#DiepGravendeVragen: Een interview met Jan Ubels van Bartelds Hoveniersbedrijf

Jan Ubels is samen met zijn vrouw Anita eigenaar van Bartelds hoveniersbedrijf, Bartelds Vaste Planten en partner in Groen Groep Eelde. De laatste is grootleverancier aan groenprofessionals. Bartelds Vaste Planten is de kwekerij die levert voor het eigen hoveniersbedrijf en voor de Groen Groep Eelde. Bartelds Hoveniersbedrijf is al sinds 1939 een begrip in Haren, dus een interview met Jan mag in dit blogmagazine niet ontbreken!

Dag Jan, wat meteen opvalt als je hier aankomt, is hoe groot het bedrijf eigenlijk wel niet is.

“Ja, dat klopt. In totaal werken we hier met zo’n 45 tot 50 man inclusief mijn vrouw Anita, mijn zoon Dennis en ik. Overdag is een groot deel van onze medewerkers natuurlijk op pad, maar we hebben hier wel de ruimte nodig voor alle gereedschappen, wagens en ander materieel. Een deel van het terrein is voor de kwekerij van Bartelds Vaste Planten. Per jaar kweken we zo’n 300.000 planten. Dat is best veel maar als je bedenkt dat andere kwekerijen soms wel 8,5 miljoen planten hebben, valt het mee. De kwekerij had ik altijd al, naast mijn werk, en is een beetje uit de klauwen gegroeid. De planten gaan voornamelijk naar de groothandel. Een klein gedeelte van de kwekerij wordt gebruikt voor de eigen opdrachten in het hoveniersbedrijf.”

En het hoveniersbedrijf? Wat doen jullie allemaal precies?

“Nou, eigenlijk alles wel. We zijn een allround hoveniersbedrijf. We leggen tuinen aan, plegen onderhoud, werken samen met tuinontwerpers of maken zelf een ontwerp. We hebben niet echt één specialisme of een bepaald soort klanten. Sommige projecten zijn heel groot, bijvoorbeeld grote luxe tuinen of gemeenschappelijke tuinen zoals bij serviceflat Maarwold en Westerholm, soms is het juist kleinschalig zoals grafonderhoud, een balkontuin maken of het aanleggen van sedumdaken.“

Hoe lang ben je al de eigenaar van Bartelds Hoveniersbedrijf?

“Ik ben hier in 1980 komen werken. Toen was Joost Bartelds, zoon van oprichter Hermannus Bartelds, de eigenaar. In 2000 ben ik vennoot van Joost geworden samen met Ewoud Zwarts die hier toen ook werkte. Inmiddels zijn zowel Joost als Ewoud met pensioen en vormen mijn vrouw en ik samen de directie. Misschien neemt mijn zoon Dennis het ooit over, we zijn nu rustig de mogelijkheden aan het bekijken.”

Je bent niet de enige die al zo lang voor Bartelds werkt. Ik zie het ene jubileum na het andere voorbijkomen op Facebook!

“Dat klopt, we hebben trouwe medewerkers en sommigen werken al vele jaren voor het bedrijf. Het zijn echte vakmensen die je met een gerust hart naar de klanten toe kunt laten gaan. Die redden zich wel. Helaas voor ons krijgen we nu ook te maken met pensioneringen. Dit jaar zijn twee vaste krachten met pensioen gegaan en volgend jaar volgen er nog twee. Eindeloos doorgaan kan ook niet want het is natuurlijk wel fysiek werk. Maar wij hebben niet zo één, twee, drie zulke goede mensen terug helaas.  

Het mooie van mensen die al zo lang voor je werken, is dat ze vaak hun ‘eigen’ klanten hebben. Dat werkt voor iedereen wel zo mooi. We hebben namelijk heel veel vaste klanten, sommigen zijn zelfs al langer aan Bartelds verbonden dan dat ik dat ben!”

Is het vak van hovenier ook veranderd in de loop der jaren?

“Ja, er is zeker veel veranderd. Biodiversiteit wordt steeds belangrijker en dat vinden de klanten ook. Vroeger gingen er liters en liters Round-up doorheen, nu bijna niet meer. Veel klanten kiezen voor natuurlijke en biologische manieren van bestrijding.

Onze manier van werken proberen we ook aan te passen. Zo gebruiken we een spuit met bijna kokend water om onkruid tussen de voegen te doden en hebben we accumachines in plaats van apparaten op benzinemotors. Zonnepanelen wekken stroom op voor de machines en voor de kwekerij gebruiken we bronwater dat we in een bassin laten opwarmen door de zon.

Soms is het een zoektocht hoor. Onze wagens moeten bijvoorbeeld zeer zware karren kunnen trekken, dat redt je niet met een elektrische auto. Nóg niet, in ieder geval. Ook wat betreft potgrond blijft het zoeken naar een goed en werkbaar alternatief voor potgrond met turf of veen. Soms lijkt iets duurzaam, maar is het op een andere manier niet goed voor de wereld. Het is vaak maar net hoe je er tegen aankijkt.

Wat we wel kunnen doen is afval scheiden. Groen afval wordt gecomposteerd, puin wordt gerecycled en de plastic potten van de kweekplanten worden verwerkt tot granulaat waar weer nieuwe potten van gemaakt worden. Ook adviseren we onze klanten. Oude terrastegels kan je nog hergebruiken door er een bloembak van te maken en Olivijn split is een goede keuze als je een duurzame halfverharding wilt. Olivijn slaat namelijk CO2 op uit de lucht. Met zijn allen kunnen we er voor zorgen dat de natuur er op vooruit gaat, in plaats van achteruit.”

Is er ook veel vraag naar advies over wateropslag?

“Ja, dat is een groeiende tak van het werk tegenwoordig. We plaatsen bijvoorbeeld grote containers onder de grond die zijn aangesloten op de afvoer van het regenwater. Het water wordt verzameld en vloeit geleidelijk aan terug naar de bodem. Dankzij zulke infiltratiesystemen stroomt het hemelwater niet meer het riool in en heb je ook geen wateroverlast.”

Wat is het leukste van het vak?

“Het leukste is dat je lekker bezig bent met je handen. Je creëert iets. Het is echt mooi om van A tot Z met een tuin bezig te zijn. Ik heb dat ook zo lang gedaan. Als jij me nu vraagt om een roze-paarse tuin zie ik gelijk voor hoe dat er uit moet komen te zien en met welke planten.

Het is fijn dat de interesse in tuinen weer is toegenomen. Zeker sinds corona kun je dat goed merken. Mensen willen er weer tijd en geld aan besteden. Als je een mooi huis hebt, dan wil je ook dat de tuin waar je op uitkijkt mooi is. De tuin is een verlengstuk van het huis geworden.

Het is leuk om met groen bezig te zijn. Ook voor kinderen. Zo hebben wij de planten gesponsord van de bijen- en vlindertuin van Stichting Kind en Groen, een particuliere bezoektuin vlak bij de Mikkelhorst. Daar staan nu allemaal planten zoals lavendel, tijm en dropplant. Kinderen kunnen daar ruiken, proeven en ervaren wat planten doen. Ook zijn er lezingen. Dat zijn mooie initiatieven.”

Komen jullie wel eens zeldzame voorwerpen of dieren tegen in tuinen?

“Nou, we hebben nog nooit een echte schat gevonden ofzo. Dieren kom je natuurlijk wel tegen. Een klant van ons had een bijzondere boom die kapot geknaagd is door de bevers die daar vlakbij leven. Ook zijn we een dassenburcht tegengekomen bij de golfbaan. Ja, dat kan gebeuren.

Voordat we in een tuin aan de slag gaan, doen we trouwens altijd eerst een schouw. Zeker in het broedseizoen. We willen geen dieren verstoren. Als een boom gekapt moet worden omdat hij niet meer gezond is, maar er zit wel een broedende duif in, dan maken we een inschatting of het nog even kan wachten of niet. Dat moet altijd in overleg met de gemeente, want zij besluiten of en wanneer dat moet gebeuren. Sowieso zullen we nooit zomaar of illegaal een boom kappen. Dat hoeven klanten ons niet te vragen. Er moet een vergunning en een goede reden zijn.”

Heb je nog goede tips voor de tuiniers in Haren?

“Planten die het hier goed doen zijn rudbeckia, nepeta, waldsteinia en alchemilla mollis oftewel vrouwenmantel. Planten waar je bijna niets voor hoeft te doen maar die wel snel de bodem bedekken waardoor onkruid minder kans krijgt. Met een paar hogere planten of heesters daartussen heb je dan al snel een mooie en makkelijke border.

Een andere tip is om altijd te zorgen voor 1/3 aan stenen in de tuin en 2/3 aan groen. Dat is een mooie balans en geeft je voldoende meters die je nodig hebt voor paden en terrassen.

Op de rotonde (rotonde Doctor Ebelsweg/ Felland Noord die Bartelds in beheer heeft, red.) laten we regelmatig spreuken zien van Ben van Ooijen, de bedenker en oprichter van de Tuinen van Appeltern. Dat is ook een tip: bezoek de tuinen van Appeltern in Gelderland en trek er gerust twee dagen voor uit. Maak er een uitje van. Wat begon als een modeltuin van een hovenier is inmiddels een compleet park met heel veel verschillende voorbeeldtuinen. Er is daar zoveel moois te zien. Het is echt een geweldige plek om inspiratie op te doen!”

Hartelijk bedankt voor je tijd en de rondleiding Jan!

#OpDeSchop: de tuin van Westerholm

Op de plek waar vroeger de Sint Nicolaasschool stond, is kort geleden een nieuw appartementencomplex van Westerholm geopend. De tuin rondom het complex wordt nu opnieuw aangelegd en dat proces volgen we in deze serie op de voet!

Een tuin voor iedereen

De tuin is zodanig ontworpen dat niet alleen de bewoners van Westerholm ervan profiteren, maar ook alle bewoners van de omringende huizen en de bezoekers van de tegenovergelegen Sint Nicolaaskerk. De parkachtige tuin maakt een visuele verbinding met de kerk door de aangepaste bestrating en de openbare parkeerplekken zorgen voor veiligheid en gemak voor bezoekers van beide organisaties.

In het beplantingsplan valt op dat er veel aandacht is voor bloeiende planten én voor plukfruit. Fruitbomen en bessenstruiken zijn niet alleen leuk voor mensen, maar zorgen ook gegarandeerd voor veel vogels en bijen in de tuin. Voldoende variatie in hoogte, zowel in het grondoppervlak als in de beplanting zorgt ervoor dat de tuin niet snel verveelt en uitnodigt om doorheen te lopen. De uitgebalanceerde beplanting, die in ieder seizoen weer iets nieuws te bieden heeft, maakt het werk verder af.

De eerste planten en hagen

De eerste stappen in de aanleg van de tuin werden al genomen voordat de bewoners hun appartement betrokken. Al snel werden de grote lijnen in paden en bestrating duidelijk. Ook werden er bankjes, stoelen en verlichting geplaatst. Omwonenden en passanten zagen al snel: dit gaat mooi worden!

Maar in de afgelopen weken werd het pas echt leuk voor ons tuinliefhebbers. Hoveniersbedrijf Bartelds begon met de beplanting! Die eerste beplanting bestaat voor een deel uit groenblijvende heesters zoals laurierkers (Prunus laurocerasus ‘Mount Vernon’) en sneeuwbal (Viburnum davidii), maar ook de bladverliezende vlinderstruiken (Buddleja davidii ‘Lochinch’) en de hagen van taxus (Taxus baccata) en haagbeuk (Carpinus Betulus) kregen alvast een plekje. Bovendien werden al een paar bloeiende vaste planten geplaatst zoals Siberisch edelweiss (Anaphalis Triplinervis), brandkruid (Phlomis Russeliana) en ooievaarsbek (Geranium Rozanne).

Het begin is nu echt gemaakt en we kunnen niet wachten op de rest. We houden u op de hoogte!

#NuInBeeld: Pampasgras!

Pampasgras (Cortaderia) is een populaire grassoort die al decennialang wordt toepast in verschillende stijlen tuinen. Het is een imposante blikvanger die meer dan twee meter hoog kan worden. De variant ‘Sunningdale Silver’ wordt zelfs hoger dan drie meter!

Wist je trouwens dat de pampasgrassen die je in tuinen ziet altijd de vrouwelijke varianten zijn? Die hebben namelijk vollere, pluizigere pluimen die bovendien ook nog eens lichter en zachter van kleur zijn dan de mannelijke. Zouden er in onze omgeving ook veel mannelijke pampasgrassen staan, dan is de kans groot dat je binnen de kortste keren overal stekjes van het gras ziet opduiken. Pampasgras zit boordevol zaden en plant zich van nature makkelijk voort.

Pampasgras bloeit tussen augustus en september en heeft daarna nog lang sierwaarde, zeker als hij beschut staat en niet omwaait tijdens een pittige storm. Je ziet ze momenteel ook vaak weer gedroogd in een vaas in huis. Het is een uitstekende plant om solitair aan te planten. Bijvoorbeeld in een plantspiegel in het gazon of een saaie hoek van de tuin. Kijk wel uit voor de vlijmscherpe bladeren die lelijke sneeën kunnen veroorzaken. Handschoenen aan tijdens het snoeien in het voorjaar!

TuinTuin

#InHetZonnetje: de Herfstanemoon

De herfstanemoon (Anemone) begint te bloeien als de rest van de tuin al een beetje over zijn hoogtepunt heen raakt. Het is dan ook een zeer geliefde en vaak toegepaste plant in de border, waarmee je het bloeiseizoen tot ver in het najaar rekt.

Het blad van de anemoon blijft vrij laag terwijl de roze of witte bloemen hoog op de stelen erboven uit steken. Geen onopvallend muurbloempje dus, maar een bloeier die heerlijk pronkt met haar komvormige bloemen en haar lengte van 60 tot 100 centimeter.

Herfstanemonen zijn vrij makkelijke planten die ook prima in de schaduw of halfschaduw groeien. Wel willen ze graag humusrijke grond die niet te droog is. Met wat organische mest in het voorjaar, zorg je voor extra mooie bloemen.

Sommige mensen vinden de herfstanemoon lastig, omdat deze zich makkelijk kan vermeerderen dankzij de dikke wortelstokken die zich onder de grond uitbreiden. Tijdens het weghalen kan deze breken en een klein stukje wortelstok wordt makkelijk weer een nieuwe plant. Voor de meeste plantenliefhebbers is dat geen probleem: voor een groots effect, heb je slechts een paar jaar geduld nodig. Bovendien kunnen de uitlopers verplant worden naar andere plaatsen of weggegeven aan andere tuinliefhebbers.

In een strenge winter kan het trouwens zomaar gebeuren dat de herfstanemoon verdwijnt. De plant is tamelijk vorstgevoelig en heeft een bedje van mulch, compost of bladeren nodig om de winter door te komen. Geadviseerd wordt om de uitgebloeide stengels af te knippen zodat de plant zich helemaal kan terug trekken onder de grond voor een welverdiende winterrust.

Herfstanemonen kunnen nog tot oktober aangeplant worden, zodat de wortels genoeg tijd hebben om te aarden in de nog warme grond.

TuinTuin

#GroeneStraten: Ridderspoorweg

In de wijk Oosterhaar in Haren komen we een flink aantal straten tegen die vernoemd zijn naar bekende en minder bekende plantensoorten. In deze serie vertel ik meer over deze planten en hun Nederlandse naam.

Een van de mooiste bloemen voor in de tuin is Delphinium, oftewel ridderspoor. Een hoge, statige plant met opvallende kleuren waaronder wit, roze, paars en diepe kleuren blauw: ridderspoor zie je niet snel over het hoofd. Een border met meerdere Delphiniums is een lust voor het oog. Bovendien is ridderspoor een geliefde pluk- en snijbloem voor (veld)boeketten.

Toch hebben niet veel mensen Delphinium in de tuin. Het is namelijk een plant die de naam heeft lastig te zijn. Dat valt op zich nog wel mee, alleen is de standplaats erg belangrijk voor ridderspoor. De grond mag niet te nat of te droog zijn en moet veel voeding bevatten. Lichte kleigrond die ook nog wat humus bevat is ideaal voor ridderspoor. Staat je ridderspoor langer dan twee jaar op dezelfde plek? Dan moet je waarschijnlijk (vloeibare) voeding bij gaan geven of de plant verplaatsen. Regelmatig een beetje organische mest en compost doet wonderen voor de bloei van je riddersporen.

Vanwege zijn hoogte heeft ridderspoor het liefst een beschutte plek uit de wind. Tijdens de bloei is het geen overbodige luxe om de plant te steunen. Die prachtige trossen bloemen, wegen namelijk behoorlijk zwaar. Ook verlangt hij graag een plekje in de zon om zo uitbundig te kunnen bloeien. Maar als hij dan een prettig plekje heeft gevonden: dan kan ridderspoor je trakteren op de mooiste trossen bloemen ooit en geeft hij soms, na een snoeibeurt, ook nog een tweede toegift in augustus/ september!

Ridderspoor wordt zo genoemd omdat de bloemen, net als ridders, een naar achteren wijzend spoor aan de bloemen hebben. De Latijnse naam Delphinium is afgeleid van het Latijnse woord voor dolfijn, omdat de bloemknoppen doen denken aan dolfijnenhoofdjes.

Tot slot nog een reden waarom niet alle bloemenliefhebbers Ridderspoor in de tuin hebben: de plant is zeer giftig voor mensen en huisdieren. Toch jammer. Want vlinders, bijen en hommels zijn juist weer dol op de nectar van ridderspoor. Misschien toch eens op zoek naar een beschut plekje in de tuin?

TuinTuin

#AchterDeSchutting: de tuin van Jannie en Willem uit Oosterhaar

Voor de rubriek #AchterDeSchutting neem ik een kijkje in tuinen van anderen. Deze keer was ik welkom in de tuin van Jannie en Willem in de wijk Oosterhaar!

Al vóór Jannie en Willem hier kwamen wonen, stond het stukje bos achter hun woning bekend als het vogelbosje. Nu, dertig jaar later, zijn de vogels nog steeds aanwezig en vliegen ze af en aan in de prachtig aangelegde tuin van het stel. Tot hun grote vreugde, want Jannie en Willem genieten enorm van al dat leven in de tuin. Sterker nog: ze helpen de dieren graag een handje mee!

De favoriete plek in de tuin is voor beiden het terras achter het huis. Zeer begrijpelijk want daardoor is er extra veel zicht op de borders, de nestkastjes in de omringende bomen en de vogels die badderen en drinken in de grote vogelbaden die Willem bij droogte iedere keer aanvult. Maar net zo lief zijn ze lekker bezig. Want door de hoge bomen die rondom staan, is er altijd wel wat te doen! Willem en Jannie vertellen: “We hebben natuurlijk veel blad in de tuin, maar ook in deze tijd van het jaar – mei – valt er allemaal bloesem uit de eikenbomen. Dat hoort er bij. Net als de grote slakken die uit het vogelbosje komen. Er komen soms lange draden met rupsen uit de bomen, maar die vinden de jonge vogels erg lekker. Daardoor hebben we ook geen last van de eikenprocessierups die verderop wel een plaag vormt.”

De spreeuwen genieten van het vogelbad

Heldere vijver

Maar niet alleen de bomen en de vogels vragen om aandacht. Er is altijd wel iets dat veranderd of verbeterd kan worden. Zo hadden Jannie en Willem jarenlang een mooie heldere vijver, boordevol leven. Maar toen de kleinkinderen kwamen, werd de vijver voor de veiligheid gedempt. Willem: “Dat is ergens wel jammer want zo’n vijver maakt een tuin compleet. Er zat vaak een reiger bij en we hadden vissen en kikkers. Maar het was ook wel veel werk om hem zo mooi en helder te houden.”

Een meer recente aanpassing was het omtoveren van een stuk gazon aan de achterzijde van het huis in een hortensiaborder. Jannie: “Dit stukje tuin aan de noordkant van het huis kreeg te weinig zon, waardoor het gras niet goed groeide. Nu hebben we daar hortensia’s neergezet die een groot deel van de zomer bloeien. Helaas had ik ze net rigoureus teruggesnoeid, niet wetende dat er een tuinportret gemaakt zou worden. Daardoor zullen ze dit jaar niet zo mooi bloeien, maar volgend jaar wel weer!” Ze vertelt het met een lach.

Jannie houdt erg van snoeien omdat de planten en bomen daar uiteindelijk veel mooier van worden en beter bloeien. Zo heeft ze eerder ook de Acer, of de Japanse esdoorn flink teruggesnoeid, waardoor die wél mooi staat te pronken. Ook de vele vlinderstruiken en de fuchsia lopen alweer uit en staan straks weer klaar om bijen en vlinders van nectar te voorzien. Helaas laten de paarse bloemen van de rododendron het een beetje afweten dit jaar en is de gouden regen, met drie kleine trossen, niet zo uitbundig aan het bloeien als vorig jaar.

Oranje ‘Koningsdag’ rododendron

Maar gelukkig is er nog veel meer moois te zien in deze kleurrijke tuin. Bijvoorbeeld de oranje ‘Koningsdag’ rododendron. Deze is net over zijn hoogtepunt heen, want ieder jaar weer bloeit deze opvallende verschijning prachtig rondom Koningsdag. “Eerlijk gezegd zou ik hem zelf nooit hebben uitgezocht” vertelt Jannie. “Maar hij kwam uit de tuin van mijn dochter en weggooien kunnen we niet zo goed over ons hart verkrijgen. Nu vinden we het toch ieder jaar wel speciaal dat hij op de verjaardag van de koning zo mooi bloeit!”

Ook een hortensia die eigenlijk in een samengesteld bloemenmandje zat, werd ‘gered’ en in de border gezet. “De hortensia had veel meer water nodig dan de twee andere, dus die hebben we snel in de grond gezet.” Zaadjes die Jannie en Willem krijgen van de kleinkinderen worden in een grote pot opgekweekt om ze te behoeden voor de slakken. En een gekregen bloemenzak die je aan de muur kunt hangen bewaarde Jannie en vulde ze dit jaar weer met nieuwe viooltjes. “Het was even een werkje, maar hij bloeit nu al weer een tijd!” De viooltjes in de verhoogde stenen border werden wel weggehaald en vervangen door scaevola’s. Die bloeien nog niet, maar vormen straks één grote, blauwe bloemenzee. Oh, en de bollen uit zo’n mooi bloeiende bollenmand? Die liggen al te drogen om straks de tuin in te gaan!

Dankbare planten

Genoeg te doen dus in de tuin en misschien is dat de reden dat Jannie en Willem beiden een vrij makkelijk plantje als favoriet aanwijzen: Willem de roze ooievaarsbek en Jannie een roze bosaardbeitje. Waarom? “Omdat ze de hele zomer doorbloeien, weinig werk kosten en het overal goed doen.” Ook kruipend zenegroen, die zich duidelijk thuis voelt in de tuin, vinden ze mooi vanwege de blauwe kleur. Aan de voorzijde van het huis vindt Willem de scheefkelk in combinatie met de blauwe bessen van de sneeuwbal een mooi plaatje. En de rotsplantjes tegen de gevel van het huis bloeien soms wel wekenlang. Dankbare planten, waar beiden dus van genieten.

Maar, zoals eerder gezegd, genieten ze ook van het leven in de tuin. We sommen even op: spreeuwen, merels, roodborstjes, mezen, zwartkopjes, boomklevers en zelfs een groene specht bezoeken de tuin. In de nestkastjes broeden op het moment van schrijven een koolmezenpaar en een paartje boomklevers. Een andere nestkast wordt intensief bezocht door een spreeuw, die waarschijnlijk bezig is met een tweede leg. Of de vleermuizenkast ook bewoond wordt, weten beide niet. Maar het zou zomaar kunnen.

Genieten van het buitenleven

De vele bloeiende planten en bomen zoals de onlangs geplaatste honingboom en de rijk bloeiende weigelia’s, een waardplant voor vlinders, maken dat deze tuin goed bezocht wordt door allerhande dieren en insecten. En natuurlijk omdat Jannie en Willem zorgen voor voldoende water en voer. Eekhoorntjes schieten door de bomen en zelfs een doodzieke marter wist de waterschalen te vinden. Jannie: “Deze was waarschijnlijk vergiftigd en is opgehaald door de dierenambulance. Zonde, want je wilt ze niet in je huis of auto, maar het zijn heel mooie dieren.” Uit alles wat ze zeggen spreekt de liefde voor dieren en de natuur. En ook in de tuinbeelden, gekozen door Jannie – die jarenlang boetseerde, komt de natuur vaak terug. Maar bovenal genieten ze van het buitenleven. Jannie: “We leven buiten, we eten buiten. Als het even kan, zijn we in de tuin. Er is altijd wat te doen, maar soms zeg ik ook tegen Willem dat we even lekker gaan uitrusten op het terras.” Willem op zijn beurt wil dat ook wel, maar maakt ook graag zijn klusje af: “Dan heb ik de dag erna mijn handen vrij voor andere dingen.” Niet gek als je bedenkt dat Willem een begenadigd kunstschilder is. Zijn favoriete onderwerpen? Landschappen, bloemen en natuurlijk… vogels!

Bovenaanzicht van de tuin

#GroeneStraten – Tormentilweg

In de wijk Oosterhaar in Haren komen we een flink aantal straten tegen die vernoemd zijn naar bekende en minder bekende plantensoorten. In deze serie vertel ik meer over deze planten en hun Nederlandse naam.

Deze keer is de Tormentilweg aan de beurt.

Eerlijk is eerlijk: ik had er nog nooit van gehoord. Van tormentil. (Ook niet van dravik trouwens, zie de vorige post in deze serie.) Tormentil is in ieder geval de Nederlandse naam voor de plant die de wetenschappelijke naam Potentilla erecta draagt. Het is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) en heeft gele bloemen. Hij lijkt wel wat op ganzerik en dat is niet gek, want ganzerik is ook een potentilla soort. (Potentilla fruticosa).

Krachtige pijnstiller

Tormentil heeft een aantal goede eigenschappen en dan vooral de wortels. Deze zijn dik en te gebruiken als voedsel, pijnstiller en als medicijn tegen bloedingen. Het wordt wel als rode verf voor leer gebruikt. Bezoekers van Beieren hebben misschien wel eens de likeur Blutwurtz gedronken. Ook deze drank wordt van de wortel van tormentil gemaakt.

Vanwege zijn geneeskrachtige eigenschappen kreeg hij zijn naam Potentilla: dit is afgeleid van het Latijnse woord potens, wat krachtig betekent. Het Nederlandse tormentil heeft dan weer een minder aantrekkelijke oorsprong: dit is afgeleid van het Latijnse woord tormentum en dat betekent kwelling of marteling. Toch is deze afgeleide niet heel gek: tormentil was vroeger in gebruik als pijnstiller bij zweren en ontstekingen in de mond.

Tormentil als tuinplant

Tormentil is een kruid die van mei tot augustus met kleine bloemen bloeit. Hij groeit het best in een zonnige omgeving met vrij schrale grond. Van nature komt hij voor in heide- en duinlandschappen en schraal grasland. Ondanks zijn verwantschap met de rozen is het geen tuinplant met een hoge sierwaarde, maar is het eerder een kruid die gewaardeerd wordt om zijn goede eigenschappen en aantrekkingskracht voor vlinders en solitaire bijen zoals de brilmaskerbij.

TuinTuin

#GroeneStraten: De Dravikweg in Haren

In de wijk Oosterhaar komen we een flink aantal straten tegen die vernoemd zijn naar bekende en minder bekende plantensoorten. In deze serie vertel ik meer over deze planten en hun Nederlandse naam.

We beginnen met de Dravikweg.

Niet iedereen zal dravik meteen herkennen als plantennaam. Maar misschien herken je de plant wel. Het is een grassoort uit de grassenfamilie Poaceae. Het geslacht zelf wordt Bromus genoemd. In Nederland komen er van nature vier soorten dravik voor: trosdravik, sierlijke dravik, dreps en zachte dravik. Akkerdravik wordt ook wel gevonden in Nederland, maar is dan waarschijnlijk per ongeluk ingevoerd met andere graszaden.

Hoe de naam dravik is ontstaan is niet helemaal bekend. Het vermoeden bestaat dat de naam van oorsprong Gallisch is, maar ook een Germaanse of Middelengelse herkomst wordt niet uitgesloten. Het woord dreps is in ieder geval hetzelfde woord, maar dan in Nederlands dialect.

Dravik lijkt op haver

Dravik komt vaak voor in bermen, op braakliggende stukken grond en in graslanden. De grassoort lijkt wel wat op haver. Boeren zijn er niet blij mee als dravik opduikt tussen hun gewassen, want tussen andere graansoorten zoals tarwe is hij moeilijk te bestrijden. Je ziet hem ook regelmatig tussen de stoeptegels, trottoirbanden of stoeptegels oppiepen.

Dravik is een eenjarige plant die zich voortplant door zich uit te zaaien. Vogels eten de zaden van dravik en insecten leven van het sap van de plant. Hoewel hij dus niet zo geliefd is bij boeren en de plant ook geen grote sierwaarde heeft voor de tuin, is het wel een nuttige plant voor de biodiversiteit. Dus lekker laten staan als je hem op een verlaten akkerlandje tegenkomt!