DiepGravendeVragen – Caroline Thomas – Tuinen van Thomas

Voor de rubriek #DiepgravendeVragen ging ik langs bij Caroline Thomas. Caroline is tuinontwerper en beeldend kunstenaar. Onder de naam Tuinen van Thomas maakt ze unieke tuinontwerpen voor grote en kleinere opdrachtgevers uit de regio. Haar tuinen kenmerken zich door hun heldere, speelse, en groene karakter. Het zijn tuinen met een twist.

Caroline en ik ontmoeten elkaar op het Suikerterrein in Groningen. Caroline is namelijk betrokken bij de aanleg van een parkachtige woonwijk op het voormalige terrein van de Suikerunie fabriek. Ze vertelt: “Het basisontwerp voor het park lag er al en ik ben betrokken geraakt bij de verdere uitwerking en het beplantingsplan. Het is een project met uitdagingen, daarom vind ik het leuk en goed om te laten zien. Om te vertellen wat er allemaal bij komt kijken en dat het soms gerust zoeken is naar oplossingen.”

“Het terrein is namelijk van de gemeente en in 2030 wordt alles in principe weer weggehaald om plaats te maken voor iets anders. Ook was het een eis dat planten en bomen dan weer herplaatst kunnen worden op een andere plek. Daardoor moesten we kiezen worden voor bomen die niet te hard groeien, want dan wordt de stam te dik en is herplaatsing niet meer mogelijk. Ook de bodem is na jaren gebruik als fabrieksterrein niet ideaal. Deze is wel bewerkt, maar op sommige plaatsen helaas niet optimaal.”

Het park wordt in fases aangelegd, dus ik kom regelmatig langs. Dan kan ik zelf zien hoe de nieuwe aanplant zich houdt – zeker met de weersomstandigheden deze zomer en winter – en overleggen met de hoveniers van Hooft Hoveniers die de aanleg verzorgen. Het wordt wel héél leuk trouwens, met planten, vormen, geuren en kleuren die geïnspireerd zijn op het thema suiker. Denk dan aan beplanting met mierzoete combinaties van zachtroze en geel, naar die vierkante schuimblokken. Maar ook bijvoorbeeld cichorei die in de oorlog als surrogaatkoffie werd gebruikt of het wollige van suikerspinnen.”

Je werkt inmiddels aan dit soort mooie en grote projecten. Maar hoe ben je begonnen als tuinontwerper?

“Vroeger wilde ik eigenlijk modeontwerpster worden. Met dat doel ging ik naar de kunstacademie in Utrecht. Helaas werd ik na het eerste jaar niet toegelaten tot die richting, maar ik vond de opleiding zó leuk dat ik wel zeker wist dat ik wilde blijven. Toen heb ik de richting Fine Art (Autonoom, Ruimtelijke Vormgeving) gekozen en afgerond. Tijdens mijn studie woonde ik een tijdje in Barcelona, waar ik meer geïnspireerd werd door Land Art.”

“Tijdens de zwangerschap van ons eerste kindje kregen we de kans om een woning te kopen in onze straat in Utrecht. We zouden daardoor van een bovenwoning verhuizen naar een huis met een tuin. Die tuin heb ik helemaal nieuw aangelegd met hulp van mijn vader. Liep ik met de kinderwagen naar de ene kant van de stad voor cobblestones en naar de andere kant om planten op te halen. Ik was altijd in de tuin bezig. Onlangs ben ik trouwens nog eens in diezelfde tuin geweest: in grote lijnen is deze nog hetzelfde zoals ik hem toen heb aangelegd.”

“In diezelfde tijd kwam ik af en toe via mijn broer in aanraking met een tuinarchitect en zag ik tuintekeningen. Ik had daarvoor nooit zo beseft dat zoiets bestond, maar dacht wel: dát wil ik ook! Tekenen kan ik wel en waar ik op de kunstacademie altijd werd aangemoedigd door de docenten om groter te denken en werken, mag je bij tuintekeningen juist kleiner werken. Het zaadje was geplant, maar het duurde nog tot na onze verhuizing naar Groningen dat ik er echt iets mee ging doen. Toen zag ik in een advertentie de opleiding tot hovenier voorbijkomen waar alle onderdelen van het vak aan bod kwamen, inclusief tuintekenen. Daar heb ik mij voor aangemeld.”

Komt je vooropleiding goed van pas bij het ontwerpen van tuinen?

“Door de kunstacademie was ik gewend om te denken vanuit vorm, ruimte en kleur. Ik weet hoe je een buitenruimte kunt beïnvloeden met ruimtelijke vormen. Ik ontwerp niet opzettelijk vanuit bepaalde principes, dat wordt te bedacht. Ik werk meer op gevoel en die is goed ontwikkeld door kennis en ervaring.”

“Het is dan ook jammer dat opdrachtgevers soms afwijken van het ontwerp en bijvoorbeeld een pad recht leggen in plaats van zoals hij getekend is. Het staat ze vrij, maar het haalt de kracht uit het hele ontwerp. Ik raad het dus altijd af.”

“Tijdens de hoveniersopleiding heb ik – naast het tekenen – veel geleerd over de praktische kant van een tuin aanleggen en onderhouden. Ik zie bij sommige jonge tuintekenaars dat dat stukje ervaring ontbreekt. De opleidingen zijn in het verleden helaas behoorlijk uitgekleed. Gelukkig heeft Martin Knol (oud-docent bij het Terra College, hovenier en tuinontwerper) met een aantal anderen het initiatief genomen om het voormalige opleidingsinstituut Frederiksoord weer op te starten. Daar had ik graag heen gewild, maar de opleiding was toen net gestopt. Diepgaande kennis ontbreekt vaak. Daarom adviseer ik ook: ga stage lopen of loop mee bij een kwekerij of een hovenier.”

Wat voor soort tuinen ontwerp je graag?

“Een onderhoudsvrije tuin is meestal de eerste wens van veel opdrachtgevers. Dan zeg ik: als je een onderhoudsvrije tuin wil, neem dan een tuinman of -vrouw. Dé onderhoudsvrije tuin bestaat niet. Liever streef ik ernaar om samen met de opdrachtgever te onderzoeken hoe je een relatie kunt opbouwen met de tuin.”

“De kunst is om door te vragen. Hoe leef je? Wat doe je in het weekend? Van welke muziek hou je? Waar ga je graag naartoe op vakantie? Als je tuin je doet denken aan je favoriete vakantiebestemming, dan kan je daar lang op teren. Het gaat er om verbondenheid met je tuin te creëren. Ik ben trots op een tuintje in de stad. Het is een kleine tuin, maar daar klopt alles. De eigenaresse heeft de plek helemaal eigen gemaakt en heeft nu een fantastische band met haar tuin. Dat is waar je op hoopt.”

“Schaduwtuinen vind ik heerlijk om te maken. Geen gras, alleen maar schaduwplanten. Daarmee kan je zoveel leuke en spannende dingen doen. Het is letterlijk een onbelichte vorm van tuinieren.”

“Het moet allemaal kloppen. Bij het Suikerterrein bijvoorbeeld hebben planten ook een geurwaarde of stimuleren ze de biodiversiteit. Dat vind ik heel belangrijk, al voor ik begon met de hoveniersopleiding. Ik werk niet uitsluitend met inheemse planten, maar wel altijd voor een deel. Vooruitkijken vind ik daarbij belangrijk. Door de droogte gaan inheemse planten zoals Amelanchier het hier steeds moeilijker krijgen. Veel beuken hebben het nu al zwaar. Wat vroeger in de Parijszone bloeide was hier niet toepasbaar, terwijl er nu meer beplanting mogelijk is dan je denkt. Hoewel ik een olijf hier niet snel naar toe zal halen.”

Heb je bedrijven waar je veel mee samenwerkt?

“Ik werk graag samen met Hooft hoveniers. Ik ben een kunstenaar en kan soms wel eens eigenwijs zijn. Zij snappen dat en hebben eenzelfde soort lef. We werken meestal samen aan de wat grotere projecten. Het is fijn om korte lijntjes te hebben en er tijdens de uitvoering bovenop te zitten. Dan kan je snel anticiperen als dat nodig is.”

“Maar er zijn ook samenwerkingen met andere tuinontwerpers of -architecten. Via het toenmalige Ontwerpinstituut heb ik onder andere een verdiepingscursus Ontwerpen met Beplantingen gedaan waarmee ik vervolgens de parfumtuin op het Franse tuinenfestival heb mogen realiseren. Sanne Horn verzorgde deze enorm leerzame cursus. Met Angela Warmerdam van Angela’s Tuinen die ik bij Het Ontwerpinstituut leerde kennen, verzorg ik een paar keer per jaar het kantinegesprek in Apeldoorn. Dat zijn inspiratiebijeenkomsten voor mensen uit de groensector, waar zelfs publiek uit België op af komt.”

“Tot slot werk ik regelmatig met Peter Bruinen en Pieter Hoven. Zij hebben me ook geholpen bij de aanleg van mijn Parfumtuin in Chaumont-sur-Loire.”

Ja, kan je daar meer over vertellen?

“Ik ken het Festival des Jardins in Chaumont-sur-Loire al sinds 1999 via een BBC programma. Altijd als we in Frankrijk waren wilde ik er per se heen. In 2018 sprak ik iemand over de voorwaarden voor deelname. Ik had toen al een inspiratietuin in Appeltern gemaakt en had daardoor het vertrouwen gekregen om een showtuin te kunnen maken. Na dat gesprek dacht ik: dat lukt me!”

“Tijdens de cursus van Sanne Horn had ik een ontwerp gemaakt voor de tuin van een fictief museum. Een parfum museum in Parijs. Wat volgde was een heel onderzoek naar geurfamilies, geurnoten en hoe een parfum wordt opgebouwd. Hierbij ging het om een ontwerp met alleen bladplanten, de geur komt vrij wanneer je het blad kneust. Dat ontwerp heb ik verder uitgewerkt naar het populaire boek ‘Het Parfum’ van Patrick Süskind. Ik verzette me vroeger een beetje tegen de hype rondom dat boek, maar ben het uiteindelijk toch gaan lezen en heb het hoofdstuk voor hoofdstuk ontleed. Alle planten die in het boek worden beschreven en als geurstof -essence- worden gebruikt in parfums, vormden de basis voor de showtuin in Frankrijk.”

De tuin werd verdeeld in zones, naar elke geurfamilie. Bijvoorbeeld de Citrus geuren. Het ontwerp paste goed bij het thema: paradijselijke tuin. Als je denkt aan het paradijs denk je aan water, sinaasappel, geur en fruit. Er waren heel veel inzendingen, maar ik werd toch geselecteerd. Dat was tot nu toe mijn mooiste ervaring op tuingebied. Echt een hartenwens die uitkwam.”

Naar aanleiding van die tuin maakte je later ook nog een geurtuin voor het tijdschrift Groei & Bloei.

“Klopt. Ik heb toen speciaal voor Groei & Bloei een geurtuin ontworpen. In eerste instantie wilde de redactie alleen een borderontwerp, maar dan mis je de beleving en kan je niet spelen met verschillende typen planten zoals schaduwplanten. Het is een volledig nieuw ontwerp geworden, maar ik heb wel planten gebruikt die ook in Frankrijk in de tuin stonden.”

Heb je zelf trouwens favoriete planten of bomen?

“Ik heb Gaura altijd een mooie plant gevonden. Prachtkaars is luchtig en bloeit heel erg lang. Het is helaas niet altijd zo’n betrouwbare plant, maar soms heb je met een zachte winter geluk. Of zaait de plant zich uit. Mijn advies is een nieuwe aan te schaffen als hij wegvalt. Voor de prijs van een bosje bloemen heb je een zomer lang deze geweldige plant in je tuin.”

“Ook heel mooi en helaas ook niet zo betrouwbaar met vorst en kou is Salvia guaranitica ‘Black and Blue’. Het grootste probleem is vooral de combinatie van veel vocht en daarna vorst. Het mooiste grasje vind ik Miscanthus nepalensis. In het avondlicht lijkt hij wel puur goud. Hij heeft een schitterende gloed. Echt heel mooi.”

Tot slot, heb je nog tips voor tuintrends die gaan komen de komende jaren?

“Nou, ik ben eigenlijk niet zo van de trends. Voor mezelf hoop ik dat opdrachtgevers vaker durven te kiezen voor meer beplanting: sterke bomen, bloeiende struiken en waardevolle planten voor mens en dier. Én dat er minder plastic in de tuin beland. Er waren mooie ontwikkelingen met composteerbare plantenpotjes, maar dat staat nu helaas weer een beetje stil.”

“Maar trends… Ik vind vooral dat je je eigen pad moet volgen. Ga op je je eigen inzicht af. Liefst zo natuurlijk mogelijk. Doe wat je zelf wil en negeer wat een ander daarvan denkt. Kies voor kleuren en combinaties waar je zelf blij van wordt en niet omdat ze in de mode zijn.”

“Eigenlijk is dát gewoon mijn tip: wees jezelf en volg de trends niet!”

Benieuwd geworden naar de ontwerpen van Caroline? Je vindt ze op www.tuinenvanthomas.nl!

Op 26 mei 2024 kan je haar bovendien ontmoeten in haar studio tijdens de BiotOPENdag in de Biotoop Haren!

#GroeneVingersKweken: Groenbemesters

Tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp deelt in haar tutorials handige tips over (diervriendelijk) tuinieren met ons. Deze keer laat ze zien welk type groenbemesters je kunt zaaien om de bodem en het bodemleven in je (moes)tuin te verbeteren.

Klik voor meer tips: #GroeneVingersKweken

#GroeneVingersKweken: Bokashi starter

In deze rubriek deelt tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp praktische tuintips met ons. Deze keer een tutorial over het gebruik van Bokashi starter om het bodemleven in je (moes)tuin te verbeteren!

Klik voor meer tips: #GroeneVingersKweken

#InHetZonnetje: winterjasmijn

Jaren geleden kreeg ik van een fantastische buurvrouw voor mijn verjaardag een winterjasmijn (Jasminum nudiflorum). Ik ben jarig in februari en laat dit nou één van de weinige heesters zijn die in die periode bloeit. Andere vroege toppers zijn natuurlijk de toverhazelaar (Hamamelis, komt soms al in bloei in januari) of de Forsythia die vanaf maart uitbundig geel bloeit (ik haalde vroeger dan ook vaak de winterjasmijn en Forsythia door elkaar). Maar de winterjasmijn bloeit nog eerder dan beide: van december tot februari op de verder nog kale, vierkante stengels van de plant.

In de periode dat ik mijn winterjasmijn kreeg, moest ik nog veel leren over tuinieren. Het was niet bepaald een trendplant, ik vond geel lastig om te combineren en wist ook niet zo goed wat ik met die lange stengels aan moest. De winterjasmijn kwam daardoor op een plekje te staan waar ik haar eigenlijk een beetje vergat en er vanuit huis geen zicht op had. Ze deed het wel goed, bloeide ieder jaar een tijdje maar nogmaals: doordat ik dat niet dagelijks zag, ging het eigenlijk wat langs me heen. Ik was er blij mee, maar had ‘r waarschijnlijk zelf nooit gekocht.

Tot we gingen verbouwen. Sinds we een aanbouw hebben en daardoor wat aanpassingen in de tuin hebben gedaan, staat de winterjasmijn op een andere plaats. Nog steeds aan de zijkant van het huis, maar dan op een nog moeilijker stukje: met droge schaduw. Het was dus een gokje, want ze krijgt echt weinig zon op jaarbasis. Maar de plant staat nu wel prominent voor een raam, op een plekje waar weinig anders dan bamboe en klimop wil groeien. Hier mag ze haar gang gaan en vlecht ik de lange takken door een ijzeren hekwerk om ze de lucht in te leiden.

Nu, na twee jaar op deze plek, wordt de volle waarde van de winterjasmijn bewezen. Want sinds december staat ze al te bloeien én wordt het gezien. Dat ze al ruim een maand bloeit, is extra bijzonder, want het is geen gemakkelijke periode voor de planten. Heel veel regen, direct gevolgd door zware vorst. Vervolgens wéér regen en relatief hoge temperaturen. Om nu – as we speak – een kille koude wind en sneeuw te moeten verduren.

Het zijn van die dagen dat het nieuwe tuinseizoen nog eindeloos ver weg lijkt en mensen die gevoelig zijn voor een winterdip elk flintertje hoop aangrijpen om de dagen door te komen. Ik spreek uit ervaring: ik bèn zo iemand en de winterjasmijn ís mijn flintertje hoop. Dus ik gun het deze dappere plant (en mezelf ook wel een beetje) dat ze zeer binnenkort wordt beloond met een bezoekje door de eerste hommels van het jaar!

#GroeneVingersKweken: Bollenlasagne

In deze rubriek deelt tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp praktische tuintips met ons. Deze keer laat ze zien hoe je een bollenlasagne maakt met narcissen en blauwe druifjes. Dit is een leuk klusje voor deze periode, waar je straks in het voorjaar veel plezier van hebt!

Klik voor meer tips: #GroeneVingersKweken

#DiepGravendeVragen – Gerd van Helden – De Natuurtuin

“Die gekke Brabander met z’n onkruid.” Bijna dertig jaar geleden was de visie van tuinontwerper en hovenier Gerd van Helden nog niet zo algemeen geaccepteerd als nu. Zeker hier in de regio was hij één van de eerste professionals die kennis van ecologische processen combineerde met een natuurvriendelijke manier van tuinieren. Sterker nog: die daarbij ook oog had voor het effect van een natuurlijke tuin op je lichamelijke en mentale gezondheid. Gelukkig wisten gelijkgestemde opdrachtgevers hem te vinden en heeft hij sinds 1994 zo rond de 1000 tuinen ontworpen en was hij bij een groot deel daarvan betrokken bij de aanleg!

Gerd: “Ik ben nog steeds blij dat ik mijn bedrijf De Natuurtuin heb genoemd, want daardoor vindt de eerste selectie bij potentiele opdrachtgevers al plaats. Liefhebbers van gecultiveerde of traditionele tuinen kloppen bij mij niet aan. Mijn opdrachtgevers zijn ook vaak degenen die bewust wat landelijker wonen en de ruimte hebben. Ze hebben net als ik affiniteit met de natuur.”

“Ik draag al mijn hele leven de natuur een warm hart toe en vind het belangrijk om een verschil te maken. Dit land is al overgecultiveerd. Werken met een-jarigen of plantjes netjes op een rij? Dat is niet mijn stijl. Mijn werkwijze komt voort uit de drang om natuur de ruimte te geven en te focussen op biodiversiteit. Dat was vrij ongewoon toen ik net begon, maar wordt nu steeds normaler. Mede doordat overheid en bedrijven bewuster met ecologie bezig zijn en mensen het daardoor vaker zien en mooi gaan vinden.”

Ervaar je het als positief dat er nu steeds meer aandacht is voor ecologisch en diervriendelijk tuinieren?

“Dat is niet alleen goed, het is keihard nodig. Met het klimaat en de verarming van de natuur, het verdwijnen van soorten. Kijk, als het gaat om keuzes maken, is de natuur vaak het ondergeschoven kindje. Geld is leidend. Het gaat om winst en verdienen, minder om schoonheid en leven. Daar probeer ik wat aan te doen.”

“Ik vertel vaak: bij twijfel niets doen. Als je niet weet wat voor plantje het is, laat het dan gewoon eens staan. Het kan altijd nog weggehaald worden, maar als je dat bij voorbaat doet, weet je niet wat het kan worden. Durf nieuwsgierig te zijn. Ik ben wel van het ingrijpen als dat nodig is, maar veel mensen hebben niet de rust in zichzelf om het ook gewoon eens te laten. Het moet netjes, of volgens een strak plan.”

“Deels is het ook opvoeding en conditionering hoe mensen naar tuinen kijken. Een klant van mij, een dame van in de tachtig, had een kleine bloemenweide van 5 bij 5 meter. Zo’n stukje dat normaal een gazon zou zijn. Het stond helemaal vol kleine bloemetjes zoals grasklokjes en er waren allemaal diertjes en insecten. Maar buren en omstanders vonden het maar rommelig en vroegen wanneer ze het ging maaien. Het is zo zonde dat dat niet gewaardeerd werd, dat niet herkend werd hoe ze op haar bescheiden manier bijdroeg aan de biodiversiteit. Het maakte haar echt een beetje verdrietig.”

Je ziet soms dat mensen met grote tuinen overgangen creëren tussen gecultiveerd en natuurlijk. Is dat een vraag die jij ook wel eens krijgt?

“Het is mensen eigen om ‘alles’ te willen. Dat drijft ook onze innovaties en de culturele en technische ontwikkelingen. We willen het allemaal en we willen het begrijpen. Het komt voor dat mensen een bloemenweide willen in de tuin, maar ook een mediterraan tintje bij de keuken. Hier in de regio zijn veel grote tuinen. Dan kan je redelijk veel wensen realiseren. Ook zijn er mensen die rondom het huis een gecultiveerde tuin hebben die naar de buitenranden toe steeds natuurlijker wordt.”

“Het voordeel daarvan is dat je minder onderhoud hebt. Als je alles continu netjes wilt hebben, heb je daar een dagtaak aan. Een natuurlijke tuin heeft uit praktische overwegingen meerwaarde. Het vraagt minder sturing. Ik heb hier zelf 8000 m2 tuin. Vroeger, toen we hier nog de kwekerij en open dagen hadden, was een medewerker vier volle dagen per week bezig met alles netjes houden. Toen was de tuin anders dan nu. Het is geen showtuin meer. Tegenwoordig lijkt het onderhoud meer op natuurbeheer.”

Heb je voorbeelden van tuinen waar de biodiversiteit zienderogen toenam na aanleg?

“Ik ben nu in Engelbert bezig met een project: in de tuin daar ligt gigantisch veel bestrating. Daar kan ik met m’n verstand niet bij. Ik gebruik alleen bestrating die functioneel is, zoals voor paden en terrassen. De overige ruimte is voor planten. Er moet veel te zien zijn. Het is wel een dankbaar object in Engelbert. Zelfs een blind paard kan hier geen schade aanrichten. Alleen al door stenen te vervangen door planten boek je winst.”

“Hier op het terrein was vroeger een kwekerij. Die kweker was echt van de oude stempel: hij gebruikte veel chemicaliën. Er waren wel bijen, maar amper vogels. Het was een bijna dood erf. Na 1,5 tot 2 jaar kregen we al te horen van de buren dat ze blij waren met onze komst. De vogels waren eindelijk weer terug.”

“Ik heb de middelbare tuinschool gedaan en later milieukunde gestudeerd. Daar was het credo: Alles is overal, maar het milieu selecteert. Dat zag ik terug bij een project in Meerstad. Midden in een nieuwbouwwijk, ver van de dichtstbijzijnde sloot, legden we een vijver aan. De volgende dag zat er al een kikker in! Hoe ontdekt zo’n dier dat zo snel?”

“Met planten kan je het verschil maken. Verwilderingsbollen zijn niet inheems, maar wel al heel lang ingeburgerd. Ze bloeien vroeg en bieden daarmee nectar aan de eerste bestuivers die rondvliegen. Hier in de tuin heeft een imker zijn kasten staan, de bijen vinden hier altijd voedsel van sneeuwklokjes, sneeuwroem, boshyacinten tot en met de klimop die heel laat nog bloeit. Met het verschuiven van de seizoenen kan de nectar van stinzenplanten heel welkom zijn voor insecten die vroeg ontwaken in een warm voorjaar.”

“Daarom is het jammer dat er bij de beroepsopleidingen eigenlijk maar weinig aandacht voor planten is. Er is weinig groenkennis. Dat zie je terug in de tuinen die aangelegd worden. Ik vergelijk het wel eens met de term ‘The Big Five’, oftewel de vijf wilde dieren die je gezien moet hebben tijdens een safari. In tuinen zie je vooral ‘The Big Ten’: plataan, lavendel, ijzerhard en siergrassen. Dat is jammer, want er is zoveel meer diversiteit mogelijk.”

Heb je zelf favorieten die je vaak gebruikt omdat ze veelzijdig zijn of het altijd goed doen?

“Ik zoek altijd naar variatie binnen de mogelijkheden van die plek. Variatie in seizoenen en kleur, en planten die meerwaarde bieden aan vogels en insecten. Daarbij gebruik ik zoveel mogelijk inheemse planten en planten met een enkele bloem waardoor de nectar beter is te bereiken voor de insecten. Verder kijk ik naar de seizoenen en wat er al in de tuin groeit. Een plant die goed toe te passen is, is duizendknoop met al zijn variaties. Daar vliegen veel insecten op. IJzerhard is een mooie weefplant die heel lang bloeit en veel insecten trekt.”

Je werkt als tuinontwerper en hovenier en hebt een groep professionals om je heen met wie je de projecten uitvoert. Wat kunnen jullie allemaal verzorgen voor de opdrachtgevers?

“Alles eigenlijk wel. Het leuke van dit vak is dat het multidisciplinair is. Het is nooit saai, altijd afwisselend. Veel hoveniers zijn echte allrounders en hebben ervaring met meerdere disciplines zoals bestrating, houtbouw en beplanten. Ik werk met een vaste groep zzp’ers en bedrijven en samen kunnen we alles verzorgen voor de klant. Van grondwerk met een kraan tot het aanleggen van een vijver. Alleen de elektriciteit wordt aangelegd door een elektricien. Dat moet goed en veilig. En soms huren we een metselaar voor specialistische klusjes.”

“De meeste tuinen die ik ontwerp leggen we ook aan. Regelmatig werk ik zelf mee, maar altijd ben ik degene van het organiseren, plannen en aansturen. Het is mijn kracht dat ik ontwerper en hovenier ben. Door mijn ervaring kan ik al in de schetsontwerpfase de vertaalslag naar de praktijk maken. Ik weet hoe iets logistiek aangepakt moet worden en wat er nodig is om een tuin aan te leggen. Daardoor kan ik een realistische calculatie maken. Het gaat om serieuze bedragen dus dan wil je vooraf wel een reëel kostenplaatje hebben bij de keuzes die je maakt.”

“Bij het ontwerp houd ik rekening met een aantal zaken: de wensen van de opdrachtgevers, de plek en wat er al is aan beplanting plus de mogelijkheden voor hergebruik. Hergebruik scheelt afvoeren van oud materiaal en het toeleveren van nieuwe. Veel mensen vinden het ook een sympathiek idee of houden van de uitstraling van doorleefde materialen. Die geven een andere sfeer in de tuin. Ze leggen een ander accent doordat ze niet zo aanwezig zijn als nieuwe materialen. Daardoor komen de planten beter tot hun recht. Het wordt natuurlijk wel anders als je materialen echt uitkiest op hun authentieke uitstraling. Bijvoorbeeld bij natuurstenen of gebakken stenen. Dan mogen ze juist wel een beetje opvallen. Ik maak ook regelmatig een combinatie tussen oud en nieuw, waardoor het accent verandert en de een de ander echt ophaalt.”

“Het ontwerpen en aanleggen van een tuin is maatwerk en iedere keer weer anders. Er spelen zoveel factoren mee. De plek, het budget, de wensen. Werken mensen zelf mee of willen ze de tuin in fases aanleggen? Daarom vind ik het nuttiger om bij mensen thuis aan hun keukentafel aan te schuiven dan af te spreken op mijn werkplek. Het gaat er tenslotte om wat zij willen. Veel mensen vinden dat trouwens lastig. Meestal weten ze beter wat ze niet willen dan wel. Bijvoorbeeld geen geel in de tuin.”

Probeer je ze dan ook op andere gedachten te brengen?

“Nee hoor. Ik zal hoogstens aangeven dat in een paarsblauwe tuin, geel de andere planten beter laat uitkomen. Maar ik ga niet prediken. De klant bepaalt zelf. Gelukkig heb ik voornamelijk opdrachtgevers die heel ‘open-minded’ zijn. We gebruiken als het ware dezelfde taal. Ik probeer er vooral de vinger op te leggen wat ze willen om te komen tot een mooi ontwerp waar leven en beleving centraal staan.”

Kan je uitleggen wat je bedoelt met beleving?

“Beleving is voor mij naar buiten kijken en dan zien welk seizoen het is. Dat je ervaart welke tijd van het jaar het is door de planten, bloemen, kikkers, dieren. Het fruit dat rijpt, de geur van de kamperfoelie. Alle zintuigen worden aangesproken in een tuin. Je voelt de verbinding met de natuur.”

“Ik geloof dat we gelukkiger en gezonder blijven als we in verbinding zijn met de tuin. Ik denk ook dat veel mensen zich dat tijdens corona realiseerden. Hoe kwetsbaar we zijn en hoe snel alles kan veranderen. Maar ook hoe goed we het hebben op onze eigen plek. Met De Natuurtuin kan ik daar aan bijdragen. Het is gewoon een prachtig mooi vak!”

#GroeneVingersKweken: Rozen snoeien en aanbinden

In deze rubriek deelt tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp praktische tuintips met ons. Deze keer een tutorial over het snoeien en aanbinden van klimrozen na de zomer!

Klik voor meer tips: #GroeneVingersKweken

#AchterDeSchutting: de tuin van Froukje uit Haren

Een prachtig rond raam in de zijgevel trok Froukje en haar gezin over de streep bij de aankoop van hun woning en datzelfde ronde raam vormde het uitgangspunt voor de weelderige plantentuin die zij sindsdien aan het vormgeven is. Ronde vormen en vloeiende lijnen leiden de ogen langs een voortdurend veranderend decor. Ze vormen de basis voor een levend schilderij waar planten de hoofdrol spelen en je – zowel binnen als buiten – continu zicht hebt op een groene omgeving en de veranderende seizoenen. Vanuit huis zie je geen muren, terrassen en vrijwel geen tuinmeubilair. Alleen de rode brievenbus is een teken van menselijke nabijheid. Als je dit natuurlijke paradijsje ziet is het moeilijk te geloven dat Froukje zich pas de laatste tien jaar serieus met tuinieren bezig houdt…

Froukje vertelt zelf: “Mijn moeder hield erg van tuinieren en was er bijna altijd mee bezig. En mijn opa had twee moestuinen waarmee hij vrijwel zelfvoorzienend was. Toch had ik zelf niet zoveel met tuinieren voordat we hier kwamen wonen. Wel was ik altijd al een buitenmens. Buiten bezig zijn is nog steeds een fijn aspect aan het tuinieren.”

“Een tuin groeit met je mee”

Toch begon het voor ze naar Haren verhuisden wel al een beetje te kriebelen. “Zielsgelukkig” was ze dan ook met hun huidige tuin die ze “toen” heel groot vond. Alles werd er uitgehaald, behalve een paar hagen en de vlinderstruik die nu nog steeds het middelpunt van de voortuin vormt. Met de kennis van nu zou ze dat alleen niet meer zo gauw doen.

“Ik moest nog veel leren in de beginjaren. Als ik nu opnieuw zou beginnen, zou ik eerst langer nadenken over een goed plan. Vooral de indeling vind ik lastig omdat we een vrij grote voortuin hebben, terwijl de kavel naar achteren toe in een punt loopt. Aan de andere kant: een tuin groeit met je mee. Het is een proces van veranderende smaak, behoeftes en kennis van planten. Je leert je tuin kennen in al haar facetten en maakt daardoor andere keuzes. Als ik niet had geweten dat het licht heel mooi door de bomen valt op een bepaalde plek, had ik daar ook geen reuzenvedergras neergezet.”

Haar manier van tuinieren veranderde ook in de afgelopen jaren. “In het begin hield ik een vrij strakke regie over de tuin en hield ik vast aan bepaalde plantencombinaties. Maar gaandeweg leerde ik meer loslaten en steeds vaker kies ik planten die het gewoon goed doen in deze tuin. Ook als ik planten zaai, het liefst in de volle grond, laat ik vooral de natuur zijn werk doen. Wat dat betreft ben ik een redelijk makkelijke tuinier geworden. Maar ik stuur wel bij waar nodig. Een kruipende duizendknoop en muurfijnstraal mogen zich bijvoorbeeld uitbreiden door het grind van de looppaden. Ze verzachten de harde lijnen en maken de tuin nog groener. Maar ik laat dan geen andere kruipertjes meer toe in het grind. Dat wordt teveel.”

Plantencomposities op gevoel

Als het gaat om composities, dan laat Froukje zich vooral leiden door haar gevoel. Ze zoekt daarbij het contrast op en kijkt vooral of twee planten elkaar versterken of juist afzwakken. Dat doet ze het liefst in de tuin zelf: “Ik moet het zien in de ruimte. Soms passen bloeikleuren wel bij elkaar, maar valt een plant toch weg tegen het blad van de omliggende planten. Of een plant is vrij onopvallend maar komt toch heel mooi uit in combinatie met andere planten. Door ze bij elkaar te zetten, merk je veel sneller of de combi werkt of niet.” Ze heeft meerdere mooie composities in haar tuin en geen uitgesproken favoriet, maar als ze dan toch één moet noemen is de zachtgele etageplant brandkruid met de paarse aren van gamander een combinatie die niet verveelt.

Froukje heeft een kleurrijke tuin en dat komt doordat ze durft te kiezen voor kleurtonen die passen binnen het geheel. Bijvoorbeeld het optimistische, frisse geel van guldenroede en zonnebloem ‘Lemon Queen’ of warme tinten paars en rood van salvia ‘Amistad’, duizendknoop (‘Rowden Gem’ is favoriet!) en pimpernel. Het warme donkerrode blad van blaasspirea vormt een mooi contrast met de vele groen- en grijstinten. Maar voor een leuke en spannende tuin kijkt Froukje niet alleen naar kleur en contrast: “Geur, beweging, structuur en ritme zijn minstens zo belangrijk.”

Interesse in wilde planten

De beplanting in de tuin oogt al heel natuurlijk en de laatste jaren is Froukje zich steeds meer gaan interesseren voor inheemse en wilde planten. “Iedere plant moet een toegevoegde waarde hebben. Niet alleen sierwaarde, ik vind het ook belangrijk dat de plant een functie heeft in het ecosysteem. Veel mooie inheemse planten bloeien in het voorjaar, tot juli ongeveer. Daarna nemen de vaste planten en grassen het over in mijn tuin.”

“Daarnaast hebben we nog een soort wilde tuin bij De Paasweide. In deze volkstuin verbouwen we al heel lang geen groente meer. We hebben alleen nog wat fruitstruiken. Mijn plan was om een pluktuin ervan te maken met heel veel bloemen. Maar eigenlijk ben ik ook niet zo’n plukker. De laatste tijd is de volkstuin daardoor meer en meer een plek geworden waar ik experimenteer met inheemse planten zoals koningskaars, klaproos, slangenkruid, duizendblad en bolderik. Ik weet niet zeker of de moestuinierders om ons heen daar erg blij mee zijn, maar volgens mij vinden ze het niet zo erg want deze natuurlijke tuin trekt wel heel veel bestuivers aan!”

NB: Alle foto’s zijn van Froukje zelf en vormen een mooi beeld van haar tuin door de seizoenen heen.

#GroeneVingersKweken: grondsoort bepalen

Een nieuwe rubriek! Tuinontwerper Bernadette Geradts van Kleine Natuur Tuinontwerp deelt in haar tuin tutorials handige tips over (diervriendelijk) tuinieren. Vanaf nu zijn deze korte en informatieve filmpjes ook terug te zien in dit blogmagazine. Deze keer: Hoe bepaal je eenvoudig de grondsoort?

Veel kijkplezier!