DiepGravendeVragen – Caroline Thomas – Tuinen van Thomas

Voor de rubriek #DiepgravendeVragen ging ik langs bij Caroline Thomas. Caroline is tuinontwerper en beeldend kunstenaar. Onder de naam Tuinen van Thomas maakt ze unieke tuinontwerpen voor grote en kleinere opdrachtgevers uit de regio. Haar tuinen kenmerken zich door hun heldere, speelse, en groene karakter. Het zijn tuinen met een twist.

Caroline en ik ontmoeten elkaar op het Suikerterrein in Groningen. Caroline is namelijk betrokken bij de aanleg van een parkachtige woonwijk op het voormalige terrein van de Suikerunie fabriek. Ze vertelt: “Het basisontwerp voor het park lag er al en ik ben betrokken geraakt bij de verdere uitwerking en het beplantingsplan. Het is een project met uitdagingen, daarom vind ik het leuk en goed om te laten zien. Om te vertellen wat er allemaal bij komt kijken en dat het soms gerust zoeken is naar oplossingen.”

“Het terrein is namelijk van de gemeente en in 2030 wordt alles in principe weer weggehaald om plaats te maken voor iets anders. Ook was het een eis dat planten en bomen dan weer herplaatst kunnen worden op een andere plek. Daardoor moesten we kiezen worden voor bomen die niet te hard groeien, want dan wordt de stam te dik en is herplaatsing niet meer mogelijk. Ook de bodem is na jaren gebruik als fabrieksterrein niet ideaal. Deze is wel bewerkt, maar op sommige plaatsen helaas niet optimaal.”

Het park wordt in fases aangelegd, dus ik kom regelmatig langs. Dan kan ik zelf zien hoe de nieuwe aanplant zich houdt – zeker met de weersomstandigheden deze zomer en winter – en overleggen met de hoveniers van Hooft Hoveniers die de aanleg verzorgen. Het wordt wel héél leuk trouwens, met planten, vormen, geuren en kleuren die geïnspireerd zijn op het thema suiker. Denk dan aan beplanting met mierzoete combinaties van zachtroze en geel, naar die vierkante schuimblokken. Maar ook bijvoorbeeld cichorei die in de oorlog als surrogaatkoffie werd gebruikt of het wollige van suikerspinnen.”

Je werkt inmiddels aan dit soort mooie en grote projecten. Maar hoe ben je begonnen als tuinontwerper?

“Vroeger wilde ik eigenlijk modeontwerpster worden. Met dat doel ging ik naar de kunstacademie in Utrecht. Helaas werd ik na het eerste jaar niet toegelaten tot die richting, maar ik vond de opleiding zó leuk dat ik wel zeker wist dat ik wilde blijven. Toen heb ik de richting Fine Art (Autonoom, Ruimtelijke Vormgeving) gekozen en afgerond. Tijdens mijn studie woonde ik een tijdje in Barcelona, waar ik meer geïnspireerd werd door Land Art.”

“Tijdens de zwangerschap van ons eerste kindje kregen we de kans om een woning te kopen in onze straat in Utrecht. We zouden daardoor van een bovenwoning verhuizen naar een huis met een tuin. Die tuin heb ik helemaal nieuw aangelegd met hulp van mijn vader. Liep ik met de kinderwagen naar de ene kant van de stad voor cobblestones en naar de andere kant om planten op te halen. Ik was altijd in de tuin bezig. Onlangs ben ik trouwens nog eens in diezelfde tuin geweest: in grote lijnen is deze nog hetzelfde zoals ik hem toen heb aangelegd.”

“In diezelfde tijd kwam ik af en toe via mijn broer in aanraking met een tuinarchitect en zag ik tuintekeningen. Ik had daarvoor nooit zo beseft dat zoiets bestond, maar dacht wel: dát wil ik ook! Tekenen kan ik wel en waar ik op de kunstacademie altijd werd aangemoedigd door de docenten om groter te denken en werken, mag je bij tuintekeningen juist kleiner werken. Het zaadje was geplant, maar het duurde nog tot na onze verhuizing naar Groningen dat ik er echt iets mee ging doen. Toen zag ik in een advertentie de opleiding tot hovenier voorbijkomen waar alle onderdelen van het vak aan bod kwamen, inclusief tuintekenen. Daar heb ik mij voor aangemeld.”

Komt je vooropleiding goed van pas bij het ontwerpen van tuinen?

“Door de kunstacademie was ik gewend om te denken vanuit vorm, ruimte en kleur. Ik weet hoe je een buitenruimte kunt beïnvloeden met ruimtelijke vormen. Ik ontwerp niet opzettelijk vanuit bepaalde principes, dat wordt te bedacht. Ik werk meer op gevoel en die is goed ontwikkeld door kennis en ervaring.”

“Het is dan ook jammer dat opdrachtgevers soms afwijken van het ontwerp en bijvoorbeeld een pad recht leggen in plaats van zoals hij getekend is. Het staat ze vrij, maar het haalt de kracht uit het hele ontwerp. Ik raad het dus altijd af.”

“Tijdens de hoveniersopleiding heb ik – naast het tekenen – veel geleerd over de praktische kant van een tuin aanleggen en onderhouden. Ik zie bij sommige jonge tuintekenaars dat dat stukje ervaring ontbreekt. De opleidingen zijn in het verleden helaas behoorlijk uitgekleed. Gelukkig heeft Martin Knol (oud-docent bij het Terra College, hovenier en tuinontwerper) met een aantal anderen het initiatief genomen om het voormalige opleidingsinstituut Frederiksoord weer op te starten. Daar had ik graag heen gewild, maar de opleiding was toen net gestopt. Diepgaande kennis ontbreekt vaak. Daarom adviseer ik ook: ga stage lopen of loop mee bij een kwekerij of een hovenier.”

Wat voor soort tuinen ontwerp je graag?

“Een onderhoudsvrije tuin is meestal de eerste wens van veel opdrachtgevers. Dan zeg ik: als je een onderhoudsvrije tuin wil, neem dan een tuinman of -vrouw. Dé onderhoudsvrije tuin bestaat niet. Liever streef ik ernaar om samen met de opdrachtgever te onderzoeken hoe je een relatie kunt opbouwen met de tuin.”

“De kunst is om door te vragen. Hoe leef je? Wat doe je in het weekend? Van welke muziek hou je? Waar ga je graag naartoe op vakantie? Als je tuin je doet denken aan je favoriete vakantiebestemming, dan kan je daar lang op teren. Het gaat er om verbondenheid met je tuin te creëren. Ik ben trots op een tuintje in de stad. Het is een kleine tuin, maar daar klopt alles. De eigenaresse heeft de plek helemaal eigen gemaakt en heeft nu een fantastische band met haar tuin. Dat is waar je op hoopt.”

“Schaduwtuinen vind ik heerlijk om te maken. Geen gras, alleen maar schaduwplanten. Daarmee kan je zoveel leuke en spannende dingen doen. Het is letterlijk een onbelichte vorm van tuinieren.”

“Het moet allemaal kloppen. Bij het Suikerterrein bijvoorbeeld hebben planten ook een geurwaarde of stimuleren ze de biodiversiteit. Dat vind ik heel belangrijk, al voor ik begon met de hoveniersopleiding. Ik werk niet uitsluitend met inheemse planten, maar wel altijd voor een deel. Vooruitkijken vind ik daarbij belangrijk. Door de droogte gaan inheemse planten zoals Amelanchier het hier steeds moeilijker krijgen. Veel beuken hebben het nu al zwaar. Wat vroeger in de Parijszone bloeide was hier niet toepasbaar, terwijl er nu meer beplanting mogelijk is dan je denkt. Hoewel ik een olijf hier niet snel naar toe zal halen.”

Heb je bedrijven waar je veel mee samenwerkt?

“Ik werk graag samen met Hooft hoveniers. Ik ben een kunstenaar en kan soms wel eens eigenwijs zijn. Zij snappen dat en hebben eenzelfde soort lef. We werken meestal samen aan de wat grotere projecten. Het is fijn om korte lijntjes te hebben en er tijdens de uitvoering bovenop te zitten. Dan kan je snel anticiperen als dat nodig is.”

“Maar er zijn ook samenwerkingen met andere tuinontwerpers of -architecten. Via het toenmalige Ontwerpinstituut heb ik onder andere een verdiepingscursus Ontwerpen met Beplantingen gedaan waarmee ik vervolgens de parfumtuin op het Franse tuinenfestival heb mogen realiseren. Sanne Horn verzorgde deze enorm leerzame cursus. Met Angela Warmerdam van Angela’s Tuinen die ik bij Het Ontwerpinstituut leerde kennen, verzorg ik een paar keer per jaar het kantinegesprek in Apeldoorn. Dat zijn inspiratiebijeenkomsten voor mensen uit de groensector, waar zelfs publiek uit België op af komt.”

“Tot slot werk ik regelmatig met Peter Bruinen en Pieter Hoven. Zij hebben me ook geholpen bij de aanleg van mijn Parfumtuin in Chaumont-sur-Loire.”

Ja, kan je daar meer over vertellen?

“Ik ken het Festival des Jardins in Chaumont-sur-Loire al sinds 1999 via een BBC programma. Altijd als we in Frankrijk waren wilde ik er per se heen. In 2018 sprak ik iemand over de voorwaarden voor deelname. Ik had toen al een inspiratietuin in Appeltern gemaakt en had daardoor het vertrouwen gekregen om een showtuin te kunnen maken. Na dat gesprek dacht ik: dat lukt me!”

“Tijdens de cursus van Sanne Horn had ik een ontwerp gemaakt voor de tuin van een fictief museum. Een parfum museum in Parijs. Wat volgde was een heel onderzoek naar geurfamilies, geurnoten en hoe een parfum wordt opgebouwd. Hierbij ging het om een ontwerp met alleen bladplanten, de geur komt vrij wanneer je het blad kneust. Dat ontwerp heb ik verder uitgewerkt naar het populaire boek ‘Het Parfum’ van Patrick Süskind. Ik verzette me vroeger een beetje tegen de hype rondom dat boek, maar ben het uiteindelijk toch gaan lezen en heb het hoofdstuk voor hoofdstuk ontleed. Alle planten die in het boek worden beschreven en als geurstof -essence- worden gebruikt in parfums, vormden de basis voor de showtuin in Frankrijk.”

De tuin werd verdeeld in zones, naar elke geurfamilie. Bijvoorbeeld de Citrus geuren. Het ontwerp paste goed bij het thema: paradijselijke tuin. Als je denkt aan het paradijs denk je aan water, sinaasappel, geur en fruit. Er waren heel veel inzendingen, maar ik werd toch geselecteerd. Dat was tot nu toe mijn mooiste ervaring op tuingebied. Echt een hartenwens die uitkwam.”

Naar aanleiding van die tuin maakte je later ook nog een geurtuin voor het tijdschrift Groei & Bloei.

“Klopt. Ik heb toen speciaal voor Groei & Bloei een geurtuin ontworpen. In eerste instantie wilde de redactie alleen een borderontwerp, maar dan mis je de beleving en kan je niet spelen met verschillende typen planten zoals schaduwplanten. Het is een volledig nieuw ontwerp geworden, maar ik heb wel planten gebruikt die ook in Frankrijk in de tuin stonden.”

Heb je zelf trouwens favoriete planten of bomen?

“Ik heb Gaura altijd een mooie plant gevonden. Prachtkaars is luchtig en bloeit heel erg lang. Het is helaas niet altijd zo’n betrouwbare plant, maar soms heb je met een zachte winter geluk. Of zaait de plant zich uit. Mijn advies is een nieuwe aan te schaffen als hij wegvalt. Voor de prijs van een bosje bloemen heb je een zomer lang deze geweldige plant in je tuin.”

“Ook heel mooi en helaas ook niet zo betrouwbaar met vorst en kou is Salvia guaranitica ‘Black and Blue’. Het grootste probleem is vooral de combinatie van veel vocht en daarna vorst. Het mooiste grasje vind ik Miscanthus nepalensis. In het avondlicht lijkt hij wel puur goud. Hij heeft een schitterende gloed. Echt heel mooi.”

Tot slot, heb je nog tips voor tuintrends die gaan komen de komende jaren?

“Nou, ik ben eigenlijk niet zo van de trends. Voor mezelf hoop ik dat opdrachtgevers vaker durven te kiezen voor meer beplanting: sterke bomen, bloeiende struiken en waardevolle planten voor mens en dier. Én dat er minder plastic in de tuin beland. Er waren mooie ontwikkelingen met composteerbare plantenpotjes, maar dat staat nu helaas weer een beetje stil.”

“Maar trends… Ik vind vooral dat je je eigen pad moet volgen. Ga op je je eigen inzicht af. Liefst zo natuurlijk mogelijk. Doe wat je zelf wil en negeer wat een ander daarvan denkt. Kies voor kleuren en combinaties waar je zelf blij van wordt en niet omdat ze in de mode zijn.”

“Eigenlijk is dát gewoon mijn tip: wees jezelf en volg de trends niet!”

Benieuwd geworden naar de ontwerpen van Caroline? Je vindt ze op www.tuinenvanthomas.nl!

Op 26 mei 2024 kan je haar bovendien ontmoeten in haar studio tijdens de BiotOPENdag in de Biotoop Haren!

#DiepGravendeVragen – Gerd van Helden – De Natuurtuin

“Die gekke Brabander met z’n onkruid.” Bijna dertig jaar geleden was de visie van tuinontwerper en hovenier Gerd van Helden nog niet zo algemeen geaccepteerd als nu. Zeker hier in de regio was hij één van de eerste professionals die kennis van ecologische processen combineerde met een natuurvriendelijke manier van tuinieren. Sterker nog: die daarbij ook oog had voor het effect van een natuurlijke tuin op je lichamelijke en mentale gezondheid. Gelukkig wisten gelijkgestemde opdrachtgevers hem te vinden en heeft hij sinds 1994 zo rond de 1000 tuinen ontworpen en was hij bij een groot deel daarvan betrokken bij de aanleg!

Gerd: “Ik ben nog steeds blij dat ik mijn bedrijf De Natuurtuin heb genoemd, want daardoor vindt de eerste selectie bij potentiele opdrachtgevers al plaats. Liefhebbers van gecultiveerde of traditionele tuinen kloppen bij mij niet aan. Mijn opdrachtgevers zijn ook vaak degenen die bewust wat landelijker wonen en de ruimte hebben. Ze hebben net als ik affiniteit met de natuur.”

“Ik draag al mijn hele leven de natuur een warm hart toe en vind het belangrijk om een verschil te maken. Dit land is al overgecultiveerd. Werken met een-jarigen of plantjes netjes op een rij? Dat is niet mijn stijl. Mijn werkwijze komt voort uit de drang om natuur de ruimte te geven en te focussen op biodiversiteit. Dat was vrij ongewoon toen ik net begon, maar wordt nu steeds normaler. Mede doordat overheid en bedrijven bewuster met ecologie bezig zijn en mensen het daardoor vaker zien en mooi gaan vinden.”

Ervaar je het als positief dat er nu steeds meer aandacht is voor ecologisch en diervriendelijk tuinieren?

“Dat is niet alleen goed, het is keihard nodig. Met het klimaat en de verarming van de natuur, het verdwijnen van soorten. Kijk, als het gaat om keuzes maken, is de natuur vaak het ondergeschoven kindje. Geld is leidend. Het gaat om winst en verdienen, minder om schoonheid en leven. Daar probeer ik wat aan te doen.”

“Ik vertel vaak: bij twijfel niets doen. Als je niet weet wat voor plantje het is, laat het dan gewoon eens staan. Het kan altijd nog weggehaald worden, maar als je dat bij voorbaat doet, weet je niet wat het kan worden. Durf nieuwsgierig te zijn. Ik ben wel van het ingrijpen als dat nodig is, maar veel mensen hebben niet de rust in zichzelf om het ook gewoon eens te laten. Het moet netjes, of volgens een strak plan.”

“Deels is het ook opvoeding en conditionering hoe mensen naar tuinen kijken. Een klant van mij, een dame van in de tachtig, had een kleine bloemenweide van 5 bij 5 meter. Zo’n stukje dat normaal een gazon zou zijn. Het stond helemaal vol kleine bloemetjes zoals grasklokjes en er waren allemaal diertjes en insecten. Maar buren en omstanders vonden het maar rommelig en vroegen wanneer ze het ging maaien. Het is zo zonde dat dat niet gewaardeerd werd, dat niet herkend werd hoe ze op haar bescheiden manier bijdroeg aan de biodiversiteit. Het maakte haar echt een beetje verdrietig.”

Je ziet soms dat mensen met grote tuinen overgangen creëren tussen gecultiveerd en natuurlijk. Is dat een vraag die jij ook wel eens krijgt?

“Het is mensen eigen om ‘alles’ te willen. Dat drijft ook onze innovaties en de culturele en technische ontwikkelingen. We willen het allemaal en we willen het begrijpen. Het komt voor dat mensen een bloemenweide willen in de tuin, maar ook een mediterraan tintje bij de keuken. Hier in de regio zijn veel grote tuinen. Dan kan je redelijk veel wensen realiseren. Ook zijn er mensen die rondom het huis een gecultiveerde tuin hebben die naar de buitenranden toe steeds natuurlijker wordt.”

“Het voordeel daarvan is dat je minder onderhoud hebt. Als je alles continu netjes wilt hebben, heb je daar een dagtaak aan. Een natuurlijke tuin heeft uit praktische overwegingen meerwaarde. Het vraagt minder sturing. Ik heb hier zelf 8000 m2 tuin. Vroeger, toen we hier nog de kwekerij en open dagen hadden, was een medewerker vier volle dagen per week bezig met alles netjes houden. Toen was de tuin anders dan nu. Het is geen showtuin meer. Tegenwoordig lijkt het onderhoud meer op natuurbeheer.”

Heb je voorbeelden van tuinen waar de biodiversiteit zienderogen toenam na aanleg?

“Ik ben nu in Engelbert bezig met een project: in de tuin daar ligt gigantisch veel bestrating. Daar kan ik met m’n verstand niet bij. Ik gebruik alleen bestrating die functioneel is, zoals voor paden en terrassen. De overige ruimte is voor planten. Er moet veel te zien zijn. Het is wel een dankbaar object in Engelbert. Zelfs een blind paard kan hier geen schade aanrichten. Alleen al door stenen te vervangen door planten boek je winst.”

“Hier op het terrein was vroeger een kwekerij. Die kweker was echt van de oude stempel: hij gebruikte veel chemicaliën. Er waren wel bijen, maar amper vogels. Het was een bijna dood erf. Na 1,5 tot 2 jaar kregen we al te horen van de buren dat ze blij waren met onze komst. De vogels waren eindelijk weer terug.”

“Ik heb de middelbare tuinschool gedaan en later milieukunde gestudeerd. Daar was het credo: Alles is overal, maar het milieu selecteert. Dat zag ik terug bij een project in Meerstad. Midden in een nieuwbouwwijk, ver van de dichtstbijzijnde sloot, legden we een vijver aan. De volgende dag zat er al een kikker in! Hoe ontdekt zo’n dier dat zo snel?”

“Met planten kan je het verschil maken. Verwilderingsbollen zijn niet inheems, maar wel al heel lang ingeburgerd. Ze bloeien vroeg en bieden daarmee nectar aan de eerste bestuivers die rondvliegen. Hier in de tuin heeft een imker zijn kasten staan, de bijen vinden hier altijd voedsel van sneeuwklokjes, sneeuwroem, boshyacinten tot en met de klimop die heel laat nog bloeit. Met het verschuiven van de seizoenen kan de nectar van stinzenplanten heel welkom zijn voor insecten die vroeg ontwaken in een warm voorjaar.”

“Daarom is het jammer dat er bij de beroepsopleidingen eigenlijk maar weinig aandacht voor planten is. Er is weinig groenkennis. Dat zie je terug in de tuinen die aangelegd worden. Ik vergelijk het wel eens met de term ‘The Big Five’, oftewel de vijf wilde dieren die je gezien moet hebben tijdens een safari. In tuinen zie je vooral ‘The Big Ten’: plataan, lavendel, ijzerhard en siergrassen. Dat is jammer, want er is zoveel meer diversiteit mogelijk.”

Heb je zelf favorieten die je vaak gebruikt omdat ze veelzijdig zijn of het altijd goed doen?

“Ik zoek altijd naar variatie binnen de mogelijkheden van die plek. Variatie in seizoenen en kleur, en planten die meerwaarde bieden aan vogels en insecten. Daarbij gebruik ik zoveel mogelijk inheemse planten en planten met een enkele bloem waardoor de nectar beter is te bereiken voor de insecten. Verder kijk ik naar de seizoenen en wat er al in de tuin groeit. Een plant die goed toe te passen is, is duizendknoop met al zijn variaties. Daar vliegen veel insecten op. IJzerhard is een mooie weefplant die heel lang bloeit en veel insecten trekt.”

Je werkt als tuinontwerper en hovenier en hebt een groep professionals om je heen met wie je de projecten uitvoert. Wat kunnen jullie allemaal verzorgen voor de opdrachtgevers?

“Alles eigenlijk wel. Het leuke van dit vak is dat het multidisciplinair is. Het is nooit saai, altijd afwisselend. Veel hoveniers zijn echte allrounders en hebben ervaring met meerdere disciplines zoals bestrating, houtbouw en beplanten. Ik werk met een vaste groep zzp’ers en bedrijven en samen kunnen we alles verzorgen voor de klant. Van grondwerk met een kraan tot het aanleggen van een vijver. Alleen de elektriciteit wordt aangelegd door een elektricien. Dat moet goed en veilig. En soms huren we een metselaar voor specialistische klusjes.”

“De meeste tuinen die ik ontwerp leggen we ook aan. Regelmatig werk ik zelf mee, maar altijd ben ik degene van het organiseren, plannen en aansturen. Het is mijn kracht dat ik ontwerper en hovenier ben. Door mijn ervaring kan ik al in de schetsontwerpfase de vertaalslag naar de praktijk maken. Ik weet hoe iets logistiek aangepakt moet worden en wat er nodig is om een tuin aan te leggen. Daardoor kan ik een realistische calculatie maken. Het gaat om serieuze bedragen dus dan wil je vooraf wel een reëel kostenplaatje hebben bij de keuzes die je maakt.”

“Bij het ontwerp houd ik rekening met een aantal zaken: de wensen van de opdrachtgevers, de plek en wat er al is aan beplanting plus de mogelijkheden voor hergebruik. Hergebruik scheelt afvoeren van oud materiaal en het toeleveren van nieuwe. Veel mensen vinden het ook een sympathiek idee of houden van de uitstraling van doorleefde materialen. Die geven een andere sfeer in de tuin. Ze leggen een ander accent doordat ze niet zo aanwezig zijn als nieuwe materialen. Daardoor komen de planten beter tot hun recht. Het wordt natuurlijk wel anders als je materialen echt uitkiest op hun authentieke uitstraling. Bijvoorbeeld bij natuurstenen of gebakken stenen. Dan mogen ze juist wel een beetje opvallen. Ik maak ook regelmatig een combinatie tussen oud en nieuw, waardoor het accent verandert en de een de ander echt ophaalt.”

“Het ontwerpen en aanleggen van een tuin is maatwerk en iedere keer weer anders. Er spelen zoveel factoren mee. De plek, het budget, de wensen. Werken mensen zelf mee of willen ze de tuin in fases aanleggen? Daarom vind ik het nuttiger om bij mensen thuis aan hun keukentafel aan te schuiven dan af te spreken op mijn werkplek. Het gaat er tenslotte om wat zij willen. Veel mensen vinden dat trouwens lastig. Meestal weten ze beter wat ze niet willen dan wel. Bijvoorbeeld geen geel in de tuin.”

Probeer je ze dan ook op andere gedachten te brengen?

“Nee hoor. Ik zal hoogstens aangeven dat in een paarsblauwe tuin, geel de andere planten beter laat uitkomen. Maar ik ga niet prediken. De klant bepaalt zelf. Gelukkig heb ik voornamelijk opdrachtgevers die heel ‘open-minded’ zijn. We gebruiken als het ware dezelfde taal. Ik probeer er vooral de vinger op te leggen wat ze willen om te komen tot een mooi ontwerp waar leven en beleving centraal staan.”

Kan je uitleggen wat je bedoelt met beleving?

“Beleving is voor mij naar buiten kijken en dan zien welk seizoen het is. Dat je ervaart welke tijd van het jaar het is door de planten, bloemen, kikkers, dieren. Het fruit dat rijpt, de geur van de kamperfoelie. Alle zintuigen worden aangesproken in een tuin. Je voelt de verbinding met de natuur.”

“Ik geloof dat we gelukkiger en gezonder blijven als we in verbinding zijn met de tuin. Ik denk ook dat veel mensen zich dat tijdens corona realiseerden. Hoe kwetsbaar we zijn en hoe snel alles kan veranderen. Maar ook hoe goed we het hebben op onze eigen plek. Met De Natuurtuin kan ik daar aan bijdragen. Het is gewoon een prachtig mooi vak!”

#DiepGravendeVragen: Kleine Natuur Tuinontwerp

Voor de rubriek #DiepGravendeVragen ging ik graag langs bij tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp. Bernadette ontwerpt tuinen die niet alleen mooi en aantrekkelijk zijn voor mensen, maar ook voor de dieren die gebruik maken van deze kleine stukjes natuur. Ik ging bij haar langs om meer te weten te komen over haar werk en visie.

Bernadette is, naast tuinontwerper, docent Engels op een vrije school. Ze geeft les aan leerlingen van 15 tot en met 18 jaar. Vóór ze met haar gezin naar Haren kwam, woonde ze twee hoog in Groningen en had ze weinig persoonlijke ervaring met tuinieren. Maar nadat ze hun huis met voor- en achtertuin in Haren hadden betrokken begon het te kriebelen.

Bernadette: “Eerst was ik blij dat we überhaupt een tuin hadden. Maar als snel besefte ik dat het niet míjn tuin was. Voor mijn gevoel leefde het niet, ondanks dat er een roos en magnolia waren en de mussenkolonie van de buren op bezoek kwam. De behoefte om de tuin aan te passen groeide en toen we daarmee bezig waren, merkte ik dat ik het werken in de tuin heel helend vond. Samen werken met mijn gezin, de beweging die je krijgt, het ontdekken van de natuur die leeft in je tuin: de bijen, de vogels. Het deed me goed.”

Diervriendelijke tuinen

“Naarmate we langer bezig waren, ondervond ik dat ik meer kennis wilde opdoen over tuinieren en het ontwerpen van diervriendelijke tuinen. In het begin mislukte veel omdat ik weinig kennis had over bodemsoorten en standplaats. Ik volgde diverse cursussen Garden Design bij de Royal Horticultural Society (RHS) omdat die het beste combineerden met werk en gezin én omdat ik daar met de hand leerde schetsen en ontwerpen. Dat vind ik nog steeds een prettige, bijna meditatieve, manier van werken.”

Hoewel niet alles meteen lukte tijdens die begindagen in de eigen tuin, gingen sommige dingen wél goed. Bernadette: “Het lukte ons om een appelboom op te kweken uit een zaadje van een appel. Dat deze bleef leven en vorig jaar zelfs bloeide en appels gaf was vrijwel onmogelijk werd ons voorspeld. Zelf waren we ook sceptisch. Toch is het gelukt. Die kracht: vanuit bijna helemaal niets, alleen een enkel klein zaadje, dat er dan toch een boom staat. Dat is bijzonder.”

“In het begin ging ik nog wel de strijd aan in mijn tuin. ‘Vechten’ tegen het mos of het robertskruid. Tót ik zag hoeveel bijen het robertskruid aantrok. Sindsdien haal ik nog maar een deel weg. Net zoals ik een afspraak heb met de paardenbloemen. In het hoge gras in de voortuin mogen ze blijven, maar in de border haal ik ze weg. In plaats van je te verzetten tegen dat wat wij onkruid noemen, kan je naar mijn mening beter kijken naar wat het je vertelt over je tuin. Dat werkt een stuk plezieriger.”

“In een helder moment besefte ik me namelijk dat de tuin niet mijn eigendom was, puur en alleen omdat ik dit huis en deze grond gekocht had met mijn man. De dieren en planten die leefden in de tuin waren er al vóór ons en zullen er nog zijn als wij hier allang zijn vertrokken. We hebben de tuin alleen maar tijdelijk in gebruik en moeten deze zo goed mogelijk doorgeven aan de generaties na ons. Noem het naïef of juist ambitieus, maar ik mag graag geloven dat mijn tuinontwerpen en de adviezen die ik geef, bijdragen aan een betere wereld.”

Balans vinden in de tuin

“Niet dat dat betekent dat je de tuin niet in bedwang houdt. De roos en clematis worden gewoon gesnoeid en zevenblad weggehaald. Maar je kunt beter manieren bedenken om er mee om te gaan. Om de balans te vinden. Met een mooie bodembedekker zoals maagdenpalm heeft onkruid minder kans en zorg je toch voor kleur en bloei in je tuin. Veel mensen zijn bang dat een tuin vol planten en bloemen veel werk is, maar als je makkelijke planten gebruikt heb je juist veel minder onderhoud. Net zoals de dieren die je tuin bezoeken elkaar in toom houden: egels, vogels, oorwormen en lieveheersbeestjes zijn natuurlijke bestrijders van plaagdieren.”

“In mijn beplantingsplannen houd ik dus rekening met de dieren die in een tuin leven. Zo zorgen voorjaarsbollen voor bloei en voedsel in het vroege voorjaar. Natuurlijk adviseer ik alleen biologische bollen, planten en zaden te gebruiken omdat deze gifvrij zijn en daarmee niet schadelijk voor de dieren. Goede biologische kwekers zijn Arborealis en De Beemd in Warffum. Online heeft Sprinklr een uitgebreid assortiment. Verder gun ik iedere tuin een krent, een van mijn favorieten. Ik kijk altijd eerst of er in een tuin ruimte is voor een krent. Een krent geeft al vroeg in het voorjaar grote wolken witte bloemen: fantastisch om te zien en een belangrijke vroege bron van nectar voor bijen en vlinders.” Later in de zomer komen er eetbare bessen aan waar de vogels gek op zijn.

Eetbare tuin

“Een ander uitgangspunt is dat ik altijd een stukje ‘eetbaar’ meeneem in het ontwerp. Al is de tuin nóg zo klein, er kan altijd een plant of boom in waar je van kunt eten of oogsten. Wees ook niet bang om een boom te plaatsen in een kleine tuin. Of, als het even kan, een kleine vijver. Ze dragen bij aan het leven in je tuin. Ook gebruik ik geen geïmpregneerd hout, dat is gewoon gif dat je grond insijpelt. Dat wil je niet als voedingsbodem voor je aardbeien.”

“De bodem is een belangrijk aspect in de tuin. Ik maak niet alleen het ontwerp, maar geef ook advies over de bodem. Door het toevoegen van effectieve micro-organismen (EM) kan je de bodem enorm verrijken. Zware kleigrond kan je verbeteren met bladcompost. De adviezen zijn overigens wel vrijblijvend. Het is uiteindelijk aan de mensen zelf om te kijken of ze het willen toepassen bij het uitvoeren van het plan. Dat is tot slot mijn laatste advies: het zelf aanleggen en planten van mijn ontwerp. Eventueel met ondersteuning van een hovenier. Het leukste is namelijk om zelf aan de slag te gaan. Soms is dat een meerjarenplan, maar dat is niet erg. Als je het langzamer aanpakt, groei je er ook vanzelf in. Je neemt meer waar en ontdekt dingen die je zelf niet had bedacht. Ook in die fase vind ik het leuk om nog eens langs te komen om samen te werken, mee te denken en bij te sturen waar nodig. Want dat is volgens mij de essentie: samen werken en bezig zijn in de natuur is waar wij voor zijn gemaakt. Dat brengt rust. Zo moet het zijn.”

Kijk voor meer info over Kleine Natuur Tuinontwerp ook eens op de site:

www.kleinenatuur.nl

Binnenkort ga ik nog eens langs bij Bernadette voor de rubriek #AchterDeSchutting.

#DiepGravendeVragen: Een interview met Jan Ubels van Bartelds Hoveniersbedrijf

Jan Ubels is samen met zijn vrouw Anita eigenaar van Bartelds hoveniersbedrijf, Bartelds Vaste Planten en partner in Groen Groep Eelde. De laatste is grootleverancier aan groenprofessionals. Bartelds Vaste Planten is de kwekerij die levert voor het eigen hoveniersbedrijf en voor de Groen Groep Eelde. Bartelds Hoveniersbedrijf is al sinds 1939 een begrip in Haren, dus een interview met Jan mag in dit blogmagazine niet ontbreken!

Dag Jan, wat meteen opvalt als je hier aankomt, is hoe groot het bedrijf eigenlijk wel niet is.

“Ja, dat klopt. In totaal werken we hier met zo’n 45 tot 50 man inclusief mijn vrouw Anita, mijn zoon Dennis en ik. Overdag is een groot deel van onze medewerkers natuurlijk op pad, maar we hebben hier wel de ruimte nodig voor alle gereedschappen, wagens en ander materieel. Een deel van het terrein is voor de kwekerij van Bartelds Vaste Planten. Per jaar kweken we zo’n 300.000 planten. Dat is best veel maar als je bedenkt dat andere kwekerijen soms wel 8,5 miljoen planten hebben, valt het mee. De kwekerij had ik altijd al, naast mijn werk, en is een beetje uit de klauwen gegroeid. De planten gaan voornamelijk naar de groothandel. Een klein gedeelte van de kwekerij wordt gebruikt voor de eigen opdrachten in het hoveniersbedrijf.”

En het hoveniersbedrijf? Wat doen jullie allemaal precies?

“Nou, eigenlijk alles wel. We zijn een allround hoveniersbedrijf. We leggen tuinen aan, plegen onderhoud, werken samen met tuinontwerpers of maken zelf een ontwerp. We hebben niet echt één specialisme of een bepaald soort klanten. Sommige projecten zijn heel groot, bijvoorbeeld grote luxe tuinen of gemeenschappelijke tuinen zoals bij serviceflat Maarwold en Westerholm, soms is het juist kleinschalig zoals grafonderhoud, een balkontuin maken of het aanleggen van sedumdaken.“

Hoe lang ben je al de eigenaar van Bartelds Hoveniersbedrijf?

“Ik ben hier in 1980 komen werken. Toen was Joost Bartelds, zoon van oprichter Hermannus Bartelds, de eigenaar. In 2000 ben ik vennoot van Joost geworden samen met Ewoud Zwarts die hier toen ook werkte. Inmiddels zijn zowel Joost als Ewoud met pensioen en vormen mijn vrouw en ik samen de directie. Misschien neemt mijn zoon Dennis het ooit over, we zijn nu rustig de mogelijkheden aan het bekijken.”

Je bent niet de enige die al zo lang voor Bartelds werkt. Ik zie het ene jubileum na het andere voorbijkomen op Facebook!

“Dat klopt, we hebben trouwe medewerkers en sommigen werken al vele jaren voor het bedrijf. Het zijn echte vakmensen die je met een gerust hart naar de klanten toe kunt laten gaan. Die redden zich wel. Helaas voor ons krijgen we nu ook te maken met pensioneringen. Dit jaar zijn twee vaste krachten met pensioen gegaan en volgend jaar volgen er nog twee. Eindeloos doorgaan kan ook niet want het is natuurlijk wel fysiek werk. Maar wij hebben niet zo één, twee, drie zulke goede mensen terug helaas.  

Het mooie van mensen die al zo lang voor je werken, is dat ze vaak hun ‘eigen’ klanten hebben. Dat werkt voor iedereen wel zo mooi. We hebben namelijk heel veel vaste klanten, sommigen zijn zelfs al langer aan Bartelds verbonden dan dat ik dat ben!”

Is het vak van hovenier ook veranderd in de loop der jaren?

“Ja, er is zeker veel veranderd. Biodiversiteit wordt steeds belangrijker en dat vinden de klanten ook. Vroeger gingen er liters en liters Round-up doorheen, nu bijna niet meer. Veel klanten kiezen voor natuurlijke en biologische manieren van bestrijding.

Onze manier van werken proberen we ook aan te passen. Zo gebruiken we een spuit met bijna kokend water om onkruid tussen de voegen te doden en hebben we accumachines in plaats van apparaten op benzinemotors. Zonnepanelen wekken stroom op voor de machines en voor de kwekerij gebruiken we bronwater dat we in een bassin laten opwarmen door de zon.

Soms is het een zoektocht hoor. Onze wagens moeten bijvoorbeeld zeer zware karren kunnen trekken, dat redt je niet met een elektrische auto. Nóg niet, in ieder geval. Ook wat betreft potgrond blijft het zoeken naar een goed en werkbaar alternatief voor potgrond met turf of veen. Soms lijkt iets duurzaam, maar is het op een andere manier niet goed voor de wereld. Het is vaak maar net hoe je er tegen aankijkt.

Wat we wel kunnen doen is afval scheiden. Groen afval wordt gecomposteerd, puin wordt gerecycled en de plastic potten van de kweekplanten worden verwerkt tot granulaat waar weer nieuwe potten van gemaakt worden. Ook adviseren we onze klanten. Oude terrastegels kan je nog hergebruiken door er een bloembak van te maken en Olivijn split is een goede keuze als je een duurzame halfverharding wilt. Olivijn slaat namelijk CO2 op uit de lucht. Met zijn allen kunnen we er voor zorgen dat de natuur er op vooruit gaat, in plaats van achteruit.”

Is er ook veel vraag naar advies over wateropslag?

“Ja, dat is een groeiende tak van het werk tegenwoordig. We plaatsen bijvoorbeeld grote containers onder de grond die zijn aangesloten op de afvoer van het regenwater. Het water wordt verzameld en vloeit geleidelijk aan terug naar de bodem. Dankzij zulke infiltratiesystemen stroomt het hemelwater niet meer het riool in en heb je ook geen wateroverlast.”

Wat is het leukste van het vak?

“Het leukste is dat je lekker bezig bent met je handen. Je creëert iets. Het is echt mooi om van A tot Z met een tuin bezig te zijn. Ik heb dat ook zo lang gedaan. Als jij me nu vraagt om een roze-paarse tuin zie ik gelijk voor hoe dat er uit moet komen te zien en met welke planten.

Het is fijn dat de interesse in tuinen weer is toegenomen. Zeker sinds corona kun je dat goed merken. Mensen willen er weer tijd en geld aan besteden. Als je een mooi huis hebt, dan wil je ook dat de tuin waar je op uitkijkt mooi is. De tuin is een verlengstuk van het huis geworden.

Het is leuk om met groen bezig te zijn. Ook voor kinderen. Zo hebben wij de planten gesponsord van de bijen- en vlindertuin van Stichting Kind en Groen, een particuliere bezoektuin vlak bij de Mikkelhorst. Daar staan nu allemaal planten zoals lavendel, tijm en dropplant. Kinderen kunnen daar ruiken, proeven en ervaren wat planten doen. Ook zijn er lezingen. Dat zijn mooie initiatieven.”

Komen jullie wel eens zeldzame voorwerpen of dieren tegen in tuinen?

“Nou, we hebben nog nooit een echte schat gevonden ofzo. Dieren kom je natuurlijk wel tegen. Een klant van ons had een bijzondere boom die kapot geknaagd is door de bevers die daar vlakbij leven. Ook zijn we een dassenburcht tegengekomen bij de golfbaan. Ja, dat kan gebeuren.

Voordat we in een tuin aan de slag gaan, doen we trouwens altijd eerst een schouw. Zeker in het broedseizoen. We willen geen dieren verstoren. Als een boom gekapt moet worden omdat hij niet meer gezond is, maar er zit wel een broedende duif in, dan maken we een inschatting of het nog even kan wachten of niet. Dat moet altijd in overleg met de gemeente, want zij besluiten of en wanneer dat moet gebeuren. Sowieso zullen we nooit zomaar of illegaal een boom kappen. Dat hoeven klanten ons niet te vragen. Er moet een vergunning en een goede reden zijn.”

Heb je nog goede tips voor de tuiniers in Haren?

“Planten die het hier goed doen zijn rudbeckia, nepeta, waldsteinia en alchemilla mollis oftewel vrouwenmantel. Planten waar je bijna niets voor hoeft te doen maar die wel snel de bodem bedekken waardoor onkruid minder kans krijgt. Met een paar hogere planten of heesters daartussen heb je dan al snel een mooie en makkelijke border.

Een andere tip is om altijd te zorgen voor 1/3 aan stenen in de tuin en 2/3 aan groen. Dat is een mooie balans en geeft je voldoende meters die je nodig hebt voor paden en terrassen.

Op de rotonde (rotonde Doctor Ebelsweg/ Felland Noord die Bartelds in beheer heeft, red.) laten we regelmatig spreuken zien van Ben van Ooijen, de bedenker en oprichter van de Tuinen van Appeltern. Dat is ook een tip: bezoek de tuinen van Appeltern in Gelderland en trek er gerust twee dagen voor uit. Maak er een uitje van. Wat begon als een modeltuin van een hovenier is inmiddels een compleet park met heel veel verschillende voorbeeldtuinen. Er is daar zoveel moois te zien. Het is echt een geweldige plek om inspiratie op te doen!”

Hartelijk bedankt voor je tijd en de rondleiding Jan!

#DiepgravendeVragen: interview met Wilma Tingelaar van Reinhart Orchideeën

Aan de Westerveen in Harenermolen vinden we kwekerij en tuincentrum Reinhart Orchideeën. Deze “bonte verzameling uit de hand gelopen hobby’s” is een bezoekje waard voor alle planten- en tuinliefhebbers. Hier vindt je naast een uitgebreide collectie tuin- en kamerorchideeën, namelijk ook veel andere tuin-, vijver- en kamerplanten. Bovendien kan je gratis rondwandelen in de orchideeëntuin of de rustieke buitentuin met Japanse Koivijver.

Dit unieke concept wordt gerund door Frans Reinhart en Wilma Tingelaar. Frans kon helaas niet bij dit gesprek zijn vanwege een bezoek aan een andere kweker.

Dag Wilma, ik wil eerst iets meer over jullie weten. Jullie zijn getrouwd. Hoe lang al?

“We zijn in 1990 getrouwd. Ik ben altijd feminist geweest, dus heb mijn eigen naam aangehouden. Maar soms stel ik mij voor als Wilma Reinhart. Dat voorkomt veel verwarring.”

Komen jullie oorspronkelijk uit Haren?

“Ik ben in Groningen in het ziekenhuis geboren, maar mijn ouders woonden toen in Haren aan de Nieuwlandseweg. Mijn vader is groot geworden op de Tuindorpweg en opa werkte vroeger voor de NS op het rangeerterrein. Toen ik een maand oud was, verhuisden we naar de stad. Frans is geboren en getogen in Groningen.“

En wanneer zijn jullie op deze plek komen wonen?

“We hebben in 1994 de anthuriumkwekerij die hier zat overgenomen. Vorig jaar vierden we ons 25-jarig jubileum. Vóór we hier kwamen, woonden we al een paar jaar in Stedum, maar daar mochten we van de gemeente geen grote hobbykas plaatsen op ons terrein. Frans wilde zijn hobby en passie, orchideeën kweken, toen al naar een hoger plan brengen maar dat was ons op die plek niet gegund. Toen kwam deze locatie op ons pad.”

Hoe is Reinhart Orchideeën ontstaan?

“Het is vanuit liefhebberij ontstaan. Frans las jaren geleden een stukje over de venusschoen in de Libelle en sindsdien was zijn interesse gewekt. Hij was van huis uit altijd graag buiten bezig in het groen en ondanks dat hij de HTS heeft gedaan, is dat altijd blijven trekken. Sinds hij zich interesseerde voor de venusschoen, is hij op vrijwillige basis gaan werken bij Schuiten aan de Friesestraatweg, een van de weinige toenmalige orchideeënkwekers in Groningen. In de weekenden of op andere vrije dagen was hij daar vaak te vinden.

Frans is in 2000 met prepensioen gegaan en sindsdien werkt hij fulltime op de kwekerij. We werkten allebei bij Niemeyer (Koninklijke Theodorus Niemeyer B.V. red.). Zo kenden we elkaar ook. In 2011 ben ik ook gestopt en sindsdien werk ik fulltime hier.”

Ik weet dat jullie je niet alleen maar bezig houden met orchideeën, wat doen jullie nog meer op de kwekerij?

“Wij verkopen ook andere planten, zoals tuin- en kamerplanten. We hebben onder andere een webshop en kunnen tuinplanten en fruitbomen leveren op bestelling. Daarnaast geven we lezingen en werken we veel samen met andere hobbyisten. Eigenlijk is ons tuincentrum één bonte verzameling van uit de hand gelopen hobby’s. We hebben diverse volières met vogels, een samenwerking met het Koi- en vijvercentrum, een kas en wandeltuin waar bezoekers gratis mogen rondkijken en we exposeren veel keramiek. We zijn daarmee meer dan alleen een kwekerij. Diverse mensen met verschillende interesses ontmoeten elkaar hier.”

Wat verkopen jullie het meest?

“Dat zijn toch wel de orchideeën. Waarschijnlijk zo’n 80% van wat wij verkopen zijn de diverse soorten (tuin)orchideeën en aanverwante producten.”

Welke orchidee vinden jullie zelf het mooiste?

“Ik denk dat de favoriet van Frans nog steeds de venusschoen is. In al zijn variaties en kleuren. Degenen met de lange petalen blijven bijzonder. Ik vind zelf de Cattleya erg mooi. Vooral de gele variant met paarse lip.

Het leuke van de venusschoen is dat er variëteiten zijn voor binnen, maar ook voor buiten. Als tuinorchidee is hij winterhard en maakt hij wortelstokken aan, waardoor in de loop der jaren een steeds grotere pol ontstaat. In Zwitserland komen ze in het wild voor, daar zijn ze door kwekers weer uitgezet nadat ze bijna verdwenen waren.”

Zijn er ook planten waar jullie een hekel aan hebben? Of waar je gewoon niet zoveel mee hebt?

“Van Frans weet ik het niet, maar ik heb niet zoveel met sommige ‘hippe’ planten van dit moment. Je ziet nu veel bladbegonia’s (stippenplant) en de pannenkoekenplant. Ik vind ze niet lelijk, maar zou ze ook niet zo snel in huis zetten.”

Welke planten vinden jullie zelf moeilijk, of lastig te verzorgen?

“De Medinilla vindt ik een lastige kamerplant. Hij is decoratief, maar als hij bloeit geeft hij veel rommel en daarna lukt het mij nooit meer om ze weer in bloei te krijgen. Een orchidee is wat dat betreft veel makkelijker.”

Welke tips geven jullie vaak mee aan de mensen?

“Een orchidee hoef je pas water te geven als de grond bijna droog is. Dat geldt voor veel kamerplanten trouwens. Mijn tip: steek een satéprikker diep in de aarde. Als het puntje vochtig is, hoeft de orchidee nog geen water. Je kunt ook kijken naar de wortels. Als die grijs worden, moet je water gaan geven.

Verder houden orchideeën van licht. Ook als ze niet bloeien. Maar zet ze zomers niet in de volle zon, daar kunnen ze niet tegen. Soms denken mensen dat ze tussen de bloei door kouder moeten staan, maar dat hoeft niet. Je kunt ze gerust op een slaapkamer of elders uit het zicht zetten, maar blijf water geven en zorg voor voldoende daglicht. Een minimale temperatuur die je als richtlijn kunt aanhouden is 13 tot 15 graden.

Voor tuinorchideeën geld dat ze ook op schaduwrijke plaatsen kunnen staan en dat het niet nodig is om een voedselrijke grond te hebben. Net als kamerorchideeën doen ze het goed op vrij arme grond. Het zijn geen planten waar je al te veel moeite voor hoeft te doen.”

En welke tip zouden jullie jezelf vaker mogen geven?

“Wij mogen wat meer tijd vrij maken voor onze eigen sociale contacten. We zijn alle dagen open en hebben ‘s avonds niet altijd meer zin om bij mensen langs te gaan. Familie komt wel hierheen, maar dan hebben we niet altijd evenveel tijd voor ze. Dat zou wel af en toe anders mogen.”

Wat vinden jullie het leukste om te doen?

“Naast het kweken van de planten is dat voor Frans op pad gaan en contact hebben met andere kwekers. Op die manier kun je van elkaar leren en zie je hoe zij werken. Net als wij zijn dat vaak kwekers die vanuit een passie werken en daardoor ook alleen kwaliteitsplanten kweken.

Verder vinden we allebei het contact met de klanten leuk. Het is fijn om met mensen in gesprek te komen en adviezen te kunnen geven waardoor ze veel meer en veel langer plezier hebben van hun aankopen. Zulke tevreden klanten komen ook eerder terug.

Maar voor een prettig contact hoeven ze niet eens iets te kopen hoor. We geven ook wel lezingen aan mensen uit bijvoorbeeld verzorgingstehuizen. Dan laten we veel verschillende soorten orchideeën zien en kunnen de mensen er aan ruiken. Als je ze dan ziet genieten, is dat voor ons ook heel leuk!”

En wat is het minst leuke van de dagelijkse bezigheden?

“Eigenlijk al het huishoudelijke. Het opruimen en dergelijke. We werken alleen met vrijwilligers en er is altijd genoeg te doen. Soms schiet het er dus ook wel eens bij in. Dan zijn we te druk met tentoonstellingen, lezingen en andere bezigheden.”

Willen jullie zelf nog iets kwijt aan de tuin- en plantenliefhebbers van Haren?

“Nou, dat we eigenlijk altijd wel op zoek zijn naar vrijwilligers die het vanuit liefhebberij leuk vinden om mee te helpen. Mensen die meer willen leren over de planten, of juist mensen die het leuk vinden om groen vrijwilligerswerk te doen. Ze zijn altijd welkom!”

Bedankt voor het interview Wilma.

“Graag gedaan!”

P.S. Reinhart Orchideeën is momenteel gewoon geopend. Er wordt gewerkt volgens de huidige RIVM maatregelen en de 1,5 meter afstand is geen probleem op deze ruime locatie. Als u toch liever niet komt, kunt u ook uw aankopen laten bezorgen. Boven de 15 euro wordt gratis bezorgd in Haren, Glimmen en Onnen.

www.reinhartorchideeen.eu