verzinnen.” Aldus Tineke.

Eén heel mooie roos, Rosa Albertine, is een vijf jaar oude rambler die zichzelf door de sering en prunus vlecht. Hij is te zien vanaf het fietspad dat langs het huis loopt. Een mooi cadeau voor de voorbijgangers dus! Een andere die favoriet is bij Tineke is de roos Guirlande d’Amour: een mooie klimroos met kleine, witte bloemen. Deze steunt op de stam van een voormalige conifeer. Om hem zo hoog in de top te krijgen moesten Tineke en Jan wel wat capriolen uithalen, maar dat zijn ze na 35 jaar tuinieren en meerdere tuinavonturen wel gewend.

Border met een wow-effect

Nóg een blikvanger is de rood- oranje-gele border waar je vanuit diverse kijkrichtingen – waaronder het prieel genaamd Boslust, naar het ouderlijk huis van Jan – zicht op hebt. In deze border is de hoofdrol weggelegd voor bloemen met felle kleuren. Het vormt een mooi contrast met de borders waar vooral veel roze, paars en witte bloemen staan. Tineke vertelt: “Ik wilde graag een border met een wow-effect. Die er echt uitspringt als je aan komt lopen. In deze border staan onder andere achillea, havikskruid, phlomis, hemerocallis en leonotis. Nog even en dan bloeit de crocosmia lucifer. Die vlamt er echt uit. Deze border krijgt nog meer invulling, ik ga onder andere nog oranje-gele akelei zaaien.

Zo is er altijd iets te zien in deze mooie tuin. Hoewel de oppervlakte ook wel eens z’n nadelen heeft. Soms is Jan, Tineke even kwijt. Als Tineke – die niet zo groot van gestalte is – ergens aan het werk is achter een border of in de bostuin, dan weet hij niet zo snel waar ze is en heb je elkaar niet zo vlug gevonden. Op zo’n moment luidt hij maar even de ijzeren bel die bij het terras hangt. Tijd voor koffie!

P.S. Tijdens de Open Tuinen Estafette was ik ook al in de tuin van Tineke en Jan. Bekijk die foto’s ook eens om te zien hoe de tuin, in slechts enkele weken, er al weer heel anders uitziet! (Het is de tweede tuin in deze post.)

#AchterDeSchutting: De tuin van Bernadette

Enige tijd terug was ik op bezoek bij tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp. Zij laat zien dat je geen grote tuin hoeft te hebben om toch te kunnen voldoen aan een heleboel wensen. In haar tuin vliegen bestuivers af en aan en worden groenten, kruiden en fruit gekweekt tussen de vele bloeiende en geurende planten. Er zijn verschillende zitjes en er kan geklommen en geschommeld worden. Er is zelfs een minivijver die de kikkers vanuit het ‘rommelhoekje’ van de tuin via een mooi beschutte route weten te vinden. Het is een idyllisch plekje, waar je oog steeds op iets nieuws valt.

Tijdens mijn vorige bezoek praatten we al veel over haar tuin, want daar begon de liefde voor het tuinieren en het ontwerpen van tuinen waar de natuur tot zijn recht komt. Ondanks dat de echte bloei nog op gang moest komen, zag ik toen al het effect van een goed tuinontwerp. Continu viel mijn oog op iets anders in de tuin. Ik zag zelfs de mussen paren in de appelboom! Maar ook de ontluikende planten en de verschillende doorkijkjes prikkelden de nieuwsgierigheid.

De kracht van de natuur

Dat is ook de bedoeling vertelt Bernadette: “Het ontwerp is zo gemaakt dat je over de paadjes dwaalt en niet alles in één keer ziet. Ondanks dat het niet heel groot is, creëer je zo wel het gevoel en de illusie van een grote tuin. Het is misschien niet altijd handig met grasmaaien, maar je beleeft de tuin wel meer op deze manier.”

Nog een belangrijk aspect van het ontwerp is het schapenhekje die de tuin in tweeën verdeeld. Bernadette legt uit: “Het idee is dat achter dat hekje het ‘eetbare’ gedeelte van de tuin begint. Het is ontstaan zodat ik mijn dochter – die toen nog kleiner was – duidelijk kon maken wat eetbaar was in de tuin en wat niet.” Inmiddels is niet alles in dit gedeelte meer eetbaar, maar veel wel, zoals de kruisbes, aardbeien, broccoli en bonen. De appelboom kweekte Bernadette zelf op uit zaad vertelde ze de vorige keer al. Het ontzag voor de kracht van de natuur komt ook ditmaal ter sprake terwijl we door de tuin lopen voor de foto’s.

We hebben het over prikkels en hoe de tuin in drukke tijden kan zorgen voor meer rust en aandacht voor detail. Ook in de tuin zijn prikkels – er is immers overal wat te zien – maar deze natuurlijke prikkels zijn juist wel rustgevend omdat ze passen bij de behoeftes van ons oerbrein. Bernadette: “In de tuin kom je tot rust. Bezig zijn met natuur, bewegen, ruiken, proeven, waarnemen: dat is gewoon hoe het bedoeld is.”

De materialen in de tuin zijn zoveel mogelijk hergebruik of onbehandeld hout want de natuur is welkom in de tuin. De stapstenen kwamen bijvoorbeeld uit een tuin uit het dorp en werden zodanig neergelegd dat kruipertjes ertussen hun weg vinden. Ook de muurstraal mag zich nestelen tussen de voegen van de bordermuur bij de garage. De mooie houten kas werd op maat gemaakt op een bestaande stenen border. En het kastanje houten speeltoestel dient de mens, maar ook de vele insecten en vogels die hier nestmateriaal en voedsel vinden.

Bloemenweelde

Bernadette is fan van de ooievaarsbek en die keert dan ook regelmatig terug in het ontwerp. Ze vertelt: “Het is een heel makkelijke plant, die lang bloeit, vaak wintergroen is en veel nectar geeft. Het is zo gezellig om alles wat daar op af komt voorbij te zien vliegen.” Maar ook de grote klimrozen die de achter- en zijgevel bedekken zijn geliefd en spectaculair om te zien. Bernadette: “Iedere keer als ik ze gesnoeid heb, ben ik bang dat ze het niet redden, maar ze worden juist steeds mooier.”

Het is lastig te bedenken dat deze tuin een paar jaar terug slechts een kale, hoekige tuin was met een paar van de voornoemde rozen en een handjevol vaste planten. Bernadette: iedere keer als ik op het terras zat, dacht ik: maar ik heb hier niets te zien. En wat er wel was, kwam niet tot zijn recht. Zoals de klimroos die tegen de vrijstaande garage staat. Die vindt Bernadette minder mooi, maar je haalt hem toch ook niet zomaar weg. Om toch de bloemenweelde die ze voor ogen had te creëren, heeft ze een clematis erbij gezet die dit jaar voor het eerst rijkelijk bloeide. “Nu dacht ik eindelijk iedere keer als ik door de tuinpoort stapte: Ja, zo heb ik het bedoeld.”

#AchterDeSchutting: de tuin van Krista in Groningen

Voor de rubriek #AchterDeSchutting ging ik langs bij Krista in Groningen, want voor een mooie tuin maak ik graag een uitstapje buiten Haren. Het ontwerp voor de tuin werd gemaakt door Bernadette Geradts, van Kleine Natuur Tuinontwerp. Dankzij haar ontwerp is de piepjonge tuin van Krista al een heerlijke groene plek waar bijen, vogels en insecten zich helemaal thuis voelen!

Krista woont samen met haar man en zoon in een huurhuis in een nieuwbouwwijk in Groningen. Hierdoor hadden ze op z’n zachts gezegd een flinke uitdaging voor de tuin. Want niet alleen de ligging tussen andere woningen en de voedselarme bouwgrond maakte het lastig, maar ook de beperkingen die bij een huurhuis komen, zorgden ervoor dat Krista en haar man niet zo goed wisten wat ze met de tuin moesten doen.

Krista vertelt: “Toen we hier kwamen wonen, was er alleen een postzegel groen in de vorm van een vierkant grasveldje. Er waren een paar vaste planten, langs de schutting groeide klimop en tegen het schuurtje stond een klimroos. Dat was het eigenlijk wel. Het water liep niet goed weg in de winter en in de zomer werd het bloedheet. De verhuurder wilde bovendien graag dat in grote lijnen de indeling bewaard bleef. Ook het aantal tegels en de schuttingen moesten blijven.”

“In eerste instantie probeerden we het zelf meer te vergroenen. We kregen een aantal ‘adoptieplanten’ van mensen en snoepten kleine stukjes van de oorspronkelijke indeling af. Maar omdat er geen plan achter zat, werd het een rommeltje. Ook de natuurlijke vergroening in de wijk bleef achter. Er zijn bijvoorbeeld weinig bomen. Planten stonden niet op de juiste plek, de grond deed niets. Het was geen geheel en een continu gevecht tegen het onkruid en plaagdieren. We verlangden vooral naar veel meer groen, diversiteit, flora en fauna.”

”Ik ken Berna, zoals ik Bernadette noem, al sinds mijn studententijd en toen zij de cursus tuinontwerp volgde, heeft ze voor ons een tuinontwerp als opdracht voor haar opleiding gemaakt. Wij hadden namelijk net besloten om toch te investeren in een groenere tuin – ondanks dat dit een huurhuis is – en konden wel hulp gebruiken. We hadden heel veel contact tijdens de ontwerpfase en hebben al onze wensen en dromen met Bernadette gedeeld. Ze heeft meerdere ontwerpen gemaakt en uiteindelijk hebben we gekozen voor het ontwerp dat het oorspronkelijke ontwerp het meest benaderde.”

Toch is het een heel andere tuin geworden en dat komt onder andere door het sterke beplantingsplan en het voorwerk in de bodem. “We hebben zelf de tuin aangelegd. Dat was in mei en juni 2022. Daarbij hebben we goed geluisterd naar de adviezen van Bernadette, want we zijn begonnen met het verbeteren van de bodem. We hebben de bouwgrond afgegraven en aarde aangevoerd en vermengd met de kleigrond die hier al was. Het voeden en verbeteren van de bodem doen we nu nog steeds met behulp van de vloeibare voeding en compost uit de Bokashi emmer. ”

Na het aanleggen van de grote lijnen en het verbeteren van de grond volgden de planten: “We hebben ons minutieus aan het ontwerp en het beplantingsplan gehouden, omdat we niet wilden dat het weer een rommeltje zou worden. Sommige planten waren in dat seizoen niet leverbaar, dus hebben we in overleg met Bernadette alternatieven gezocht. Sindsdien hebben we wel een paar kleine aanpassingen gemaakt, omdat de situatie daar om vroeg. Maar wel altijd in overleg. ”

Het is moeilijk te geloven dat ruim een jaar geleden de tuin er nog niet zo florissant bij stond. Tijdens ons gesprek zoemen de bijen, wijst het zoontje van Krista een spinnetje aan en houden vogels ons nieuwsgierig in de gaten. “Krista vertelt: het is zó dankbaar dat alle inspanningen op die manier beloond worden. De wormen en beestjes die je nu wel tegenkomt in de eerder zo arme bodem. De spreeuwen, koolmeesjes, merels, mussen en eksters die onze tuin nu bezoeken. Toen we het tweede krentenboompje plantten, kwamen de vogels om de beurt op de schutting zitten om deze nieuwe aanwinst nieuwsgierig te inspecteren. Het is zo fijn om te zien dat het plan gewoon werkt!”

“Een andere wens van ons was dat we wat wilden kunnen eten uit de tuin. We hadden al een aalbes en wat aardbeien, maar die stonden niet op de goede plek. Nu hebben we aardbeien, bieslook, tijm, blauwe bes, framboos en aalbes bij elkaar in een zonnig hoekje. Bij de gevel, net naast het bankje op het terras. Ook dat vond ik zo slim aan het plan van Bernadette: om ook direct bij de deur en de ramen planten te plaatsen. Je voelt je veel meer omringd door het groen op die manier.”

Iets anders wat Krista niet zelf had kunnen bedenken is dat de strakke lijnen toch een weelderige en luchtige tuin zouden opleveren. “Bij onze eigen pogingen om de tuin aantrekkelijker te maken, ging ik iedere keer uit van ronde vormen. Maar door de rechte lijnen van de schuttingen, de schuur en het huis te gebruiken, ontstond er veel meer eenheid. De lijnen volgen subtiel deze bestaande vormen en geven daardoor rust en structuur. Berna heeft dat goed aangevoeld, want daar ga ik persoonlijk goed op.”

Ook in het beplantingsplan komen de voorkeuren en persoonlijkheid van de bewoners terug, en dan vooral die van Krista. Zo werd er gekozen voor voornamelijk een wit en lichtroze kleurstelling. Krista: “We hadden eerst veel rood en oranje in de tuin door alle adoptieplanten. Dat was een te heftige kleurencombi voor mij. De kleuren die we nu hebben, geven me veel meer rust. De kleur van de bladeren is overwegend groen en mintgroen van ezelsoor en prikneus. Ezelsoor is een favoriet van mij. Ik ben heel tactiel en dat zachte, behaarde blad vind ik heel prettig. Daarnaast vind ik de bloemen van malva héél mooi en akelei is ook een favoriet. Vooral na een regenbui. Dat luchtige en kwetsbare van de plant in combinatie met de dikke, ronde druppels die blijven liggen op het blad. Dat ontroert me.”

Krista moet eerlijk bekennen dat de tuin haar ook wat persoonlijke inzichten gaf. “De tuin leert je veel over jezelf en hoe je naar de wereld kijkt. Je leert echt omdenken. In het begin probeerde ik veel te beheersen. In mijn familie werd er vroeger ‘streng’ getuinierd: de natuur moest zich schikken naar jou en niet andersom. Om dat te bereiken werden onder andere bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dat wilde ik natuurlijk niet. Maar hoe je dan wél op een natuurlijke manier tuiniert en omgaat met – bijvoorbeeld – een luizenplaag wist ik eigenlijk ook niet zo goed. Gelukkig leer ik dat van Bernadette. Net zoals ik steeds meer leer om los te laten en vooral te genieten.”

Genieten is inmiddels goed mogelijk, zelfs in de nog jonge tuin. De jonge esdoorn die van het zoontje van Krista is, zal met hem meegroeien tot een volwassen en stevig geworteld individu. En tijdens dat opgroeien geniet haar zoon, samen met vriendjes, van al het lekkers dat de tuin hun biedt. De nu nog jonge bomen zullen straks privacy en verkoeling geven aan het gezin en nectar en bessen aan de dieren die de tuin bezoeken. De tuin is net zo goed van een territoriale zweefvlieg als van de bewoners die daar inmiddels om moeten lachen. En zelfs elfjes zijn welkom in het elfenhuisje van Krista haar zoontje. Tezamen vormen ze een heerlijk stukje natuur, midden in een woonwijk in Groningen!

#AchterDeSchutting: de tuin van Jannie en Willem – deel twee

Vorig jaar was ik voor deze rubriek op bezoek bij Jannie en Willem in Oosterhaar. Zoals iedere tuinliefhebber weet, is de tuin ieder jaar en ieder seizoen weer anders waardoor zo’n tuinportret nooit helemaal volledig kan zijn. Daarom vond ik het extra leuk om van Jannie een foto te ontvangen van de gouden regen. Deze was vorig jaar tijdens mijn bezoek al vrijwel uitgebloeid, maar steelt momenteel de show in de alweer heel kleurrijke tuin van dit ondernemende stel. Bedankt Jannie en Willem voor de mooie foto’s!

Klik op deze link voor het volledige tuinportret.

#AchterDeSchutting: de tuin van Jannie en Willem uit Oosterhaar

Voor de rubriek #AchterDeSchutting neem ik een kijkje in tuinen van anderen. Deze keer was ik welkom in de tuin van Jannie en Willem in de wijk Oosterhaar!

Al vóór Jannie en Willem hier kwamen wonen, stond het stukje bos achter hun woning bekend als het vogelbosje. Nu, dertig jaar later, zijn de vogels nog steeds aanwezig en vliegen ze af en aan in de prachtig aangelegde tuin van het stel. Tot hun grote vreugde, want Jannie en Willem genieten enorm van al dat leven in de tuin. Sterker nog: ze helpen de dieren graag een handje mee!

De favoriete plek in de tuin is voor beiden het terras achter het huis. Zeer begrijpelijk want daardoor is er extra veel zicht op de borders, de nestkastjes in de omringende bomen en de vogels die badderen en drinken in de grote vogelbaden die Willem bij droogte iedere keer aanvult. Maar net zo lief zijn ze lekker bezig. Want door de hoge bomen die rondom staan, is er altijd wel wat te doen! Willem en Jannie vertellen: “We hebben natuurlijk veel blad in de tuin, maar ook in deze tijd van het jaar – mei – valt er allemaal bloesem uit de eikenbomen. Dat hoort er bij. Net als de grote slakken die uit het vogelbosje komen. Er komen soms lange draden met rupsen uit de bomen, maar die vinden de jonge vogels erg lekker. Daardoor hebben we ook geen last van de eikenprocessierups die verderop wel een plaag vormt.”

De spreeuwen genieten van het vogelbad

Heldere vijver

Maar niet alleen de bomen en de vogels vragen om aandacht. Er is altijd wel iets dat veranderd of verbeterd kan worden. Zo hadden Jannie en Willem jarenlang een mooie heldere vijver, boordevol leven. Maar toen de kleinkinderen kwamen, werd de vijver voor de veiligheid gedempt. Willem: “Dat is ergens wel jammer want zo’n vijver maakt een tuin compleet. Er zat vaak een reiger bij en we hadden vissen en kikkers. Maar het was ook wel veel werk om hem zo mooi en helder te houden.”

Een meer recente aanpassing was het omtoveren van een stuk gazon aan de achterzijde van het huis in een hortensiaborder. Jannie: “Dit stukje tuin aan de noordkant van het huis kreeg te weinig zon, waardoor het gras niet goed groeide. Nu hebben we daar hortensia’s neergezet die een groot deel van de zomer bloeien. Helaas had ik ze net rigoureus teruggesnoeid, niet wetende dat er een tuinportret gemaakt zou worden. Daardoor zullen ze dit jaar niet zo mooi bloeien, maar volgend jaar wel weer!” Ze vertelt het met een lach.

Jannie houdt erg van snoeien omdat de planten en bomen daar uiteindelijk veel mooier van worden en beter bloeien. Zo heeft ze eerder ook de Acer, of de Japanse esdoorn flink teruggesnoeid, waardoor die wél mooi staat te pronken. Ook de vele vlinderstruiken en de fuchsia lopen alweer uit en staan straks weer klaar om bijen en vlinders van nectar te voorzien. Helaas laten de paarse bloemen van de rododendron het een beetje afweten dit jaar en is de gouden regen, met drie kleine trossen, niet zo uitbundig aan het bloeien als vorig jaar.

Oranje ‘Koningsdag’ rododendron

Maar gelukkig is er nog veel meer moois te zien in deze kleurrijke tuin. Bijvoorbeeld de oranje ‘Koningsdag’ rododendron. Deze is net over zijn hoogtepunt heen, want ieder jaar weer bloeit deze opvallende verschijning prachtig rondom Koningsdag. “Eerlijk gezegd zou ik hem zelf nooit hebben uitgezocht” vertelt Jannie. “Maar hij kwam uit de tuin van mijn dochter en weggooien kunnen we niet zo goed over ons hart verkrijgen. Nu vinden we het toch ieder jaar wel speciaal dat hij op de verjaardag van de koning zo mooi bloeit!”

Ook een hortensia die eigenlijk in een samengesteld bloemenmandje zat, werd ‘gered’ en in de border gezet. “De hortensia had veel meer water nodig dan de twee andere, dus die hebben we snel in de grond gezet.” Zaadjes die Jannie en Willem krijgen van de kleinkinderen worden in een grote pot opgekweekt om ze te behoeden voor de slakken. En een gekregen bloemenzak die je aan de muur kunt hangen bewaarde Jannie en vulde ze dit jaar weer met nieuwe viooltjes. “Het was even een werkje, maar hij bloeit nu al weer een tijd!” De viooltjes in de verhoogde stenen border werden wel weggehaald en vervangen door scaevola’s. Die bloeien nog niet, maar vormen straks één grote, blauwe bloemenzee. Oh, en de bollen uit zo’n mooi bloeiende bollenmand? Die liggen al te drogen om straks de tuin in te gaan!

Dankbare planten

Genoeg te doen dus in de tuin en misschien is dat de reden dat Jannie en Willem beiden een vrij makkelijk plantje als favoriet aanwijzen: Willem de roze ooievaarsbek en Jannie een roze bosaardbeitje. Waarom? “Omdat ze de hele zomer doorbloeien, weinig werk kosten en het overal goed doen.” Ook kruipend zenegroen, die zich duidelijk thuis voelt in de tuin, vinden ze mooi vanwege de blauwe kleur. Aan de voorzijde van het huis vindt Willem de scheefkelk in combinatie met de blauwe bessen van de sneeuwbal een mooi plaatje. En de rotsplantjes tegen de gevel van het huis bloeien soms wel wekenlang. Dankbare planten, waar beiden dus van genieten.

Maar, zoals eerder gezegd, genieten ze ook van het leven in de tuin. We sommen even op: spreeuwen, merels, roodborstjes, mezen, zwartkopjes, boomklevers en zelfs een groene specht bezoeken de tuin. In de nestkastjes broeden op het moment van schrijven een koolmezenpaar en een paartje boomklevers. Een andere nestkast wordt intensief bezocht door een spreeuw, die waarschijnlijk bezig is met een tweede leg. Of de vleermuizenkast ook bewoond wordt, weten beide niet. Maar het zou zomaar kunnen.

Genieten van het buitenleven

De vele bloeiende planten en bomen zoals de onlangs geplaatste honingboom en de rijk bloeiende weigelia’s, een waardplant voor vlinders, maken dat deze tuin goed bezocht wordt door allerhande dieren en insecten. En natuurlijk omdat Jannie en Willem zorgen voor voldoende water en voer. Eekhoorntjes schieten door de bomen en zelfs een doodzieke marter wist de waterschalen te vinden. Jannie: “Deze was waarschijnlijk vergiftigd en is opgehaald door de dierenambulance. Zonde, want je wilt ze niet in je huis of auto, maar het zijn heel mooie dieren.” Uit alles wat ze zeggen spreekt de liefde voor dieren en de natuur. En ook in de tuinbeelden, gekozen door Jannie – die jarenlang boetseerde, komt de natuur vaak terug. Maar bovenal genieten ze van het buitenleven. Jannie: “We leven buiten, we eten buiten. Als het even kan, zijn we in de tuin. Er is altijd wat te doen, maar soms zeg ik ook tegen Willem dat we even lekker gaan uitrusten op het terras.” Willem op zijn beurt wil dat ook wel, maar maakt ook graag zijn klusje af: “Dan heb ik de dag erna mijn handen vrij voor andere dingen.” Niet gek als je bedenkt dat Willem een begenadigd kunstschilder is. Zijn favoriete onderwerpen? Landschappen, bloemen en natuurlijk… vogels!

Bovenaanzicht van de tuin

#AchterDeSchutting: De tuin van Kees en Roelfke

Vroeger, nog bij de boerderij in Uithuizermeeden, was de tuin het domein van Roelfke. Kees zijn tijd ging grotendeels op aan werk en de (paarden)sport. Maar sinds ze zo’n twintig jaar geleden in Haren kwamen wonen en beide wat meer tijd kregen, is het een gezamenlijke liefhebberij en zijn ze samen actief in hun prachtige tuin in de wijk Maarwold.

Rust pakken zit er niet in voor het actieve stel. Uiteraard genieten ze vaak op hun heerlijk zonnige terras van het uitzicht op de grote border en de vijver vol waterplanten en goudwindes, maar net zo vaak wordt hun oog getrokken naar een klusje dat nog even kan gebeuren. Gelukkig vinden ze dat niet erg: “Het is een hobby en we vinden het beide fijn om lekker bezig te zijn.” Kees zijn moeder zei altijd: “Je kunt me vaak zien zitten in de tuin. Op mijn knieën.” Wat maar aangeeft dat hij het actieve tuinieren niet van een vreemde heeft.

De structuur van de grote tuin, rondom de vrijstaande woning, was al aangelegd toen zij er kwamen wonen. De vorige bewoonster kon niet zelf meer werken in de tuin, waardoor deze voornamelijk bestond uit onderhoudsvriendelijke heesters zoals buxushagen, dwergmispel (cotoneaster) en rododendrons. Gaandeweg hebben Roelfke en Kees de tuin veranderd in een bloemenparadijs waar vrijwel het hele jaar wel iets bloeit.

Het hele jaar een mooie tuin

Dat begint al aan het begin van het jaar met sneeuwklokjes en krokussen en gaat door tot diep in het najaar met herfstasters, herfsttijloos en herfstasters. Tussendoor bloeit de beverboom (Magnolia), de mooie kornoelje (Cornus Kousa) en de almaar groter wordende prairieplant die het stel meenam uit Amerika. De vele rozen van Roelfke zorgen normaal gesproken zomers voor een bloemenzee aan de voor- en zijkant van het huis, maar helaas hebben die het de laatste jaren wat moeilijker door de droge zomers. Tot slot geven de groenblijvende heesters en de verschillende bomen daarna in de winter nog vorm en karakter. Niet voor niets zei een buurman ooit al eens: “Jullie tuin is het hele jaar mooi.” Een terecht compliment, want Roelfke en Kees hebben daar bewust voor gekozen en hard voor gewerkt.

“Zorg ervoor dat niet alles tegelijk op zijn hoogtepunt is.” Het is slechts één van de tips die Roelfke geeft voor een mooie tuin. Daarnaast geeft ze graag mee dat je altijd moet kiezen voor grote groepen in de tuin. Daardoor krijg je veel meer volume dan wanneer je van ieder klein plantje maar één exemplaar kiest. En, zegt ze: “Steek geen tijd in planten die het niet doen. Kies voor planten en combinaties die werken. Dat heb ik jaren geleden al geleerd.”

Wat niet wegneemt dat het stel regelmatig een plant op een andere plaats probeert. Soms staat hij gewoon niet op de juiste plek namelijk. Neem bijvoorbeeld de grote camelia in de voortuin. Vóór hij daar kwam te staan, had hij het altijd een beetje moeilijk. Maar nu heeft hij zijn plekje gevonden. Zelfs een zieltogende waaierpalm die in huis stond kreeg een plekje in de tuin, waar hij helemaal opleeft.

Sommige planten doen het té goed

Er zijn meer planten die het erg goed doen in de tuin van Kees en Roelfke. Bijvoorbeeld de vele variëteiten floxen die zelfs in september de borders nog opfleuren. Of de salvia’s, de verschillende soorten hortensia’s, de zonnehoed (rudbeckia’s) en de bijzondere azalea’s in de voortuin. Ook de paarse zonnehoed (Echinacea purperea) doet het zeer goed in de droge zomers van de laatste jaren. Perovskia bloeit de hele zomer door en de blauwe regen geeft in het voorjaar prachtig grote trossen bloemen.

De planten die het een beetje té goed doen, zijn de dropplant (Agastache) en ijzerhard (Verbena rigida). Beide leuke planten, maar de dropplant mag zich niet uitzaaien van Roelfke: “Dan kom je hem overal tegen. Ik wil geen planten die al te veel woekeren.” Ook de rudbeckia’s en de eerder genoemde verbenasoort zijn degenen die ze “een beetje in toom moet houden.”

In de vijver hebben sommige planten het ook een beetje té goed. Het eerstvolgende klusje voor Kees wordt het snoekkruid en het waterdrieblad van elkaar scheiden en in bescheidener proporties terug plaatsen. Van tijd tot tijd is dat nodig, want de kikkers, goudwindes en enkele blauwwinde moeten natuurlijk wel ruimte overhouden.

Dieren worden verwend in de tuin

Dieren worden sowieso een beetje verwend in deze mooie tuin. Regelmatig duikt een eekhoorntje op, die zich ook vaak in de hazelaar van de overbuurman laat zien. De vogels worden voorzien van zonnebloempitten uit eigen tuin en nestkastjes. Jarenlang kwam een mannetjesfazant op bezoek. Alleen katten willen Roelfke en Kees liever niet in de tuin. “Ik heb maar eerlijk tegen de buren gezegd dat ik hun katten van ons terrein verjaag als ik ze zie. Wij hebben liever een tuin voor de vogels dan voor de katten.” Aldus Roelfke.

Vergeleken met het grote erf bij hun akkerbouwbedrijf, is deze tuin redelijk overzichtelijk voor het gepensioneerde stel. Toch wordt de tuin “ieder jaar groter” aldus Kees. Hij doelt hiermee op het feit dat ze wat ouder worden en het onderhoud daardoor wat zwaarder is dan vroeger. Grote veranderingen zullen daarom niet meer plaatsvinden. Toen de oprit aangepast werd besloot het stel om te kiezen voor bomen en struiken aan die (schaduw)zijde van het huis. Want, zo zegt Roelfke: “We hebben het druk genoeg.”

Maar stiekem, tijdens het gezellige bezoek, schemert toch een beetje door dat Kees en Roelfke nog lang niet van plan zijn om op te houden met actief tuinieren. Terwijl we langs de bloemen, planten, bomen en struiken lopen vertellen ze regelmatig over de plannetjes die ze nog hebben voor hun mooie tuin. Lekker bezig zijn, houdt niet op van de ene op de andere dag. Gelukkig maar!

#AchterDeSchutting: de tuin van Martine uit Vries

“Een georganiseerde chaos”, zo omschrijft Martine haar cottagetuin in Vries. In Vries? Ja, want voor een mooie tuin maak ik graag een uitstapje buiten Haren. En mooi is de tuin van Martine en haar man zeker! In 20 jaar tijd wisten ze van een grote lap grond overwoekerd met coniferen, een heerlijk plekje te maken vol geurende bloemen, struiken en talloze fruitbomen. Want… “in een tuin hoort een boom” aldus Martine.

Met familie in Engeland is het niet gek dat Martine geïnspireerd raakte door de typisch Engelse cottagetuinen die vooral in de Cotswolds nog volop aanwezig zijn. Sterker nog: ze kreeg van haar broer en schoonzus zelfs een zaailing van een Engelse beuk cadeau toen ze dit huis betrokken. Deze boom, ook wel een rode beuk genoemd, heeft in het voorjaar opvallend roze blad dat later naar rood verkleurd. Gedurende de hele zomer blijft deze kleur behouden, tot hij tegen het eind van de zomer groen wordt. Met een vooruitziende blik plantte Martine hem op de uiterste hoek van het erf, want inmiddels is het een flinke knaap geworden en nog lang niet uitgegroeid.

Pioenrozen, rozen en camelia’s

In een cottagetuin horen rozen. Rondom het huis staan meerdere soorten, maar gek genoeg willen ze niet op alle plaatsen aarden. Vooral de roos Westerland is zeer kieskeurig. Alleen in de border naast het gazon wil deze abrikooskleurige dame staan en zelfs daar valt de bloei enigszins tegen. Zeker als je het vergelijkt met de bloei van dezelfde roos in haar families tuin. Blijkbaar gedijt deze roos beter in de Engelse zomers.

Maar de rode rozen (Bridesmaid) aan de voorzijde van het huis zijn daarentegen wel weer “een prachtig plaatje”. “Als ze in volle bloei staan heeft de hele voortuin een rode gloed.” Een ander soort rozen die het fantastisch doen in deze tuin, zijn de vele pioenrozen. Martine vertelt: “Door schade en schande wordt je wijs. Zo bestelde ik in het eerste jaar voor een fortuin aan narcissen, wat het vervolgens totaal niet deed. Maar pioenrozen doen het hier geweldig, dus daar heb ik steeds meer van gekregen. Een van mijn favoriete bloemen in de tuin is de abrikooskleurige pioenroos. Die is heel mooi. En de roze camelia Ashton’s Pride. die bloeit al in november. Zo bijzonder!

Een andere favoriet zijn de talloze blauwe druifjes die in april de tuin kleur geven. Alle borders kleuren dan blauw. “Zo slecht als narcissen het hier doen, zo goed doen de blauwe druifjes het.” In het najaar is het de beurt aan de zachtroze herfstcyclaampjes die een groot tapijt vormen in de border naast de oprit. Net als de blauwe druifjes voelen ze zich thuis in deze tuin.”

Overal in de tuin zie je klimplanten verweven met struiken en bomen. Siererwt door de hortensia’s, kamperfoelie in de hulst en clematis en hop in een hoge boom. “Zo heb je twee keer lol” aldus Martine. De eerste keer als de struik of boom zelf bloeit en daarna nog een keer als de klimplant gaat bloeien. Op die manier krijgt Martine niet alleen nóg meer kleur in haar tuin, maar ook meer geur. Want met heide, lavendel, rozen, mediterrane kruiden, siererwten en de naar bier ruikende hopbellen, is dit een tuin die de zintuigen op meerdere manieren prikkelt. De talloze vogels, bijen en andere insecten zullen dat beamen.

Moestuin en fruitbomen

Zoals het een cottagetuin betaamt is natuurlijk ook ruimte voor een moestuin en fruitbomen. Appels, peren, abrikozen, kersen en pruimen: Martine heeft ze allemaal. Hoewel ze moet toegeven dat de pruimen, kersen en abrikozen niet veel opleveren. “De pruim heb ik even ernstig toegesproken, dat als hij niet beter zijn best ging doen ik een rooi-opdracht zou uitvaardigen. Hij heeft goed geluisterd. We hadden eindelijk weer een redelijke opbrengst dit jaar!” Martine vertelt het met een lach.

De abrikoos en de kers leveren ook nog niet zoveel op. Bij de kers is het begrijpelijk, die is nog jong nadat de oude kersenboom het ineens had opgegeven. Bij de abrikoos is de achterliggende reden minder duidelijk. “Misschien bloeit hij te vroeg in het voorjaar en zijn de bijen nog niet wakker?” Martine weet het ook niet. Maar hij bloeit mooi, dus hij mag blijven.

Uit de moestuin hebben Martine en haar man wél een grote opbrengst. Tot de langste dag eten ze volop asperges en van de opbrengst van de suikermais kunnen ze de hele winter eten. Ook de herfstframbozen doen het goed in deze tuin, in tegenstelling tot de voorjaarsframbozen. Verder staan hier schorseneren, koolrabi, Brussels lof, rode kool, tomaten en prei. Martine vertelt: “Mijn man onderhoud de moestuin. Maar tegen de tijd dat er geoogst wordt, ben ik aan de beurt. Manden vol groenten en fruit verwerk ik in sauzen, jams, sap en taart. Het is heel veel werk, maar wel heel leuk!”

Eigenlijk gaat dat op voor de hele tuin. Ook één van de grootste geneugten van deze ruime tuin, het zwembad, vraagt natuurlijk de nodige aandacht. Maar dat is het Martine wel waard. “We liggen vaak wel meerdere keren per dag in het zwembad. Mensen die op visite komen, nemen hun zwemspullen mee. Het is een van de favoriete plekjes in de tuin, zeker dit jaar en in de afgelopen hete zomers.”

Kippen en schapen

Dit jaar was sowieso een goed jaar voor de tuin. Door corona zat ook Martine, normaal gesproken altijd druk met iets, veel meer thuis dan normaal. De periode werd aangegrepen voor een aantal nieuwe projecten. Zo bouwde ze samen met haar man een kippenhok achter de schuur. Ze metselde muurtjes, leerde zichzelf stuken en werkte het geheel af met overgebleven tegels. Haar man zorgde voor een deurtje en dakje van hout en voilà: het nieuwe kippenhok was een feit. Nu is het wachten op de eerste eitjes van de nog jonge kippetjes.

Verder rooide ze de oude dophei uit een border naast het huis. Een “helse klus” waar ze flink op heeft moeten zwoegen. Het was dan ook een teleurstelling dat ze daarna niet meteen de border kon afmaken met mooie nieuwe heideplanten, want die worden pas in het najaar geleverd. Gelukkig duurt dat niet lang meer en maken ze straks de border compleet met een beeld van een schaapje van kunstenaar Cees van Swieten.

Waarschijnlijk is dat de laatste grote klus voor dit najaar. Maar bij Martine betekent dat niet dat het tuinplezier dan helemaal af is. “Er zijn tijden dat ik weinig met de tuin bezig ben. Maar ik heb laatst een hele fijne site gevonden met daarop allemaal verschillende alliumsoorten. Ik kan me er nu al op verheugen om daar straks een paar hele mooie uit te zoeken voor volgend seizoen!”

#AchterDeSchutting: de tuin van Truus in de zomer

Het mooie van een tuin is, dat hij altijd weer anders is. Dankzij de seizoenen, de weersomstandigheden en je eigen inbreng is het ieder seizoen weer een verrassing wat de tuin nu weer voor moois brengt. Eerlijk is eerlijk, soms vallen de verwachtingen tegen. Maar de meeste tuiniers zullen beamen dat het verrassingselement vaak het leukste is van tuinieren.

Soms kun je ook gewoon ongelooflijk trots zijn op je eigen tuin. Pakt alles net op het juiste moment goed uit. Zo kreeg ik van buurvrouw Truus spontaan twee mooie foto’s en een filmpje opgestuurd van haar geweldige zomertuin in bloei. Gewoon even delen hoe mooi hij nu is. Eerder maakte ik al een tuinportret van haar heerlijke tuin, maar dat was in de verwachtingsvolle periode dat alle kleurenpracht nog verstopt zat in de knop. Daarom wil ik jullie deze mooie beelden van Truus haar zomertuin niet onthouden!

#AchterDeSchutting: Open tuinen estafette Haren

Afgelopen weekend bezocht ik voor het eerst de Open Tuinen Estafette van de vereniging Groei & Bloei. Het leek er lange tijd op dat dit evenement niet door kon gaan vanwege het coronavirus, maar gelukkig waren er toch een aantal tuinen in Haren open voor de leden.

De eerste tuin die ik bezocht was een prachtige landschapstuin aan het Westerveen. Deze ging geleidelijk over in een echte bostuin rondom een grote, natuurlijke well boordevol kikkers. Grappig genoeg hoorde je deze totaal niet kwaken, maar zodra je in de buurt kwam, schoten ze ploens-ploens-ploens in het water. De geweldige doorkijkjes en de mooie lichtval maakten dat je bijna vergat dat je in een tuin stond.

De gastvrouw vertelde mij dat ze pas een paar jaar tuinierde in deze enorme tuin en sinds kort een winkeltje heeft geopend: ‘De Tuinkamer’. Hier vindt je nu vooral nog brocante en vintage vondsten, maar gaat ze op den duur ook tuinaccessoires verkopen. Ik heb in ieder geval mijn eerste aankoop al gedaan!

Daarna fietste ik door naar de Hoge Hereweg in Glimmen. Daar waren de leden welkom bij de inspirerende kijktuin rondom expositie- en cursusruimte ‘Aan het zandpad’. De bezoekers werden eerst langs de expositie van kunstschilder Annemieke Fictoor en de iconen en intuïtieve wandkleden van haar zus Gea Fictoor geleid.

Deze laatste is ook de eigenaresse van de kleurrijke en met oog voor detail aangelegde tuin. Hier is duidelijk een kunstenaar aan het werk, want de balans tussen prikkelende kleuren en rustige zichtlijnen is helemaal in evenwicht. De kikkers in de vijverpartijen van déze tuin hadden – in tegenstelling tot hun soortgenoten eerder op de dag – het hoogste woord, wat een heerlijke sfeer opleverde. Maar de echte blikvangers waren wat mij betreft de vele papavers. Wát een plaatje…

Op zondag ging ik eerst langs bij een tuin waar ik erg benieuwd naar was. Dat was namelijk de tuin van Tineke van der Meij, die ik voor mijn gevoel al een beetje kende via haar blog mijngroentje.nl. Al een paar jaar geleden kwam ik haar blog eens tegen, maar daarna ben ik hem een beetje uit het oog verloren. Nu ik haar tuin in het echt heb gezien, weet ik zeker dat ik hem niet meer vergeet!

In haar blog schrijft ze regelmatig op aanstekelijke wijze over de dieren in haar tuin en ik heb nu met eigen ogen kunnen zien dat daar niets van gelogen is. Vooral de enorme hoeveelheid bijen en andere nuttige insecten was opvallend! Wat ik ook erg mooi vond, waren de luchtige grassen in combinatie met de vaste planten en de smalle paadjes waardoor je – voor je gevoel – echt midden tussen de planten staat. Een heerlijke tuin en dat midden in het centrum van Haren!

De laatste tuin van de dag, ‘De Jachthof’, had ook een uitgebreid padenstelsel waardoor je heerlijk door de tuin kon dwalen. De gastvrouw tuiniert niet alleen voor haar plezier, ze kweekt ook met liefde. Wat ze niet meer kwijt kan in haar omvangrijke tuin, verkoopt ze in een stalletje aan de Jachtlaan in Haren. In deze tuin vind je niet alleen prachtige (pioen)rozen tussen de vele vaste planten maar ook talloze fruitbomen, bessenstruiken en een kas. Ik vermoed dat ik als beginneling nog lang niet alle bijzondere soorten in deze tuin kan herkennen. Laat staan benoemen.

Ook in de tuin van ‘De Jachthof’ was een rol weggelegd voor dieren. Drie Indische loopeenden lagen lekker te tukken bij het binnenkomen in de tuin. Ze bleven ongestoord liggen en zijn ongetwijfeld gewend aan bezoek. De eenden helpen de gastvrouw met het in toom houden van de slakkenpopulatie, maar eerlijk is eerlijk, alleen al voor het gezellig rondkeutelen van deze dieren zou je ze ook houden.

Al met al vond ik het een geslaagde estafette en ben ik vol inspiratie en met een berg mooie foto’s weer thuisgekomen. Ik ga snel uitzoeken wanneer ik weer mag! ☺

#AchterDeSchutting: de tuin van Nel

Voor de rubriek #AchterDeSchutting neem ik een kijkje in de tuinen van anderen. Deze keer ben ik welkom in de tuin van Nel in de wijk Maarwold.

Een favoriete plek in de tuin heeft Nel niet. Meestal gaat ze gewoon lekker met een stoeltje op het gras zitten met zicht op iets bloeiends. Dat is niet zo moeilijk, want in de tuin van Nel bloeit altijd wel iets. Dat begint al vroeg in het jaar met de winterjasmijn en de forsythia en gaat de hele zomer door tot in het najaar de rozenbottels en zaaddozen het silhouet van de tuin bepalen.

Soms moet je voor de bloeiende planten even door de knieën. Want hoewel ze het grote gebaar in de vorm van uitbundig bloeiende heesters niet schuwt, heeft Nel ook oog voor het kleine. Bij rondgang door de tuin wijst ze regelmatig op kleine pareltjes die de gemiddelde voorbijganger niet zouden opvallen. Bijvoorbeeld de spontaan opgekomen elfenbloem, of de vele lelietjes-van-dalen. Het rode astertje die uit de border verdween, maar elders in de tuin weer opduikt. Na dertig jaar tuinieren kent ze deze tuin op haar broekzak.

Natuurlijke tuin

Twee van deze niet al te grote wondertjes vormen op het moment van schrijven toch een opvallend geheel. De lievevrouwebedstro heeft zich spontaan gemengd met het schildersverdriet en blijkbaar voelen ze zich daarbij zo op hun gemak, dat ze zelfs al richting het tuinpad kruipen. Van Nel mag het, want ze houdt van een natuurlijke tuin, waar de natuur een beetje zijn gang kan gaan.

Nel: “Als een plant de boel overneemt, grijp ik in. Zoals de varens. Daar haal ik regelmatig wat van weg. Maar verder ben ik vrij gemakkelijk in de tuin. Ik heb ook lavendel die overal doorheen kruipt en op meerdere plekken tussen de tegels is geworteld. Die kan ik nu eigenlijk niet meer snoeien, want dan snoei ik het hout en daar kunnen ze niet tegen. Maar weghalen doe ik ook niet. Zolang het leeft en bloeit mag het van mij blijven staan!”

Vaak pakt dat leuk uit. Zo heeft de geranium besloten om zich uit te zaaien bij het tuinhekje en vormt daar nu een mooi plaatje samen met een paarse akelei. “Wat een leuke combi op dat plekje hè?” Aldus Nel die zich sowieso graag laat verrassen in de tuin. “Het voorjaar is mijn favoriete tijd. Ieder jaar is het weer een verrassing wat opkomt en waar. Dit jaar had de holwortel zich bijvoorbeeld enorm uitgebreid. Vorig voorjaar was dat nog maar een klein toefje. Nu stond het helemaal vol. Dat vind ik leuk.”

Helaas werkt het ook wel eens andersom. Jarenlang had Nel penningkruid en stekelnootje in de tuin. Het penningkruid kwam zelfs nog uit de tuin van haar ouders. Maar ineens is het verdwenen. “Vijftien tot twintig jaar deden deze planten het prima en ineens komen ze niet meer op. Boerenwormkruid. Ook zomaar ineens weg. Dat vind ik echt jammer. Maar blijkbaar is er toch te veel veranderd in het klimaat, waardoor ze het niet vol hebben gehouden.”

Want hoe coulant Nel ook is in de vrijheid die ze de planten geeft: ze is niet van het pamperen. “Water geven doe ik niet. De tuin moet zichzelf kunnen redden. Ook mulchen of composteren doe ik niet. Vroeger heb ik nog wel geprobeerd compost te maken, maar daar ben ik mee opgehouden. Dat was geen succes. Het enige dat mijn planten krijgen is eens in de paar jaar een handje koemestkorrels. Daar moeten ze het mee doen. Oh, en ik laat het blad liggen in de winter.”

Een “luie tuinier”

Nel noemt zichzelf om deze redenen een “beetje luie tuinier”. Nel: “Ik verplaats vrijwel nooit planten, alleen al omdat je dan de hele tijd water moet geven. Het was ook heel fijn om te horen dat spitten in de tuin niet goed is voor je planten.” Ze vertelt het met een lach. Toch is Nel vaak in de tuin te vinden en heeft ze nog twee andere goede redenen waarom ze de boel af en toe de boel laat. Ten eerste had ze jarenlang last van haar polsen (wat nu verholpen is door twee operaties) én brengt ze veel tijd door bij haar kinderen en kleinkinderen die elders in het land wonen.

Want in het voorjaar steekt ze stiekem toch regelmatig de handen flink uit de mouwen. Dan wordt er vooral gesnoeid en ruimt ze minimaal één hele dag in voor het verwijderen van zevenblad en gele dovenetel dat via het naastgelegen plantsoen naar binnen kruipt. Nel: “De gele dovenetel gaat nog wel. Die heeft tenminste nog een leuk bloemetje. Maar het zevenblad vervloek ik echt en ga ik dan ook met aspergesteker of schroevendraaier te lijf. Het enige wat dan wel weer voldoening schenkt is om in één keer heel lange wortels eruit te kunnen trekken.”

Over onkruid gesproken. Nel – niet zo van het verplaatsen of zomaar weghalen – kwam bij het plaatsen van haar doornloze braam een flink aantal wortelstokken tegen. Benieuwd naar wat daar uit zou groeien, besloot ze ze terug te stoppen in de grond. “Dat had ik beter niet kunnen doen. Het bleken de wortelstokken van haagwinde te zijn. De woekerende klimplant die mensen ook wel ‘pispot’ noemen. Het duurde lang voor ik dáár vanaf was!”

Er bloeit veel moois, behalve de pruimenboom

Van onkruid is op dit moment niets te zien in de tuin. Doordat ze nu niet zo vaak naar de (klein)kinderen gaat door de coronarichtlijnen heeft ze extra veel werk verricht. Er bloeit veel moois, zoals de drie (!)seringen, de hoge spirea, akelei, vergeet-me-nietjes, de rode klimroos en de lichtroze rododendron. De dieppaarse variant achter in de tuin staat op uitkomen en daarna zullen het vingerhoedskruid en de vele stokrozen aan de beurt zijn.

Ook de boerenjasmijn, roze roos, dwergmispel, lavendel en ooievaarsbek hebben al vele bloemknoppen. Vervolgens is het wachten op de mooie ruit, misschien wel de favoriete plant van Nel die nu nog niet opvalt met zijn fijne blad tussen het vele groen. Een andere favoriet, de bluebells oftewel wilde hyacintjes, zijn al uitgebloeid.

Het enige dat niet meer zal bloeien is de pruimenboom. Deze is helaas vorig jaar winter overleden. Toch haalt Nel hem niet weg. Het roodborstje en het winterkoninkje vinden het nog steeds een fijn plaatsje om te zitten en de kraaien vlogen dit voorjaar af en aan om dooie takjes te halen voor hun nesten. Kijk, dat is dan weer dat natuurlijke tuinieren waar Nel van houdt. En waar ze heerlijk vanaf haar stoeltje naar kan kijken…

#AchterDeSchutting: de moestuin van Henk en Marianne

Vorige keer behandelde ik in de rubriek #AchterDeSchutting de siertuin van Henk en Marianne. Deze keer is de moestuin van het stel aan de beurt.

Ongeveer een dagdeel per week hebben ze er voor nodig. In het voorjaar en tijdens de oogstperiode misschien wel een hele dag. Maar voor al dat werk krijgen ze een mooie beloning. Verse groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin. De moestuin van 180m2 bij de Vereniging voor volkstuinders de Paasweide dan wel te verstaan.

Ruim dertig jaar geleden begonnen ze met moestuinieren. De eerst 15 jaar bij hun woning op het platteland. Toen ze naar Haren verhuisden, hadden ze eerst geen moestuin. Maar na een paar jaar – zo’n 15 jaar geleden ongeveer – pakten ze de draad weer op. Bij de Paasweide ditmaal.

Marianne: “Het mooiste van moestuinieren is het oogsten. Sowieso het idee dat je self-supporting bent, heeft me altijd aangelokt. Het mooiste zou zijn dat je ook nog een eigen koe, kip en varken hebt, dat je echt zelfvoorzienend bent. Maar dan kun je er niet meer bij werken. Daar heb je een dagtaak aan.”

In principe zouden ze van de oogst een heel jaar kunnen leven. Maar dan zouden ze meer moeten verwerken, wecken en invriezen. Dat doen Henk en Marianne niet. “Vers is toch het lekkerst. Anders krijg je van die slappe boontjes uit de vriezer.” “We bewaren wel veel in de kelder. Daar blijft het ook lang goed.” Henk vult daarop aan: “Je kunt het ook nog onder de grond bewaren, afdekken met stro. Daar zijn wel methodes voor. Maar dat doen wij niet.”

Hongerige slakken

Zoals gezegd staan er wel fruit en kruiden in de tuin, zoals een appelboompje (elstar), aardbeien, een aalbessenstruik, dille, basilicum, rabarber en een grote maggiplant. Maar Henk en Marianne verbouwen voornamelijk groenten in wat Marianne dan ook heel terecht de “groentetuin” noemt. Zo staan er onder andere: rode bieten, tuinbonen, sperziebonen, courgette (gele en groene), boerenkool, andijvie, prei, broccoli, sla, witlof, worteltjes, ui, komkommer, rode kool, spitskool en rucola in de grond.

Helaas willen het dit jaar niet zo lukken met de witlof en de boerenkool. Slakken hebben vrijwel alles opgegeten. Natuurlijk vinden ze dit zonde, maar een ramp is het niet. Marianne: “wat niet lukt, halen we gewoon in de winkel. We zijn gelukkig niet afhankelijk van de oogst.” Ook Henk haalt enigszins zijn schouders erbij op. “Het is nu eenmaal een slakkenjaar. Dat gebeurt soms. We bestrijden ze in principe niet, maar heel misschien ga ik dit jaar toch maar eens zout strooien. Daar kruipen ze liever niet overheen.”

Wat er wel mooi bij staat, zijn de aardappels. Henk en Marianne verbouwen maar liefst 3 soorten. Vroege aardappels (Frieslander), middenvroege (Raya’s) en een laat ras (Texla’s). Hierdoor kunnen ze bijna het hele jaar van hun eigen aardappels eten. Want die zijn toch wel het allerlekkerst. “Bij de aardappels is er een groot verschil tussen die van ons en die van de winkel. Het is altijd weer jammer als ze op zijn.”

Kennis van moestuinieren

Het grote verschil tussen de moestuin en de siertuin is de hoeveelheid werk. In de moestuin moet veel meer geschoffeld en onkruid gewied worden. Met name in het voorjaar betekent dat veel werk. Marianne: “De zaailingen en het onkruid groeien even hard. Ze moeten natuurlijk wel een kans krijgen. Maar later in het jaar wordt het makkelijker. Dan groeit het dicht en krijgt onkruid minder kans. Door het combineren van de juiste planten wordt het ook makkelijker. Sommige planten doen het goed naast elkaar, anderen niet. Als je dat weet, scheelt het werk.”

De kennis die Henk en Marianne hebben, komt voort uit jarenlange ervaring en wat hulp van internet en andere tuinders. “We hebben wel eens een boek aangeschaft of gekregen, maar de meeste kennis krijg je toch door het te doen. We kunnen veel op internet vinden en soms krijg je wel eens ongevraagd advies van anderen. Je maakt een praatje met elkaar en dan kun je ervaringen uitwisselen. Soms helpt dat.”

Zo kregen ze bijvoorbeeld een goede tip om knolvoet tegen te gaan: “Bij knolvoet zit er een soort wratachtige verdikking op de grens tussen wortelstelsel en plant. In die verdikking zit een larve. Als je die verdikking opensnijdt, gaat de larve dood en wordt de plant niet verder aangetast. Dat zijn van die weetjes waar je anders geen flauw benul van hebt. Maar de beste tip was nog wel die van het zaaien in termijnen. De eerste keer hadden we alles in één keer gezaaid. Toen hadden we misschien wel honderd kroppen sla. Wat moet je ermee?” vertelt Marianne lachend.

’s Ochtends oogsten

Tuinieren bij de Paasweide is gezellig, alhoewel Henk en Marianne daar niet komen voor de sociale contacten. Marianne: “Je maakt wel eens een praatje, maar daar heb je niet altijd tijd voor.” Soms worden er gezamenlijke activiteiten gehouden. Meestal in het voorjaar en najaar, bij het begin en einde van het seizoen. “Dan drinken we wat en nemen mensen huisgemaakte gerechtjes mee. In het najaar doen we dan meestal ook wat klusjes samen.” Ook is er een ongeschreven regel: alles wat bij de waterpomp ligt mag worden meegenomen. Een overschot aan oogst, stekjes of zaailingen. “Op die manier kun je eens wat nieuws proberen.”

Tot slot nog even het beste tijdstip om te moestuinieren. Desgevraagd zegt Marianne dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt. “Alleen ’s avonds zijn er nog wel eens irritante vliegjes. Dan ben je blij dat je een lange broek of iets met lange mouwen aan hebt. Maar oogsten doe ik wel graag ’s ochtends. Dan is alles nog lekker fris. Na een hele dag in de brandende zon is het minder lekker. Soms ga ik, nog voor de kinderen komen*, al om zeven uur naar de groentetuin. Dan weet ik zeker dat ik die dag lekkere groente heb.”

*Marianne is gastouder, zie ook #AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne