#DiepGravendeVragen – Gerd van Helden – De Natuurtuin

“Die gekke Brabander met z’n onkruid.” Bijna dertig jaar geleden was de visie van tuinontwerper en hovenier Gerd van Helden nog niet zo algemeen geaccepteerd als nu. Zeker hier in de regio was hij één van de eerste professionals die kennis van ecologische processen combineerde met een natuurvriendelijke manier van tuinieren. Sterker nog: die daarbij ook oog had voor het effect van een natuurlijke tuin op je lichamelijke en mentale gezondheid. Gelukkig wisten gelijkgestemde opdrachtgevers hem te vinden en heeft hij sinds 1994 zo rond de 1000 tuinen ontworpen en was hij bij een groot deel daarvan betrokken bij de aanleg!

Gerd: “Ik ben nog steeds blij dat ik mijn bedrijf De Natuurtuin heb genoemd, want daardoor vindt de eerste selectie bij potentiele opdrachtgevers al plaats. Liefhebbers van gecultiveerde of traditionele tuinen kloppen bij mij niet aan. Mijn opdrachtgevers zijn ook vaak degenen die bewust wat landelijker wonen en de ruimte hebben. Ze hebben net als ik affiniteit met de natuur.”

“Ik draag al mijn hele leven de natuur een warm hart toe en vind het belangrijk om een verschil te maken. Dit land is al overgecultiveerd. Werken met een-jarigen of plantjes netjes op een rij? Dat is niet mijn stijl. Mijn werkwijze komt voort uit de drang om natuur de ruimte te geven en te focussen op biodiversiteit. Dat was vrij ongewoon toen ik net begon, maar wordt nu steeds normaler. Mede doordat overheid en bedrijven bewuster met ecologie bezig zijn en mensen het daardoor vaker zien en mooi gaan vinden.”

Ervaar je het als positief dat er nu steeds meer aandacht is voor ecologisch en diervriendelijk tuinieren?

“Dat is niet alleen goed, het is keihard nodig. Met het klimaat en de verarming van de natuur, het verdwijnen van soorten. Kijk, als het gaat om keuzes maken, is de natuur vaak het ondergeschoven kindje. Geld is leidend. Het gaat om winst en verdienen, minder om schoonheid en leven. Daar probeer ik wat aan te doen.”

“Ik vertel vaak: bij twijfel niets doen. Als je niet weet wat voor plantje het is, laat het dan gewoon eens staan. Het kan altijd nog weggehaald worden, maar als je dat bij voorbaat doet, weet je niet wat het kan worden. Durf nieuwsgierig te zijn. Ik ben wel van het ingrijpen als dat nodig is, maar veel mensen hebben niet de rust in zichzelf om het ook gewoon eens te laten. Het moet netjes, of volgens een strak plan.”

“Deels is het ook opvoeding en conditionering hoe mensen naar tuinen kijken. Een klant van mij, een dame van in de tachtig, had een kleine bloemenweide van 5 bij 5 meter. Zo’n stukje dat normaal een gazon zou zijn. Het stond helemaal vol kleine bloemetjes zoals grasklokjes en er waren allemaal diertjes en insecten. Maar buren en omstanders vonden het maar rommelig en vroegen wanneer ze het ging maaien. Het is zo zonde dat dat niet gewaardeerd werd, dat niet herkend werd hoe ze op haar bescheiden manier bijdroeg aan de biodiversiteit. Het maakte haar echt een beetje verdrietig.”

Je ziet soms dat mensen met grote tuinen overgangen creëren tussen gecultiveerd en natuurlijk. Is dat een vraag die jij ook wel eens krijgt?

“Het is mensen eigen om ‘alles’ te willen. Dat drijft ook onze innovaties en de culturele en technische ontwikkelingen. We willen het allemaal en we willen het begrijpen. Het komt voor dat mensen een bloemenweide willen in de tuin, maar ook een mediterraan tintje bij de keuken. Hier in de regio zijn veel grote tuinen. Dan kan je redelijk veel wensen realiseren. Ook zijn er mensen die rondom het huis een gecultiveerde tuin hebben die naar de buitenranden toe steeds natuurlijker wordt.”

“Het voordeel daarvan is dat je minder onderhoud hebt. Als je alles continu netjes wilt hebben, heb je daar een dagtaak aan. Een natuurlijke tuin heeft uit praktische overwegingen meerwaarde. Het vraagt minder sturing. Ik heb hier zelf 8000 m2 tuin. Vroeger, toen we hier nog de kwekerij en open dagen hadden, was een medewerker vier volle dagen per week bezig met alles netjes houden. Toen was de tuin anders dan nu. Het is geen showtuin meer. Tegenwoordig lijkt het onderhoud meer op natuurbeheer.”

Heb je voorbeelden van tuinen waar de biodiversiteit zienderogen toenam na aanleg?

“Ik ben nu in Engelbert bezig met een project: in de tuin daar ligt gigantisch veel bestrating. Daar kan ik met m’n verstand niet bij. Ik gebruik alleen bestrating die functioneel is, zoals voor paden en terrassen. De overige ruimte is voor planten. Er moet veel te zien zijn. Het is wel een dankbaar object in Engelbert. Zelfs een blind paard kan hier geen schade aanrichten. Alleen al door stenen te vervangen door planten boek je winst.”

“Hier op het terrein was vroeger een kwekerij. Die kweker was echt van de oude stempel: hij gebruikte veel chemicaliën. Er waren wel bijen, maar amper vogels. Het was een bijna dood erf. Na 1,5 tot 2 jaar kregen we al te horen van de buren dat ze blij waren met onze komst. De vogels waren eindelijk weer terug.”

“Ik heb de middelbare tuinschool gedaan en later milieukunde gestudeerd. Daar was het credo: Alles is overal, maar het milieu selecteert. Dat zag ik terug bij een project in Meerstad. Midden in een nieuwbouwwijk, ver van de dichtstbijzijnde sloot, legden we een vijver aan. De volgende dag zat er al een kikker in! Hoe ontdekt zo’n dier dat zo snel?”

“Met planten kan je het verschil maken. Verwilderingsbollen zijn niet inheems, maar wel al heel lang ingeburgerd. Ze bloeien vroeg en bieden daarmee nectar aan de eerste bestuivers die rondvliegen. Hier in de tuin heeft een imker zijn kasten staan, de bijen vinden hier altijd voedsel van sneeuwklokjes, sneeuwroem, boshyacinten tot en met de klimop die heel laat nog bloeit. Met het verschuiven van de seizoenen kan de nectar van stinzenplanten heel welkom zijn voor insecten die vroeg ontwaken in een warm voorjaar.”

“Daarom is het jammer dat er bij de beroepsopleidingen eigenlijk maar weinig aandacht voor planten is. Er is weinig groenkennis. Dat zie je terug in de tuinen die aangelegd worden. Ik vergelijk het wel eens met de term ‘The Big Five’, oftewel de vijf wilde dieren die je gezien moet hebben tijdens een safari. In tuinen zie je vooral ‘The Big Ten’: plataan, lavendel, ijzerhard en siergrassen. Dat is jammer, want er is zoveel meer diversiteit mogelijk.”

Heb je zelf favorieten die je vaak gebruikt omdat ze veelzijdig zijn of het altijd goed doen?

“Ik zoek altijd naar variatie binnen de mogelijkheden van die plek. Variatie in seizoenen en kleur, en planten die meerwaarde bieden aan vogels en insecten. Daarbij gebruik ik zoveel mogelijk inheemse planten en planten met een enkele bloem waardoor de nectar beter is te bereiken voor de insecten. Verder kijk ik naar de seizoenen en wat er al in de tuin groeit. Een plant die goed toe te passen is, is duizendknoop met al zijn variaties. Daar vliegen veel insecten op. IJzerhard is een mooie weefplant die heel lang bloeit en veel insecten trekt.”

Je werkt als tuinontwerper en hovenier en hebt een groep professionals om je heen met wie je de projecten uitvoert. Wat kunnen jullie allemaal verzorgen voor de opdrachtgevers?

“Alles eigenlijk wel. Het leuke van dit vak is dat het multidisciplinair is. Het is nooit saai, altijd afwisselend. Veel hoveniers zijn echte allrounders en hebben ervaring met meerdere disciplines zoals bestrating, houtbouw en beplanten. Ik werk met een vaste groep zzp’ers en bedrijven en samen kunnen we alles verzorgen voor de klant. Van grondwerk met een kraan tot het aanleggen van een vijver. Alleen de elektriciteit wordt aangelegd door een elektricien. Dat moet goed en veilig. En soms huren we een metselaar voor specialistische klusjes.”

“De meeste tuinen die ik ontwerp leggen we ook aan. Regelmatig werk ik zelf mee, maar altijd ben ik degene van het organiseren, plannen en aansturen. Het is mijn kracht dat ik ontwerper en hovenier ben. Door mijn ervaring kan ik al in de schetsontwerpfase de vertaalslag naar de praktijk maken. Ik weet hoe iets logistiek aangepakt moet worden en wat er nodig is om een tuin aan te leggen. Daardoor kan ik een realistische calculatie maken. Het gaat om serieuze bedragen dus dan wil je vooraf wel een reëel kostenplaatje hebben bij de keuzes die je maakt.”

“Bij het ontwerp houd ik rekening met een aantal zaken: de wensen van de opdrachtgevers, de plek en wat er al is aan beplanting plus de mogelijkheden voor hergebruik. Hergebruik scheelt afvoeren van oud materiaal en het toeleveren van nieuwe. Veel mensen vinden het ook een sympathiek idee of houden van de uitstraling van doorleefde materialen. Die geven een andere sfeer in de tuin. Ze leggen een ander accent doordat ze niet zo aanwezig zijn als nieuwe materialen. Daardoor komen de planten beter tot hun recht. Het wordt natuurlijk wel anders als je materialen echt uitkiest op hun authentieke uitstraling. Bijvoorbeeld bij natuurstenen of gebakken stenen. Dan mogen ze juist wel een beetje opvallen. Ik maak ook regelmatig een combinatie tussen oud en nieuw, waardoor het accent verandert en de een de ander echt ophaalt.”

“Het ontwerpen en aanleggen van een tuin is maatwerk en iedere keer weer anders. Er spelen zoveel factoren mee. De plek, het budget, de wensen. Werken mensen zelf mee of willen ze de tuin in fases aanleggen? Daarom vind ik het nuttiger om bij mensen thuis aan hun keukentafel aan te schuiven dan af te spreken op mijn werkplek. Het gaat er tenslotte om wat zij willen. Veel mensen vinden dat trouwens lastig. Meestal weten ze beter wat ze niet willen dan wel. Bijvoorbeeld geen geel in de tuin.”

Probeer je ze dan ook op andere gedachten te brengen?

“Nee hoor. Ik zal hoogstens aangeven dat in een paarsblauwe tuin, geel de andere planten beter laat uitkomen. Maar ik ga niet prediken. De klant bepaalt zelf. Gelukkig heb ik voornamelijk opdrachtgevers die heel ‘open-minded’ zijn. We gebruiken als het ware dezelfde taal. Ik probeer er vooral de vinger op te leggen wat ze willen om te komen tot een mooi ontwerp waar leven en beleving centraal staan.”

Kan je uitleggen wat je bedoelt met beleving?

“Beleving is voor mij naar buiten kijken en dan zien welk seizoen het is. Dat je ervaart welke tijd van het jaar het is door de planten, bloemen, kikkers, dieren. Het fruit dat rijpt, de geur van de kamperfoelie. Alle zintuigen worden aangesproken in een tuin. Je voelt de verbinding met de natuur.”

“Ik geloof dat we gelukkiger en gezonder blijven als we in verbinding zijn met de tuin. Ik denk ook dat veel mensen zich dat tijdens corona realiseerden. Hoe kwetsbaar we zijn en hoe snel alles kan veranderen. Maar ook hoe goed we het hebben op onze eigen plek. Met De Natuurtuin kan ik daar aan bijdragen. Het is gewoon een prachtig mooi vak!”