Een tuin van ongeveer 3000 m2 mooi houden. Dat vinden veel mensen best wel wat werk. Maar als dat ‘werk’ nou past bij je manier van leven en je er volop van geniet? Dan is dat toch helemaal niet zo erg? Zo denken Tineke en Jan erover en waarschijnlijk kunnen veel tuinliefhebbers zich daar helemaal in vinden. Ze vertellen het zelf: “Iemand anders gaat een blokje om, een stukje fietsen of naar de sportschool. Wij blijven in beweging in de tuin. Natuurlijk moet er veel gebeuren. Er is altijd een nieuw stuk dat heringericht wordt. Maar het is leuk werk en we zijn er graag mee bezig. Mensen mogen hier altijd spontaan op bezoek komen. Maar de kans is groot dat ze ons aantreffen in onze tuinkleding!”











Van weiland naar tuin
Een tuin van deze afmetingen ontstaat niet zomaar. Jan en Tineke tuinieren al 35 jaar op dit mooie stuk land dat in totaal een oppervlakte heeft van ongeveer een hectare. Het achterliggende weiland hoort namelijk ook nog bij de boerderij van het stel. Het is een nonchalante tuin aldus Tineke, want heel precies werken is hier “niet te doen.” Toen ze hier net kwamen wonen was er niet meer dan weiland rondom de woning. Stukje bij beetje werden de vele meters omgetoverd in een landelijke tuin met heel veel vaste planten, fruitbomen en -struiken, een bostuin en een gedeelte waar bloemen geplukt mogen worden en Tineke een minimoestuin en kruidenspiraal bijhoudt.
Maar het begon allemaal met een houtwal aan de rand van het perceel: “Er was alleen gras, brandnetels en distels. De noordenwind had vrij spel.” Er werd een houtwal aangelegd met onder andere berken, wilgen en vlierstruiken. De vlier en de wilg deden het iets te goed, daar werd al snel ingegrepen. Maar ook van de zeven berken zijn er nog maar twee over. Tineke: “In het begin wisten we nog niets. Ook niet hoe groot de struiken en bomen werden. We hebben veel weer weg moeten halen omdat het te dicht op elkaar stond.” Inmiddels heeft vooral Tineke veel kennis van planten en het aanleggen van een tuin opgedaan door het lidmaatschap van de Groei & Bloei vereniging en een tuinontwerpcursus die ze volgde. Jan is meer van de grote lijnen en het terreinonderhoud.
De volgende stap was een terras bij het huis aanleggen, waar lekker in de zon gezeten kon worden. Een laurierstruik, meegenomen uit een eerdere tuin in Groningen, zorgt nog steeds voor beschutting op het lager gelegen terras. Jan vertelt: “We hadden eerst een kleine tuin in Groningen. Toen we hier kwamen wonen moesten we vooral wennen aan de ruimte en welk effect dat had. Wind en regen beleef je hier heel anders dan in een stad.” Ook de bodem van voornamelijk veengrond en klei moest het stel leren kennen en dan vooral het feit dat deze keihard wordt bij droogte.














Dieren die de tuin bezoeken
Een ander aspect waar rekening mee gehouden moest worden, zijn de dieren die de tuin bezoeken. Mollen, marters en zelfs een wezeltje hebben de tuin bezocht en de slakken en konijnen eten graag een hapje mee van al het plantgoed. Tineke en Jan vertellen: “De konijnen vallen mee, maar een slak kan zo in een nacht tijd voor een paar tientjes aan jonge plantjes opeten.” Alleen daarom al vindt Tineke zaaien en stekken een leuke manier van nieuwe planten kweken. Het houdt de kosten binnen de perken. “Maar het ergst zijn de reeën. De populatie is de laatste jaren flink gegroeid en ze beschouwden onze tuin als een Michelinrestaurant. Ze aten zelfs de akeleien op die tégen de muur van het huis groeien! Het is een gek idee dat wij aan de andere kant van die muur lagen te slapen als ze dat deden.”
In eerste instantie wisten Jan en Tineke niet dat het reeën waren die de gaten in hun beplanting veroorzaakten, maar dankzij de tuinclub kwamen ze op dit spoor: “Ze waren me nooit opgevallen, maar toen ik het eenmaal wist, zag ik ze vaker en herkende ik de kenmerken. We zien ze nu regelmatig in het achterliggende weiland. Het is een prachtig gezicht, die koppies die ons in de gaten houden, maar toch hebben we een dubbele omheining om ze op afstand te houden!”
Dieren speelden vaker een rol in de afgelopen tuinjaren. Zo verhuurden Jan en Tineke regelmatig het achterliggende weiland aan eigenaren van grazers. Koeien, paarden en zelfs Schotse Hooglanders liepen hier rond, maar vonden niet echt hun plek op de soms te natte veengrond. Alleen schapen hebben het een tijdje vol gehouden. Maar hoewel het stel gerust genoot van de dieren en de avonturen die het opleverde, vroegen de dieren toch te veel aandacht om het op deze manier te blijven doen.














Inspiratie in een schaduwtuin
Het bezoeken van andere tuinen is een goede manier om kennis en inspiratie op te doen. Zo haalde Tineke inspiratie voor de bostuin uit een schaduwtuin in Peizermade. “Ik ben de laatste tijd weer veel bezig in dit gedeelte. Die wordt soms wat te wild. Dan heb je ineens een braam die de weg oversteekt. Maar ik wist niet zo goed wat ik wilde. Na het bezoek aan Peizermade heb ik bij Tuingoed Foltz een deinanthe en een begonia gekocht die hier nog komen te staan. Deinanthe is een mooi alternatief voor hortensia’s en de begonia bloeit lang. Ook ben ik begonnen met een stobbentuin, oftewel een gedeelte waar ik oude boomwortels en -stammen laat begroeien met varens, mossen en paddenstoelen.”
Verder staan er onder andere bosanemoontjes, varens, lievevrouwenbedstro, vingerhoedskruid, tranend hartje, salomonszegel en kamperfoelie in dit bijzondere stukje van de tuin. Op de gedeeltes waar de zon door de beplanting piept staan de iets meer zonminnende planten zoals de voorjaarszonnebloem en een klimroos. Een flink gedeelte is ingeruimd voor de mooie elfenbloem die delen van de bodem bedekt en al vroeg in het voorjaar bloeit. Tineke tipt dat ze altijd vroeg in het jaar het lelijk geworden blad wegknipt omdat je na die tijd de kans loopt om de mooie bloemen per ongeluk weg te knippen.
Echte blikvangers in de tuin zijn de vele rozen. Sommige van die rozen kweekte Tineke zelf op uit de stekjes van andere rozen. Eéntje werd, een beetje noodgedwongen, opgekweekt tot stamroos vanwege de hongerige reeën die toen nog regelmatig de tuin bezochten. “Tja, dan moet je een list verzinnen.” Aldus Tineke.
Eén heel mooie roos, Rosa Albertine, is een vijf jaar oude rambler die zichzelf door de sering en prunus vlecht. Hij is te zien vanaf het fietspad dat langs het huis loopt. Een mooi cadeau voor de voorbijgangers dus! Een andere die favoriet is bij Tineke is de roos Guirlande d’Amour: een mooie klimroos met kleine, witte bloemen. Deze steunt op de stam van een voormalige conifeer. Om hem zo hoog in de top te krijgen moesten Tineke en Jan wel wat capriolen uithalen, maar dat zijn ze na 35 jaar tuinieren en meerdere tuinavonturen wel gewend.











Border met een wow-effect
Nóg een blikvanger is de rood- oranje-gele border waar je vanuit diverse kijkrichtingen – waaronder het prieel genaamd Boslust, naar het ouderlijk huis van Jan – zicht op hebt. In deze border is de hoofdrol weggelegd voor bloemen met felle kleuren. Het vormt een mooi contrast met de borders waar vooral veel roze, paars en witte bloemen staan. Tineke vertelt: “Ik wilde graag een border met een wow-effect. Die er echt uitspringt als je aan komt lopen. In deze border staan onder andere achillea, havikskruid, phlomis, hemerocallis en leonotis. Nog even en dan bloeit de crocosmia lucifer. Die vlamt er echt uit. Deze border krijgt nog meer invulling, ik ga onder andere nog oranje-gele akelei zaaien.
Zo is er altijd iets te zien in deze mooie tuin. Hoewel de oppervlakte ook wel eens z’n nadelen heeft. Soms is Jan, Tineke even kwijt. Als Tineke – die niet zo groot van gestalte is – ergens aan het werk is achter een border of in de bostuin, dan weet hij niet zo snel waar ze is en heb je elkaar niet zo vlug gevonden. Op zo’n moment luidt hij maar even de ijzeren bel die bij het terras hangt. Tijd voor koffie!
P.S. Tijdens de Open Tuinen Estafette was ik ook al in de tuin van Tineke en Jan. Bekijk die foto’s ook eens om te zien hoe de tuin, in slechts enkele weken, er al weer heel anders uitziet! (Het is de tweede tuin in deze post.)