#DiepgravendeVragen: interview met Wilma Tingelaar van Reinhart Orchideeën

Aan de Westerveen in Harenermolen vinden we kwekerij en tuincentrum Reinhart Orchideeën. Deze “bonte verzameling uit de hand gelopen hobby’s” is een bezoekje waard voor alle planten- en tuinliefhebbers. Hier vindt je naast een uitgebreide collectie tuin- en kamerorchideeën, namelijk ook veel andere tuin-, vijver- en kamerplanten. Bovendien kan je gratis rondwandelen in de orchideeëntuin of de rustieke buitentuin met Japanse Koivijver.

Dit unieke concept wordt gerund door Frans Reinhart en Wilma Tingelaar. Frans kon helaas niet bij dit gesprek zijn vanwege een bezoek aan een andere kweker.

Dag Wilma, ik wil eerst iets meer over jullie weten. Jullie zijn getrouwd. Hoe lang al?

“We zijn in 1990 getrouwd. Ik ben altijd feminist geweest, dus heb mijn eigen naam aangehouden. Maar soms stel ik mij voor als Wilma Reinhart. Dat voorkomt veel verwarring.”

Komen jullie oorspronkelijk uit Haren?

“Ik ben in Groningen in het ziekenhuis geboren, maar mijn ouders woonden toen in Haren aan de Nieuwlandseweg. Mijn vader is groot geworden op de Tuindorpweg en opa werkte vroeger voor de NS op het rangeerterrein. Toen ik een maand oud was, verhuisden we naar de stad. Frans is geboren en getogen in Groningen.“

En wanneer zijn jullie op deze plek komen wonen?

“We hebben in 1994 de anthuriumkwekerij die hier zat overgenomen. Vorig jaar vierden we ons 25-jarig jubileum. Vóór we hier kwamen, woonden we al een paar jaar in Stedum, maar daar mochten we van de gemeente geen grote hobbykas plaatsen op ons terrein. Frans wilde zijn hobby en passie, orchideeën kweken, toen al naar een hoger plan brengen maar dat was ons op die plek niet gegund. Toen kwam deze locatie op ons pad.”

Hoe is Reinhart Orchideeën ontstaan?

“Het is vanuit liefhebberij ontstaan. Frans las jaren geleden een stukje over de venusschoen in de Libelle en sindsdien was zijn interesse gewekt. Hij was van huis uit altijd graag buiten bezig in het groen en ondanks dat hij de HTS heeft gedaan, is dat altijd blijven trekken. Sinds hij zich interesseerde voor de venusschoen, is hij op vrijwillige basis gaan werken bij Schuiten aan de Friesestraatweg, een van de weinige toenmalige orchideeënkwekers in Groningen. In de weekenden of op andere vrije dagen was hij daar vaak te vinden.

Frans is in 2000 met prepensioen gegaan en sindsdien werkt hij fulltime op de kwekerij. We werkten allebei bij Niemeyer (Koninklijke Theodorus Niemeyer B.V. red.). Zo kenden we elkaar ook. In 2011 ben ik ook gestopt en sindsdien werk ik fulltime hier.”

Ik weet dat jullie je niet alleen maar bezig houden met orchideeën, wat doen jullie nog meer op de kwekerij?

“Wij verkopen ook andere planten, zoals tuin- en kamerplanten. We hebben onder andere een webshop en kunnen tuinplanten en fruitbomen leveren op bestelling. Daarnaast geven we lezingen en werken we veel samen met andere hobbyisten. Eigenlijk is ons tuincentrum één bonte verzameling van uit de hand gelopen hobby’s. We hebben diverse volières met vogels, een samenwerking met het Koi- en vijvercentrum, een kas en wandeltuin waar bezoekers gratis mogen rondkijken en we exposeren veel keramiek. We zijn daarmee meer dan alleen een kwekerij. Diverse mensen met verschillende interesses ontmoeten elkaar hier.”

Wat verkopen jullie het meest?

“Dat zijn toch wel de orchideeën. Waarschijnlijk zo’n 80% van wat wij verkopen zijn de diverse soorten (tuin)orchideeën en aanverwante producten.”

Welke orchidee vinden jullie zelf het mooiste?

“Ik denk dat de favoriet van Frans nog steeds de venusschoen is. In al zijn variaties en kleuren. Degenen met de lange petalen blijven bijzonder. Ik vind zelf de Cattleya erg mooi. Vooral de gele variant met paarse lip.

Het leuke van de venusschoen is dat er variëteiten zijn voor binnen, maar ook voor buiten. Als tuinorchidee is hij winterhard en maakt hij wortelstokken aan, waardoor in de loop der jaren een steeds grotere pol ontstaat. In Zwitserland komen ze in het wild voor, daar zijn ze door kwekers weer uitgezet nadat ze bijna verdwenen waren.”

Zijn er ook planten waar jullie een hekel aan hebben? Of waar je gewoon niet zoveel mee hebt?

“Van Frans weet ik het niet, maar ik heb niet zoveel met sommige ‘hippe’ planten van dit moment. Je ziet nu veel bladbegonia’s (stippenplant) en de pannenkoekenplant. Ik vind ze niet lelijk, maar zou ze ook niet zo snel in huis zetten.”

Welke planten vinden jullie zelf moeilijk, of lastig te verzorgen?

“De Medinilla vindt ik een lastige kamerplant. Hij is decoratief, maar als hij bloeit geeft hij veel rommel en daarna lukt het mij nooit meer om ze weer in bloei te krijgen. Een orchidee is wat dat betreft veel makkelijker.”

Welke tips geven jullie vaak mee aan de mensen?

“Een orchidee hoef je pas water te geven als de grond bijna droog is. Dat geldt voor veel kamerplanten trouwens. Mijn tip: steek een satéprikker diep in de aarde. Als het puntje vochtig is, hoeft de orchidee nog geen water. Je kunt ook kijken naar de wortels. Als die grijs worden, moet je water gaan geven.

Verder houden orchideeën van licht. Ook als ze niet bloeien. Maar zet ze zomers niet in de volle zon, daar kunnen ze niet tegen. Soms denken mensen dat ze tussen de bloei door kouder moeten staan, maar dat hoeft niet. Je kunt ze gerust op een slaapkamer of elders uit het zicht zetten, maar blijf water geven en zorg voor voldoende daglicht. Een minimale temperatuur die je als richtlijn kunt aanhouden is 13 tot 15 graden.

Voor tuinorchideeën geld dat ze ook op schaduwrijke plaatsen kunnen staan en dat het niet nodig is om een voedselrijke grond te hebben. Net als kamerorchideeën doen ze het goed op vrij arme grond. Het zijn geen planten waar je al te veel moeite voor hoeft te doen.”

En welke tip zouden jullie jezelf vaker mogen geven?

“Wij mogen wat meer tijd vrij maken voor onze eigen sociale contacten. We zijn alle dagen open en hebben ‘s avonds niet altijd meer zin om bij mensen langs te gaan. Familie komt wel hierheen, maar dan hebben we niet altijd evenveel tijd voor ze. Dat zou wel af en toe anders mogen.”

Wat vinden jullie het leukste om te doen?

“Naast het kweken van de planten is dat voor Frans op pad gaan en contact hebben met andere kwekers. Op die manier kun je van elkaar leren en zie je hoe zij werken. Net als wij zijn dat vaak kwekers die vanuit een passie werken en daardoor ook alleen kwaliteitsplanten kweken.

Verder vinden we allebei het contact met de klanten leuk. Het is fijn om met mensen in gesprek te komen en adviezen te kunnen geven waardoor ze veel meer en veel langer plezier hebben van hun aankopen. Zulke tevreden klanten komen ook eerder terug.

Maar voor een prettig contact hoeven ze niet eens iets te kopen hoor. We geven ook wel lezingen aan mensen uit bijvoorbeeld verzorgingstehuizen. Dan laten we veel verschillende soorten orchideeën zien en kunnen de mensen er aan ruiken. Als je ze dan ziet genieten, is dat voor ons ook heel leuk!”

En wat is het minst leuke van de dagelijkse bezigheden?

“Eigenlijk al het huishoudelijke. Het opruimen en dergelijke. We werken alleen met vrijwilligers en er is altijd genoeg te doen. Soms schiet het er dus ook wel eens bij in. Dan zijn we te druk met tentoonstellingen, lezingen en andere bezigheden.”

Willen jullie zelf nog iets kwijt aan de tuin- en plantenliefhebbers van Haren?

“Nou, dat we eigenlijk altijd wel op zoek zijn naar vrijwilligers die het vanuit liefhebberij leuk vinden om mee te helpen. Mensen die meer willen leren over de planten, of juist mensen die het leuk vinden om groen vrijwilligerswerk te doen. Ze zijn altijd welkom!”

Bedankt voor het interview Wilma.

“Graag gedaan!”

P.S. Reinhart Orchideeën is momenteel gewoon geopend. Er wordt gewerkt volgens de huidige RIVM maatregelen en de 1,5 meter afstand is geen probleem op deze ruime locatie. Als u toch liever niet komt, kunt u ook uw aankopen laten bezorgen. Boven de 15 euro wordt gratis bezorgd in Haren, Glimmen en Onnen.

www.reinhartorchideeen.eu

#NuInBeeld: de azalea

In maart is het dan zover. Ineens worden talloze tuinen in Haren opgesierd door de geurige bloemen van de azalea. Eigenlijk zijn azalea’s al in de 18e eeuw ondergebracht bij de familie van de rododendrons. Maar de naam is in het dagelijks spraakgebruik blijven bestaan. De azalea houdt net als de rododendron van zurige grond en kan een beetje schaduw goed verdragen. Ideaal voor de Harense tuinen dus.

Roze wolken

Deze vroegbloeiende heester valt extra op tussen het nog ontluikend groen doordat vooral de roze variant populair is in Haren. In één straat zie je vaak meerdere roze wolken, variërend in grootte en hoogte, maar onmiskenbaar allemaal van dezelfde soort. Vaak vraag ik me dan af of de bewoners zelf door elkaar zijn ‘aangestoken’ met het azalea virus, of dat hoveniers juist graag kiezen voor de roze variant om zo een eenheid te vormen in de straat. Wie het weet, mag het zeggen…

Heb je ook een mooie foto van deze azalea? Ik plaats hem graag! Je mag hem mailen naar detuinenvanharen@lindatekstenmeer.nl

TuinTuin

#InHetZonnetje: de krokus

In februari, zo tegen de tijd dat iedereen voorzichtig aan de lente durft te gaan denken, maakt één voorjaarsbolletje mij altijd weer vrolijk. Een knolgewasje die veelvuldig is aangeplant in de Harense tuinen en groenstroken. Ik heb het natuurlijk over de krokus!

In december 2010 verhuisde ik van Amsterdam naar Haren. We hadden de periode daarvoor flink verbouwd en ik durf gerust te zeggen dat ik er even doorheen zat. De maand januari, met zijn kou en grijze luchten, deed mijn gemoed niet veel goed. Gelukkig ontdekte ik al snel een flinke verzameling sneeuwklokjes in mijn nieuwe tuin. Maar pas in februari kon ik mezelf ervan overtuigen dat het echt allemaal wel goed zou komen. Toen bleek dat Haren een waar krokusparadijs is!

In de tuinen, plantsoenen en groenstroken én in mijn eigen tuin: overal staken gele en paarse kopjes boven het gras uit. En dan heb ik het nog niet eens over de eerste dag dat de zon uitbundig scheen… Wat een feest! De krokus opent zijn bloem bij het o zo welkome licht en sluit deze weer bij bewolking of ’s nachts. Geopend in het zonlicht lijken ze net zo te genieten van die eerste stralen als wij.

Eén krokus wil ik graag nog eens aanplanten in mijn tuin. Dat is de krokus sativus: de krokus die nodig is om saffraan te kweken. Niet om zelf goedkoop aan dit dure specerij te komen, dat is me veel te arbeidsintensief, maar puur vanwege de prachtige rode stampers van deze soort. (Overigens wordt daar weer de saffraan van gemaakt, niet van de gele meeldraden.) Want zeg nou zelf, je wordt toch blij als deze schoonheid zich opent in de zon?

#NuInBeeld: De Japanse esdoorn

Herfst in Haren is ook echt herfst. Degenen die hier zijn opgegroeid, zal het misschien niet zo opvallen, maar als je in een stad of op een eiland woont dan kom je er in de herfst vaak maar bekaaid vanaf. Haren laat zien hoe de herfst echt hoort te zijn. Met paddenstoelen, bergen vol afgevallen blad en prachtige kleuren. Rood, geel, bruin: de herfstkleuren in Haren doen denken aan een bokbierreclame.

Een van de ambassadeurs van de herfst is natuurlijk de Japanse esdoorn. Ze komen in verschillende soorten en maten. Sommige soorten zijn het hele jaar door paarsrood om in de herfst knalrood de herfst aan te kondigen. Anderen zijn wat meer ingetogen van kleur, maar daarom niet minder mooi en opvallend. Deze prachtige blikvangers leg ik graag voor u vast in deze rubriek. Voor zover mogelijk natuurlijk, want in het echt zijn ze nog veel mooier!

#InHetZonnetje: de bosrank armendii

Oei, dat is toch wel erg mooi. Terugkomen van vakantie en dan getrakteerd worden op de volop in bloei staande bosrank armendii. Oftewel, onze heerlijk geurende bloemenwaterval. 

Eigenlijk zijn het twee bosranken. Aan beide zijdes van het tuinhuisje staat er namelijk één. Dat was niet nodig geweest, want de armandii is een snelle groeier en wordt maar liefst 10 meter lang. We moeten hem dan ook regelmatig snoeien, anders wordt de hele boel overgenomen. Daar kan de laurier naast het tuinhuisje over meepraten…  

#InHetZonnetje: De vlambloem

Al in het eerste jaar van mijn ‘tuin carrière’ schafte ik een witte vlambloem aan. Ik kende deze bloem – die ook Phlox of Flox wordt genoemd – nog niet, maar had in een artikel gelezen dat ze lang bloeiden en niet te moeilijk waren. Bovendien heb je ze in vele soorten en maten. Precies iets voor mij!

De kweker die in het artikel geïnterviewd werd heeft me niet teleurgesteld. De witte vlambloem doet het nog steeds en beviel mij zo goed, dat ik er ook nog hoge roze variant bij gekocht heb. Deze laatste is in augustus dé blikvanger van de kleine border voor het huis.

Nog weer wat later las ik ergens dat je de stengels van de bloemen in het voorjaar kunt afknippen. Hierdoor bloeien ze later en worden ze minder hoog en de plant juist wat voller. Sindsdien probeer ik dit ieder jaar rond eind mei te doen met de voorste bloemen. Hierdoor spreid je de bloei en fungeren de voorste bloemen als een soort steuntje voor de hoge stelen erachter.

Voor slechts een beetje mest en compost bloeit de vlambloem wekenlang en ruikt daarbij heerlijk. Bijen en vlinders doe je dan ook een groot plezier met een polletje floxen in de tuin. Bovendien kun de je lange bloemen ook gemakkelijk gebruiken als snijbloem. Gewoon eentje los in een vaas, of juist als onderdeel van een mooi tuinboeket. Je kunt er alle kanten mee op!

#NuInBeeld: de vlinderstruik

De vlinderstruiken staan weer in bloei en voorzien talloze vlinders en bijen in Haren van welverdiende nectar. Wist u al dat de bloemhartjes van de niet bestoven bloemetjes  geel zijn en de hartjes van de bestoven bloemen rood? Vlinders kunnen namelijk de kleur geel wel zien, maar rood niet. Zo weten ze precies waar ze moeten zijn.

In mijn tuin staan meerdere vlinderstruiken. Een grote witte, een donkerpaarse en twee lichtpaarse. Die laatste twee hebben we van mijn schoonouders gekregen. Het zijn weer spontane stekjes van hun eigen vlinderstruiken, want de plant zaait zich makkelijk uit. Als je dat niet wilt, dan kun je de uitgebloeide trossen wegknippen. Bijkomend voordeel: de bloei zal langer aanhouden. Zo hebben de vlinders en de bijen nóg langer plezier van je vlinderstruik!

Heb je een mooie foto van een vlinderstruik in je tuin? Ik plaats hem graag! Je mag hem mailen naar detuinenvanharen@lindatekstenmeer.nl.

#InHetZonnetje: de klimop

Hij bloeit momenteel niet spectaculair. Hij groeit niet ineens een stuk harder dan voorheen en het blad heeft niet zomaar een andere kleur gekregen. Tóch wil ik hem even in het zonnetje zetten: onze klimop. Want we nemen hem vaak maar voor lief, maar stiekem is de klimop in vele tuinen een belangrijke, wintergroene, bondgenoot. Hekjes en schuttingen worden ermee versierd, lelijke muren opgekalefaterd en zelfs als solitaire haag staat hij z’n mannetje. Ook niet geheel onbelangrijk: voor vogels is het een mooie rust- en zelfs broedplaats!

In onze tuin komt de klimop op meerdere plekken voor. Als afscheidingshaag achter in de tuin. Als hangplant in twee hangpotten aan de overkapping en nu ook als beginnende decoratie bij het tuinhekje. Op die laatste plek is hij spontaan komen aanwaaien en hij had geen mooier plekje voor zichzelf kunnen uitzoeken. Héél langzaam gaat hij zijn weg vinden tussen de houten plankjes en alleen als hij de boel dreigt over te nemen zal ik hem wat binnen de perken houden. Dus: welkom nieuwe aanwinst!

#NuInBeeld: De hortensia

De hortensia, wie kent hem niet. Makkelijk, kleurrijk en bovenal: heel erg mooi. In mijn tuin staan meerdere varianten. Zelf aangeschaft, gekregen en ook een paar die al in de tuin aanwezig waren. Die laatsten waren heel groot en heel blauw, maar zijn onder mijn onervaren handen nu al twee keer verhuisd en daardoor een stuk kleiner en roze geworden. Toch doen ze het nog steeds en staan ze ook deze zomer gewoon weer te bloeien. Volgens mij hebben ze hun plekje nu gevonden.

Heb je ook een mooie foto van een hortensia in jouw straat of tuin? Ik plaats hem graag! Je kunt hem sturen naar detuinenvanharen@lindatekstenmeer.nl.

#InHetZonnetje: de Afrikaanse Lelie

Ein-de-lijk doet mijn Afrikaanse lelie het! (Zie ook de post #AchterDeSchutting over onze tuin.) En wat is het de moeite van het proberen waard. Na een paar weken (!) van eindeloos wachten tot de bloemen eindelijk uit de knop kwamen, staat hij nu dan te schitteren op het terras. Het is alsof de bij wist dat ik een foto wilde maken want op het moment van afdrukken vloog hij net met zijn met stuifmeel bestoven billen de bloem in. Wat een pracht…

#AchterDeSchutting: de moestuin van Henk en Marianne

Vorige keer behandelde ik in de rubriek #AchterDeSchutting de siertuin van Henk en Marianne. Deze keer is de moestuin van het stel aan de beurt.

Ongeveer een dagdeel per week hebben ze er voor nodig. In het voorjaar en tijdens de oogstperiode misschien wel een hele dag. Maar voor al dat werk krijgen ze een mooie beloning. Verse groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin. De moestuin van 180m2 bij de Vereniging voor volkstuinders de Paasweide dan wel te verstaan.

Ruim dertig jaar geleden begonnen ze met moestuinieren. De eerst 15 jaar bij hun woning op het platteland. Toen ze naar Haren verhuisden, hadden ze eerst geen moestuin. Maar na een paar jaar – zo’n 15 jaar geleden ongeveer – pakten ze de draad weer op. Bij de Paasweide ditmaal.

Marianne: “Het mooiste van moestuinieren is het oogsten. Sowieso het idee dat je self-supporting bent, heeft me altijd aangelokt. Het mooiste zou zijn dat je ook nog een eigen koe, kip en varken hebt, dat je echt zelfvoorzienend bent. Maar dan kun je er niet meer bij werken. Daar heb je een dagtaak aan.”

In principe zouden ze van de oogst een heel jaar kunnen leven. Maar dan zouden ze meer moeten verwerken, wecken en invriezen. Dat doen Henk en Marianne niet. “Vers is toch het lekkerst. Anders krijg je van die slappe boontjes uit de vriezer.” “We bewaren wel veel in de kelder. Daar blijft het ook lang goed.” Henk vult daarop aan: “Je kunt het ook nog onder de grond bewaren, afdekken met stro. Daar zijn wel methodes voor. Maar dat doen wij niet.”

Hongerige slakken

Zoals gezegd staan er wel fruit en kruiden in de tuin, zoals een appelboompje (elstar), aardbeien, een aalbessenstruik, dille, basilicum, rabarber en een grote maggiplant. Maar Henk en Marianne verbouwen voornamelijk groenten in wat Marianne dan ook heel terecht de “groentetuin” noemt. Zo staan er onder andere: rode bieten, tuinbonen, sperziebonen, courgette (gele en groene), boerenkool, andijvie, prei, broccoli, sla, witlof, worteltjes, ui, komkommer, rode kool, spitskool en rucola in de grond.

Helaas willen het dit jaar niet zo lukken met de witlof en de boerenkool. Slakken hebben vrijwel alles opgegeten. Natuurlijk vinden ze dit zonde, maar een ramp is het niet. Marianne: “wat niet lukt, halen we gewoon in de winkel. We zijn gelukkig niet afhankelijk van de oogst.” Ook Henk haalt enigszins zijn schouders erbij op. “Het is nu eenmaal een slakkenjaar. Dat gebeurt soms. We bestrijden ze in principe niet, maar heel misschien ga ik dit jaar toch maar eens zout strooien. Daar kruipen ze liever niet overheen.”

Wat er wel mooi bij staat, zijn de aardappels. Henk en Marianne verbouwen maar liefst 3 soorten. Vroege aardappels (Frieslander), middenvroege (Raya’s) en een laat ras (Texla’s). Hierdoor kunnen ze bijna het hele jaar van hun eigen aardappels eten. Want die zijn toch wel het allerlekkerst. “Bij de aardappels is er een groot verschil tussen die van ons en die van de winkel. Het is altijd weer jammer als ze op zijn.”

Kennis van moestuinieren

Het grote verschil tussen de moestuin en de siertuin is de hoeveelheid werk. In de moestuin moet veel meer geschoffeld en onkruid gewied worden. Met name in het voorjaar betekent dat veel werk. Marianne: “De zaailingen en het onkruid groeien even hard. Ze moeten natuurlijk wel een kans krijgen. Maar later in het jaar wordt het makkelijker. Dan groeit het dicht en krijgt onkruid minder kans. Door het combineren van de juiste planten wordt het ook makkelijker. Sommige planten doen het goed naast elkaar, anderen niet. Als je dat weet, scheelt het werk.”

De kennis die Henk en Marianne hebben, komt voort uit jarenlange ervaring en wat hulp van internet en andere tuinders. “We hebben wel eens een boek aangeschaft of gekregen, maar de meeste kennis krijg je toch door het te doen. We kunnen veel op internet vinden en soms krijg je wel eens ongevraagd advies van anderen. Je maakt een praatje met elkaar en dan kun je ervaringen uitwisselen. Soms helpt dat.”

Zo kregen ze bijvoorbeeld een goede tip om knolvoet tegen te gaan: “Bij knolvoet zit er een soort wratachtige verdikking op de grens tussen wortelstelsel en plant. In die verdikking zit een larve. Als je die verdikking opensnijdt, gaat de larve dood en wordt de plant niet verder aangetast. Dat zijn van die weetjes waar je anders geen flauw benul van hebt. Maar de beste tip was nog wel die van het zaaien in termijnen. De eerste keer hadden we alles in één keer gezaaid. Toen hadden we misschien wel honderd kroppen sla. Wat moet je ermee?” vertelt Marianne lachend.

’s Ochtends oogsten

Tuinieren bij de Paasweide is gezellig, alhoewel Henk en Marianne daar niet komen voor de sociale contacten. Marianne: “Je maakt wel eens een praatje, maar daar heb je niet altijd tijd voor.” Soms worden er gezamenlijke activiteiten gehouden. Meestal in het voorjaar en najaar, bij het begin en einde van het seizoen. “Dan drinken we wat en nemen mensen huisgemaakte gerechtjes mee. In het najaar doen we dan meestal ook wat klusjes samen.” Ook is er een ongeschreven regel: alles wat bij de waterpomp ligt mag worden meegenomen. Een overschot aan oogst, stekjes of zaailingen. “Op die manier kun je eens wat nieuws proberen.”

Tot slot nog even het beste tijdstip om te moestuinieren. Desgevraagd zegt Marianne dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt. “Alleen ’s avonds zijn er nog wel eens irritante vliegjes. Dan ben je blij dat je een lange broek of iets met lange mouwen aan hebt. Maar oogsten doe ik wel graag ’s ochtends. Dan is alles nog lekker fris. Na een hele dag in de brandende zon is het minder lekker. Soms ga ik, nog voor de kinderen komen*, al om zeven uur naar de groentetuin. Dan weet ik zeker dat ik die dag lekkere groente heb.”

*Marianne is gastouder, zie ook #AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne

#AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne

Deze keer in de rubriek #AchterDeSchutting: de tuin van Henk en Marianne uit de wijk Maarwold. 

Toen Henk en Marianne 20 jaar geleden deze tuin betrokken, was het eigenlijk al een mooie tuin. Alleen stonden er toen nog meer bomen. Maar de vele bollen, zoals de talrijke boshyacintjes, de boerenjasmijn en de forsythia waren er al. Omdat het ontwerp van de tuin ze beviel, hebben ze aan de vorm nooit veel veranderd. Sommige bomen zijn verwijderd en een aantal mee verhuisde planten zijn toegevoegd, maar verder heeft de tijd vrijwel stilgestaan in dit kleine stukje Maarwold.

Dat kon mede doordat het ontwerp van de tuin van een tijdloze eenvoud is. Rondom het vrijstaande huis is één zijde vrijgehouden voor de oprit en de garage. De overige drie zijdes zijn gereserveerd voor het grasveld en één grote border die beide als een halve circkel rondom het huis liggen. In die border staan een aantal enkele bomen en struiken, en daartussen groepjes vaste planten, bollen en eenjarigen.

Sommige van de vaste planten komen elders terug in de border. Maar soms hebben ze een andere kleur, terwijl ze toch van dezelfde moederplant komen. Henk: “dezelfde plant kan op de ene plek een heel andere kleur hebben als op een andere plek. Ik weet ook niet hoe dat kan. Het heeft misschien wel met de grond of de zon te maken.” Een voorbeeld hiervan zijn de anjertjes die nu in bloei staan. In het ene stuk zijn ze lichtroze, een eindje verderop zijn ze diep donkerroze.


Japanse esdoorn

In de tuin van Henk en Marianne wordt wel getuinierd, maar niet echt volgens een bepaalde visie of in een bepaalde stijl. Marianne: “Eigenlijk proberen we het gewoon een beetje in toom te houden. Maar het hoeft niet strak in het gelid. Ook qua kleur is alles welkom.” Waar ze wel rekening mee houden, zijn de dieren. Zo ruimen ze pas in het voorjaar de tuin op. Dit trekt heel veel vogels die afkomen op de zaadjes en de insecten die kunnen schuilen tussen de afgestorven planten.

Ondanks dat ze zichzelf geen uitgesproken siertuinierders vinden, staan er wel heel veel bloeiende planten en struiken in de tuin. In de border staan onder andere klokjesbloem, hemelsleutel, scheefkelk, anjers, guldenroede en klaprozen. Langs de garage klimt een kamperfoelie. Pronkerwt, duizendschoon en slaapmutsje vind je terug in de border, langs de schutting en zelfs in kieren tegen de gevel. In potten staan een aantal tomaten- en peperplanten (jalapenos). Langs de gevel van de aanbouw groeien drie grote druivenranken met een blauwe druif.

Blikvangers van de tuin zijn de oleander en een kleine rododendron, die eigenlijk geen rododendron is, maar waar Henk en Marianne de naam niet van weten. Beide bloeien rijkelijk en vallen daardoor goed op in de tuin. Een andere in het oog springende schoonheid is de Japanse esdoorn die meeverhuisd is uit hun vorige tuin. Toen was het nog een klein boompje. De buren genieten ook erg van het uitzicht op de roodbruine boom en al helemaal als de scheefkelk, groengele struiken, heide en een kruipplantje met blauwe bloemen langs de straatzijde ook bloeien.

Moestuin

Langs de schutting bij de oprit bloeit een grootbloemige bosrank. De enige andere bosrank – een witte – heeft kort daarvoor nog gebloeid. Tot hun spijt zijn alle andere aangepote bosranken nooit aangeslagen. Het was namelijk de bedoeling om de volledige schutting te laten begroeien met deze mooie klimmer, maar dat is in al die jaren nog steeds niet gelukt. Henk: “ik vind zo’n kale schutting nooit zo mooi, maar ze willen hier maar niet groeien. Nu laten we de struiken van de buren er maar een beetje doorheen komen.”

Naast de siertuin bij het huis, hebben Henk en Marianne ook nog een moestuin bij volkstuinencomplex de Paasweide. Daar komen waarschijnlijk ook de klaprozen vandaan. “Ineens stonden ze er. Waarschijnlijk zijn ze meegelift met een stekje die van de moestuin hier naar toe gekomen is. Zo hebben we ook guldenroede staan, dat hebben we nooit zelf geplant.”

Het werken in de siertuin verdelen ze ongeveer 50/ 50. “Net hoe het uitkomt.” Henk doet wel meer in de moestuin. De voornaamste bezigheden bestaan uit onkruid plukken en het mos in het gras bestrijden. Henk: “we laten nu het gras wat langer groeien, ik heb het idee dat het zo wat meer de overhand krijgt. Maar het helpt natuurlijk niet dat het mos blijft liggen in de tuin.” “Dat komt doordat de kinderen ermee spelen in het keukentje,” antwoord Marianne, die als gastouder het belang van de kinderen daarmee voorrang geeft. “Ach, het is ook gewoon niet anders,” antwoord Henk weer. “We hebben hier nu eenmaal arme grond.”

Genieten in de zon

Voordeel van het langere gras, zijn de vele madeliefjes in de tuin. Ook daar spelen de kinderen graag mee. Net als met het speeltoestel in het gras. Ooit, als Marianne met pensioen gaat, zal die nog wel eens weggehaald worden. Maar voorlopig voldoet hij nog prima. Als de pensioengerechtigde leeftijd aanbreekt wil Marianne misschien ook nog wel een bijenkast. Dat is nu niet handig, met de kinderen, maar lijkt haar heel mooi. “Ik vind het belangrijk dat de bijen blijven bestaan. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij.”

Al met al is de tuin van Henk en Marianne dus een gastvrije tuin. Zowel voor kind als dier. Maar bovenal is het een tuin om lekker in te genieten. Want zoals Marianne het zelf zegt: “Ik vind in de tuin werken wel leuk, maar uiteindelijk geniet ik toch het meest van de tuin als ik lekker met een stoeltje in de zon zit.”

Update: inmiddels geniet Marianne van een welverdiend pensioen!